Van spionage beschuldigde Oleksy staat bijna alleen

Het net lijkt zich langzaam te sluiten rond de Poolse premier Józef Oleksy, die in december door de toenmalige president Walesa werd beschuldigd van spionage voor de KGB. Deze week beslist de Poolse justitie of op grond van nieuw bewijsmateriaal een onderzoek tegen Oleksy wordt ingesteld. Als dat onderzoek er komt, treedt Oleksy waarschijnlijk af. Maar ook als het er niet komt staat vast dat de premier politiek ernstig is beschadigd.

Twee dagen voordat hij in december werd opgevolgd door Aleksander Kwasniewski wierp Lech Walesa de knuppel in het hoenderhok: Oleksy heeft volgens hem van 1982 tot 1993 voor de KGB gespioneerd, via zijn vriend Vladimir Alganov, KGB-agent. Walesa overhandigde bewijsmateriaal, afkomstig van de geheime dienst UOP, om zijn bewering te staven. Oleksy ontkende, bijgevallen door Alganov, ten stelligste - hij was wel bevriend mat Alganov, maar wist niet dat die voor de KGB werkte. Hij noemde de beschuldiging “een politieke wraakactie” van Walesa wegens diens s verkiezingsnederlaag tegen Kwasniewski en zei er niet over te piekeren af te treden. De Poolse justitie oordeelde dat het bewijsmateriaal nog op talrijke punten lacunes vertoonde en gaf de UOP tot 20 januari de tijd om aanvullend materiaal te overhandigen.

Sindsdien is de beschuldiging een geheel eigen leven gaan leiden. Al op 8 januari oordeelde de invloedrijke krant Rzeczpospolita dat Oleksy er beter aan deed af te treden, al was het maar om te voorkomen dat hij zijn functie misbruikt om de waarheid te onderdrukken. De geheime dienst UOP, die het materiaal tegen Oleksy moest aanvullen, valt immers onder het ministerie van binnenlandse zaken, en dat wordt sinds eind december geleid door twee adviseurs van Oleksy, als minister en onderminister. Overigens weigerde die nieuwe minister, Jerzy Konieczny, Oleksy's opvatting dat de beschuldiging een goedkope wraakactie van het Walesa-kamp is, te delen. “De feiten” oordelen anders, aldus Konieczny.

Sindsdien is het tot een opeenhoping van voor Oleksy schadelijke feiten en meningen gekomen. Twee leden van de parlementscommissie die de zaak achter gesloten deuren onderzoekt, zeiden dat de hearings de beschuldigingen tegen Oleksy bevestigen; volgens twee andere leden blijkt uit het bewijsmateriaal dat Oleksy mondeling en schriftelijk de KGB verslag heeft uitgebracht. De oppositionele Vrijheidsunie kondigde een motie van wantrouwen aan tegen Oleksy en de media eisten steeds nadrukkelijker dat Oleksy aftreedt. Het weekblad Wrpost meldde dat niet alleen Oleksy na 1989 nog contacten onderhield met Russische inlichtingendiensten, maar dat ook andere leiders van zijn partij, het ex-communistische Verbond van Democratisch Links (SLD), voor de Russen spioneerden: “De zaak-Oleksy is maar de top van de ijsberg”.

Bovendien begon het onder invloed van de affaire danig te rommelen in de regeringscoalitie van Oleksy's SLD en de Boerenpartij PSL, die nooit te beroerd is om een slaatje te slaan uit de omstandigheden. Het opportunisme van de PSL werd verwoord door de tweede man van de PSL-fractie in de Sejm, Franciszek Stefaniuk: “Niet de gebeurtenissen zijn doorslaggevend, maar de publieke opinie.” Met andere woorden: niet de vraag of Oleksy heeft gespioneerd is van belang, maar de vraag politiek het best uitkomt.

Onder druk van al die ontwikkelingen ging Oleksy een weekje met vakantie. Maar bij terugkomst, vorige week, was de storm verre van geluwd. Eind vorige week viel de PSL de benarde premier af en bood ze aan zelf een nieuwe premier te leveren. Zelfs binnen de SLD kalfde de steun voor Oleksy af. Leszek Miller, SLD-kopstuk en minister van arbeid, suggereerde dat de crisis kon worden overwonnen met vervroegde verkiezingen en zelfs president Kwasniewski liet zich in die zin uit: “Als de toestand steeds gecompliceerder wordt kan het een goed idee zijn vervroegde verkiezingen te organiseren.”

De Poolse kiezer intussen laat de rel grotendeels koud. Volgens peilingen vindt maar een op de drie Polen dat Oleksy moet opstappen. Sterker: sinds december is de aanhang van zijn SLD met drie procent gestegen tot 28 procent. Oleksy's grootste critici, Solidariteit en de Vrijheidsunie, verloren deze maand elk drie procent van hun aanhang en staan nu op twaalf en acht procent.

    • Onze Peter Michielsen