Fokker Leiden op tijd er 'uit getild'

LEIDEN, 24 JAN. “De meeste mensen vergeten ons in deze dagen. En als we al op lijsten voorkomen blijkt dat ze niet te weten hoe ze ons moeten indelen”, zegt de woordvoerder van Fokker Space.

Stapels persberichten ('Fokker Space niet bedreigd') wachten sinds maandag op afnemers. De Fokker-vlag klappert hoorbaar in de snijdende vrieswind. Tientallen opgewekte kramsvogels profiteren van de ruimte die nog in het Biosciencepark overbleef. Tezijnertijd hoopt Fokker Space hier de 'clean room' te bouwen die men nu nog van Fokker op Schiphol Oost huurt.

Stille vreugde over het besef op tijd uit het concern te zijn getild overheerst. Daags voor Kerstmis deed Fokker de helft van zijn aandelen in de vroegere werkmaatschappij Fokker Space & Systems (FSS) over aan UCN/Urenco, de uraniumverrijkingsfabriek in Almelo. Fokker Space werd een structuurvennootschap waarin de bevoegdheden van de aandeelhouders grotendeels zijn doorgeschoven naar drie commissarissen van wie er maar een van Fokker komt. Dat illustreert de grote onafhankelijkheid.

In essentie is Fokker Space een ingenieursbureau dat de Europese ruimtevaartorganisatie ESA als voornaamste opdrachtgever heeft. Wat er aan praktische werkzaamheden wordt verricht staat in dienst van ontwikkeling en beproeving. Produktie wordt uitbesteed.

Als min of meer zelfstandige ruimtevaartdivisie binnen Fokker begon FSS zijn bestaan in 1969, het jaar waarin de Apollo 11 op de maan landde. “In die tijd begon elke zichzelf respecterende vliegtuigindustrie met ruimevaartactiviteiten”, zegt directeur ir. J.P.P. Groen. “Men verwachtte een geweldige spin-off van de ruimtevaart voor de luchtvaart. Maar heel eerlijk gezegd heeft de vliegtuigbouw bij Fokker nooit meer dan minimaal profijt gehad van de ruimtevaarttak. Ja, op het gebied van kwaliteitsbewaking en 'project management' lag de ruimtevaart ver voor op de vliegtuigbouw. Van die kennis heeft Fokker wel geprofiteerd.” Het is niet cynisch bedoeld en Groen zegt het zonder een spier van zijn gezicht te vertrekken.

In de 27 jaar van zijn bestaan groeide FSS uit tot een bedrijf met een omzet van zo'n tweehonderd miljoen en ongeveer 450 werknemers, bijna de helft academisch opgeleiden. Omstreeks 1991 ontstond een verlangen naar een strategische partner. Fokker zelf wilde weer wat meer terug naar kernactiviteiten en vanuit het oogpunt van marktstrategie en vergroting van het financieel vermogen leek het aantrekkelijk een binding aan te gaan met een krachtige Europese partner. De voorkeur ging uit naar het Frans-Britse Matra Marconi Space. Die zou de afhankelijkheid van de ESA en Europese opdrachtgevers wat kunnen verminderen. Groen: “We willen een mondiale afzet van onze produkten, Europa is te klein.”

Maar Matra Marconi legde te veel beperkingen op, de onderhandelingen liepen stuk en het zoeken begon opnieuw. UCN in Almelo liet al vroeg zijn belangstelling blijken. “Dat is een hoog-technologisch bedrijf dat nog weinig in ruimtevaart doet en Fokker Space een interessante participatie vindt”. Toen het meerderheidsbelang van Fokker in de zomer van 1993 bij DASA kwam te liggen raakte alles in een stroomversnelling. DASA had zelf in DASA Raumfahrt ook ruimtevaartactiviteiten en het was snel duidelijk dat die niet complementair waren, maar overlappend. “We zouden concurreren”.

Groen onderstreept dat DASA op dit punt zeer hoffelijk heeft geopereerd. “We kregen alle tijd om een definitieve partner te vinden.” Al in het voorjaar van 1994 werd serieus met UCN onderhandeld, eind vorig jaar was FSS zelfstandig. De naam werd Fokker Space.

Vooralsnog is Fokker Space voor 70 procent aangewezen op opdrachten van de ESA. Groen stelt vast dat 30 procent van de opdrachten in gewone concurrentie met anderen wordt binnengehaald, vooral op het terrein van de commerciële communicatiesatellieten waaraan zonnepanelen worden geleverd. “We willen die 30 procent graag opvoeren, want de 70 procent ESA maakt ons erg afhankelijk van de Europese politiek.” Op korte termijn is het voortbestaan van Fokker Special Products in Hoogeveen van belang, waar de nadruk op produktie ligt.

    • Karel Knip