Een heel leven nagelaten aan het Institut

Wilma Holsboer, geboren in Lübeck in 1902, moet zeker gelukkige jaren hebben gekend. De foto's laten het zien. Vooral in Indië, toen zij getrouwd was met de oudere man van haar leven, Franciscus Deierkauf, zat zij te stralen tussen het rotan. Ook de traditionele Borobudur-foto uit die tijd getuigt van vrolijkheid. Later vestigt het paar zich in Frankrijk. Het wordt stiller. Brieven en foto's ontbreken. Een reisje naar Luxemburg, met de Belgische vriendin, dat was een hoogtepunt.

Wilma woont lange jaren als weduwe in Meudon, even buiten Parijs, waar zij in 1993 sterft. In haar apartement laat zij weinig tekenen van een druk en gezellig leven achter. Eerder een beeld van toenemende eenzaamheid. Maar het is niet voor niets geweest. Zij leeft voort op een manier die haar plezier zou doen: vanaf dit voorjaar kan ieder jaar een Nederlandse kunstenaar in Parijs aan het werk in een atelier dat haar naam draagt.

De nalatenschap van Wilma Holsboer is een voorbeeld van de zin van stug volgehouden persoonlijke actie. De drie ton die zij spaarde in haar leven als hardwerkende vrouw in een niet bijzonder spectaculaire of lucratieve branche - zij bewoog zich in de geschiedenis van het Franse toneel - zijn niet het kapitaal waar wonderen mee kunnen worden verricht.

En toch. Het Institut Néerlandais in Parijs, haar enig en algemeen erfgenaam, heeft er voor een eeuw het recht mee kunnen kopen op het gebruik van een atelier in de Cité des Arts. Dat in 1965 opgerichte woon- en werkgebouw voor kunstenaars, aan de Seine bij métro-halte Pont Marie, niet ver van het Hôtel de Ville en het Centre Pompidou, biedt een inspirerende omgeving. De stad, het land en de aanwezigheid van honderden mogelijke geestverwanten uit de hele wereld kunnen nieuwe perspectieven openen.

De Cité des Arts huisvest ook musici, maar dankzij samenwerking met het Fonds voor de Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst wordt voor dit Nederlandse atelier een beurs van 50.000 gulden voor stokbrood en verf aangeboden. Voorlopig wordt jaarlijks een beeldend kunstenaar uitgenodigd te dingen naar het Atelier Holsboer en de bijbehorende beurs. De advertentie verschijnt binnenkort in kranten en vakbladen.

Niets wees er op dat de naam Holsboer aan een broedplaats van Nederlands kunstenaarstalent verbonden zou worden. Toen Wilma, in het bezit van een akte Fransch in 1928 naar Nederlands Indië vertrok, schreef haar vader een 'innig liefhebbende' brief: “Bij je vertrek uit het ouderlijk huis wensch ik je de verwezenlijking van de je beloofde schitterende toekomst in Indië. Wacht dit levensgeluk met kalmte en vriendelijkheid af en je zult het bereiken, zoals je tot heden alles bereikt hebt.”

Na haar spaarzaamheid te hebben aangeraden, “opdat je op je ouden dag de zoete vruchten moogt genieten van je harde jeugd en je noeste vlijt”, adviseert vader zijn dochter overgespaard geld te plaatsen Nederlandse Staatsleningen 4,5 of 5%: “In 16 jaren is ieder kapitaal verdubbeld.” En, als teken van het andere levensritme van die dagen, voegt vader toe: “Wij hopen je over 6 jaren weder te zien.” Mocht hij intussen sterven, “verzorg dan als je 't belieft je moeder (...) Vergeet alle kleine onhebbelijkheden, die in iedere familie wel eens komen.” En onderstreept: “Laat haar nooit in den steek.”

Hoe het verder met vader en moeder is gelopen weten wij niet. Of zij in latere jaren veel tastbare herinneringen heeft weggegooid, of dat er niet veel meer gebeurde, het blijft een raadsel. Wel zijn er sporen van haar wetenschappelijk leven. In 1933 promoveerde zij aan de Universiteit van Parijs tot doctor in de Franse Letteren. De Nieuwe Rotterdamsche Courant wijdde er een lange en vrij strenge bespreking aan: het ging over toneelregie in Frankrijk tussen 1600 en 1657. Wat beperkt, vond de NRC, al was 'dit toch zoo noodige en zoo nuttige boek' een hele prestatie.

Latere correspondentie beperkt zich tot publikaties in een Italiaans vakblad en haar lidmaatschap van de Vereniging van vrienden van het Institut Néerlandais in Parijs. Zij werd meer dan eens aangemaand tot betaling van de jaarlijkse bijdrage van 200 franc, die zij dan al bleek te hebben gegireerd. Of de cheque was zoekgeraakt. Een wat verdrietige voetnoot herinnert er steevast aan dat zij haar hele bezit aan het Institut heeft gelegateerd. Opeenvolgende directies van Nederlands culturele etalage in Parijs lijken zich niet dagelijks bewust te zijn geweest van dit aardige gebaar. In 1988 schrijft mevrouw Holsboer nog maar eens: “Mijn testament bij notaris Brisse in Meudon is altijd van kracht. Mocht mij wat overkomen.. dan zal ik proberen U dit per téléphone te berichten.” Het is allemaal goed gekomen.

    • Marc Chavannes