Graf van Willem van Oranje wordt gerestaureerd

DELFT, 24 JAN. De Rijksgebouwendienst begint omstreeks 1 november met de dringende restauratie van het grafmonument van Willem van Oranje in de Nieuwe Kerk in Delft. Met de opknapbeurt, die ongeveer 5,5 miljoen gulden gaat kosten, kan niet eerder worden begonnen omdat Delft zowel het monument als de kerk, die het tot de belangrijkste toeristische attracties van de gemeente rekent, nodig heeft bij de viering van het 750-jarig bestaan van de stad.

De herstelwerkzaamheden nemen ongeveer vier jaar in beslag. Al geruime tijd was bekend dat het grafmonument, een creatie van Hendrick de Keyser, door vervuiling en aantasting door zouten in een 'versuikeringsproces' verkeert. Als er niets aan het monument zou gebeuren is het over tien jaar niet meer toonbaar, zei F. Scholten, lid van de onderzoekscommissie en conservator beeldhouwkunst van het Rijksmuseum in Amsterdam, enige tijd geleden in deze krant.

Het monument van Willem van Oranje, dat tussen 1614 en 1623 op last van de Staten van Holland en van Zeeland door Hendrick de Keyser werd ontworpen en gebouwd, staat volgens een officieel communiqué van de Rijksvoorlichtingsdienst symbool voor de 'verbondenheid van Nederland met het Huis van Oranje'. Onder het monument in de Nieuwe Kerk, die voornamelijk door de Gereformeerde Bond (de orthodoxe vleugel binnen de Nederlandse Hervormde Kerk) wordt gebruikt, liggen de oude en nieuwe koninklijke grafkelders. In de loop der eeuwen hebben daar tweeënveertig Oranjes hun laatste rustplaats gevonden.

Eenmaal per jaar worden deze kelders geïnspecteerd door de burgemeester van Delft, hofvertegenwoordigers en bouwkundigen. De inspectie had voor het laatst plaats in 1994. De eerste Oranje die in de grafkelders werd bijgezet was Willem van Oranje, die in 1584 in Delft werd vermoord. Prinses Wilhelmina, in 1962 overleden, was de laatste Oranje die in Delft werd bijgezet. Vier jaar eerder, honderdtweeënvijftig jaar na zijn dood, waren de overblijfselen van stadhouder Willem V, die in 1806 in Duitsland was overleden, alsnog naar Delft overgebracht.

Bij de dood van Wilhelmina's echtgenoot, prins Hendrik, in 1934 was de Nieuwe Kerk in zo'n slechte staat dat bij diens uitvaart in allerijl diverse gaten in het kerkdak moesten worden gedicht en bouwsteigers met witte kleden buiten zicht moesten worden gebracht. Volgens het bureau van de hervormde gemeente in Delft verkeert het kerkgebouw nu in prima staat. De hervormde gemeente heeft overigens geen enkele bevoegdheid over het grafmonument en de grafkelders daaronder. Op dat gebied zijn alleen het Hof en de Rijksgebouwendienst competent.