Adviseurs in paniek

Het was goed raak. Eind vorige week kwam de belastingwereld in de ban van een geruchtenstroom die beurskoersen beïnvloedde en ondernemers tot paniekverkopen aanzette. De exclusieve informatie waar menig belastingadviseur nerveus zijn klanten over belde, betrof een fiscale overval die staatssecretaris Vermeend (Financiën) aan het beramen zou zijn. Los van elkaar circuleerden er twee geruchten over op handen zijnde wetswijzigingen. Die zouden bij uitstek de fiscale positie van aandeelhouders veranderen.

Koerswinst op aandelen kan men belastingvrij toucheren, maar over de dividenduitkeringen is naar het normale progressieve tarief inkomstenbelasting verschuldigd. Groot-aandeelhouders kijken wel uit om zichzelf belast dividend toe te kennen; zij proberen de winsten van hun BV als onbelaste koerswinst in handen te krijgen. Daartoe hebben ze de hulp van gekwalificeerde belastingadviseurs nodig, want wetgever en de rechter werpen tal van belemmeringen op. Die krachtmeting resulteert in gekunstelde constructies en evenzeer gekunstelde wetgeving. Staatssecretaris Vermeend (Financiën) heeft het niet op dergelijk fiscaal trapezewerk voorzien. Het is in de fiscale wereld bekend dat hij zijn belastinginspecteurs door dik en dun steunt als die zelfs maar de geringste kans op een overwinning ruiken. Zelf ontwerpt de bewindsman reparatiewetgeving die terugwerkt tot de datum van het persbericht waarin zij wordt aangekondigd. De overtuiging dat de gedreven Vermeend tot alles in staat is, vormt een vruchtbare voedingsbodem voor de meest wilde geruchten.

Eén daarvan betrof de grootaandeelhouder. Die ontsnapt aan de 20-procentsheffing over de verkoopwinst van zijn aandelen als zijn aandelenbezit minder is dan 33,3 procent is. Volgens het gerucht gaat de heffing omhoog naar 25 of 30 procent en wordt ze al verschuldigd als men 5 procent van de aandelen in een BV bezit. Voor heel wat directeuren-aandeelhouders van bedrijven is dat een alarmerend vooruitzicht. Zeker als men op het punt staat zijn aandelen via een constructie onbelast van de hand te doen.

Hoe kan zo'n gerucht ontstaan? Eind december heeft een door Vermeend samengebrachte groep fiscaal deskundigen de bewindsman voorgesteld om bij iedereen die meer dan 5 procent van de aandelen in een BV bezit, de verkoopwinst tegen een tarief van 25 procent te belasten. Die gedachte is niet verrassend; in de fiscale literatuur is ze herhaaldelijk geopperd. Verscheidene van de geraadpleegde deskundigen combineren een part time hoogleraarschap met een functie bij een belastingadviesbureau. Zo kunnen geruchten gemakkelijk de wereld in komen. Maar ze ontwikkelen zich pas tot de vertoonde onwaarschijnlijke proportie bij mensen die de Haagse politiek niet begrijpen. De staatssecretaris mist namelijk de politieke manoeuvreerruimte om dergelijke maatregelen onverhoeds bij persbericht af te kondigen. Maar voor wie deze beperkingen niet ziet, is alles denkbaar.

Dat geldt ook voor het andere gerucht. Aandeelhouders zouden over hun dividenden niet langer belasting betalen naar een tot 60 procent oplopend progressief tarief, maar tegen een vast tarief van 25 of 30 procent. Dat zou niet eens zo'n gek systeem zijn, maar het is niet voorgesteld en het valt voor Vermeend voorlopig ook niet te financieren. In zo'n systeem zouden beursfondsen die belastingvrij dividend uitkeren, zoals de Dordtse Petroleum, een deel van hun glans verliezen. Die ontluistering was donderdag en vrijdag op de effectenbeurs te zien. Louter op basis van het volstrekt ongefundeerde gerucht, zorgden paniekerige beleggers er voor dat de koers van het beursfonds die dagen met guldens tegelijk afbrokkelde. Bezweringen van het ministerie van Financiën dat er niets te gebeuren stond, haalden niets uit.

Het is verbazend dat onrealistische geruchten zo serieus worden genomen. Daarnaast moet men vaststellen dat niemand gebaat is bij de paniekreacties die ze veroorzaken. Daarom is het nodig dat staatssecretaris Vermeend (Financiën) snel duidelijkheid geeft over de omstandigheden waarin hij zich wèl het recht voorbehoudt van het ene moment op het andere wijzigingen in de belastingwetgeving af te kondigen. Naar aanleiding van eerdere 'wetgeving bij persbericht' heeft de bewindsman de Tweede Kamer beloofd nog vóór 1996 een notitie daarover te publiceren. Overigens heeft de Kamer al laten weten dat zij de bewindsman weinig speelruimte gunt voor wetgeving met terugwerkende kracht. Uitlatingen van Vermeend wijzen er op dat hij alleen met terugwerkende kracht wil ingrijpen bij fiscale constructies waarvan hij voordien duidelijk heeft gemaakt dat ze voor hem onacceptabel zijn. Als de nauwe grenzen voor de bewindsman voor iedereen duidelijk zijn, zullen de paniekdagen van vorige week zich niet zo snel herhalen. Verder doet Vermeend er goed aan rapporten die hij in ontvangst neemt, steeds snel openbaar te maken. Geheimzinnigheid over zoiets vrijblijvends als een voorzienbaar werkgroepvoorstel wakkert geruchtenvorming nodeloos aan.

    • Aertjan Grotenhuis