Vragen bij methodiek peiling over 'euro'

BRUSSEL, 23 JAN. “Europa zal de euro niet opdringen aan zijn burgers”, zei Eurocommissaris Thibauld de Silguy tijden de opening van de Ronde Tafelconferentie. De publieke sympathie voor de euro vertoont in elk geval weer een stijgende lijn, al vallen bij de betrouwbaarheid van de jongste peiling vraagtekens te zetten. Tijdens drie eerdere enquêtes in 1995 was respectievelijk 52 procent, 46 procent en 49 procent voor. De uitkomst van 49 was het resultaat van een peiling die werd gehouden daags voor de Europese top in Madrid over de invoering en de naam van de munt. Volgens een peiling daags erna is 54 procent voorstander van de euro.

Volgens de Europese Commissie hebben zowel de publiciteit rond de EMU als het besluit in Madrid het aantal respondenten dat geen mening opgaf verkleind. Dat resulteerde in een groter aantal voorstanders en ook tegenstanders (een stijging van 33 tot 37 procent.

Maar ook de methodiek van de laatste, gunstige peiling is veranderd. De drie voorgaande peilingen zijn afkomstig van face-to-face vraaggesprekken met 34.000 Europese burgers, de laatste peiling was een snelle telefoonronde onder 15.500 burgers.

De polls tonen in sommige landen een grote schommeling. Het aantal Nederlandse voorstanders is tussen de twee laatste peilingen voor en die na Madrid afgenomen van 64 procent tot 58 procent. In Luxemburg daalde het aantal voorstanders van 70 procent to 59 procent. In Duitsland steeg het percentage voorstanders tot 38 (plus 4), in Italië tot 74 (plus), in Spanje tot 66 (plus 8), in Frankrijk tot 68 (plus 10) en in België tot 67 (plus 16).

Van de Europeanen kan 69 procent zich vinden in de naam 'euro' tegen 23 procent die de naam afkeurt. In geen enkel land is een meerderheid tegen. Groot-Brittannië scoort met 54 procent voorstanders het laagst. Nederlandse ondervraagden zijn, met 85 procent, het meest enthousiast voor de naam.