Wees sterk

Het boekje is niet in de handel maar het kan worden besteld door overmaking van 12,50 gulden naar postgiro 85181 van de Grafische Cultuurstichting onder vermelding van 'Han van Zomeren'.

Ze had die ochtend zin in een krant. Door lang verblijf buitenslands had ze geen abonnement, maar nu liep ze naar de kiosk en kocht het Haarlems Dagblad. Zonder die impuls was ons nu een aangrijpend verhaal onthouden gebleven.

Want in de krant van 11 mei 1993 trof ze een stuk onder de kop 'In de cel met Han van Zomeren' en ze kon haar ogen niet geloven. Het was geschreven door de 80-jarige C. van Viersen, die na 52 jaar de herinnering kwijt moest aan de dagen die hij in 1941 in de cel aan de Weteringschans had doorgebracht met de jonge idealist Han van Zomeren, drukker van pamfletten voor het verzet. Hij was verraden en werd in hetzelfde jaar, 21 jaar oud, op de Larense hei gefusilleerd.

Van Viersen beschreef hoe hij twee op wc-papier gekrabbelde briefjes van Van Zomeren in zijn broekband had meegenomen en ze anoniem had weten te bezorgen bij de moeder van zijn vermoorde vriend en diens meisje. Dat meisje was Wil Gramberg, nu de 75-jarige mevrouw Budding-Gramberg in Aerdenhout, die zo plotseling een krant wilde lezen. Nooit was ze de herinnering aan haar vlammende, vrolijke en belezen vriend kwijt geraakt ondanks een gelukkig huwelijk van veertig jaar, dat haar vier kinderen schonk. En nu bleek er nog iemand te zijn die - hoe kort hij hem ook maar had gekend - zijn leven lang aan Han van Zomeren was blijven denken.

Diezelfde avond nog ontmoetten ze elkaar en deelden ontroerd hun herinneringen aan die bezielde jonge communist die door zijn eruditie en moed iedereen voor zich won. Bij latere contacten vatten zij het plan op om in Amsterdam, waar Van Zomeren de drukkerij van zijn vader in de Rustenburgerstraat had bestierd, een straat naar hem genoemd te krijgen.

Toen dat niet lukte koos mevrouw Budding een andere weg. Ze zocht contact met de journalist Ferry Tromp, die ze jaren eerder eens had ontmoet en hij wist de Grafische Cultuurstichting KVGO (de grafische vakorganisatie) te interesseren in het oprichten van een monumentje op papier, een bescheiden boekje, dat de stichting dezer dagen heeft laten verschijnen. Tromp laat hierin, zonder er zelf tussen te komen, Wil Gramberg en Cor van Viersen vertellen over de morele en kunstzinnige kwaliteiten van de knappe blonde activist, die overal als vanzelf het middelpunt was. Zij citeert de gedichten die de muziek van De Falla bij hem opwekte ('Rood vuur, stijg op!/ Rood vuur, strijdt!/ Rood vuur, heers!') en hij vertelt hoe een 'goeie' bewaker een trosje druiven van Hans' dodenmaal kwam brengen aan zijn celgenoten. “Later heb ik nog gehoord dat die bewaker heeft lopen huilen toen Han werd weggevoerd.”

De briefjes aan 'Wiljoesja', zoals Han zijn meisje Wil noemde, staan in facsimile in het boekje afgedrukt met een versie in druk er naast. Ontroerend is de moed die hij haar inspreekt: “Wiljoesja, We zullen het geluk bij het kleine moeten laten. Ik ben ter dood veroordeeld. Wees sterk, 't is goed dat het geluk klein blijft. Lao Tse heeft dat duizenden jaren voor onzen Jezus al gezegd: zoek geluk in het kleine.”

Het door Toine Post zeer zorgvuldig vormgegeven boekje ontleent zijn titel aan het motto van Van Zomeren: Uns geht die Sonne nicht unter, de refreinregel uit een lustig Wandergesellen-lied dat de vriendenclub rond Wil en Han placht te zingen.

Uit toevalligheden is dit kleinood ontstaan: had bijvoorbeeld de redacteur van het Haarlems Dagblad de naam Han van Zomeren niet in de kop gezet dan had mevrouw Budding-Gramberg er die ochtend in 1993 misschien overheen gelezen. Wie er nu in ieder geval ook niet overheen las was Louis van Gasteren, die zich eveneens Van Zomeren uit de cel herinnerde en contact zocht met Van Viersen.

Na twee afwijzingen door de Amsterdamse Commissie voor de Straatnamen (de correspondentie is ook in het boekje afgedrukt) willen Budding en Van Viersen toch doorgaan met hun pogingen een straat naar de verzetsman Van Zomeren vernoemd te krijgen. Waarom ze nu doorzet, wordt duidelijk uit het slot van haar relaas: “Het is net of hij nu van binnen naar buiten komt. Aan de ene kant wil ik dat, maar toch ook eigenlijk niet. Het is winst, maar ook, heel gek, een stuk verlies. Al die jaren heeft de herinnering aan Han een positieve invloed op mijn leven gehad. Vaak heb ik gedacht: ik ben de enige. Nu weet ik dat dat niet zo was.”

    • Frans van Lier