Uniforme belasting is in VS brandend thema; Republikeinse presidentskandidaat Forbes speelt grote rol in debat over 'flat tax'

WASHINGTON, 23 JAN. Jarenlang was het vooral een gespreksonderwerp van economen en politici onderling, maar sinds kort is vervanging van het Amerikaanse systeem van inkomstenbelasting door één uniform tarief een brandend politiek thema. Het idee van één voor iedereen geldend tarief blijkt in al zijn eenvoud sterk aan te spreken. De ingewikkelde belastingformulieren zouden plaats kunnen maken voor een aangifte die op een briefkaart past.

De verschillende plannen voor een zogeheten flat tax waarover dezer dagen in het Amerikaanse debat wordt gediscussieerd, voorzien allemaal in een vrijstelling voor de laagste inkomens. Vanaf een jaarinkomen van ongeveer 30.000 dollar zou dan het uniforme tarief moeten gaan gelden, dat gesteld wordt op ergens tussen de 16 en 20 procent. Alle aftrekposten - in sommige voorstellen: de meeste aftrekposten - zouden verdwijnen.

Het systeem zou efficiënt zijn, economische groei stimuleren en geen ruimte meer laten voor allerlei mazen in de belastingwet die het dure fiscale specialisten mogelijk maken hun gefortuneerde cliënten te vrijwaren van belastingbetaling - iets waar in de VS veel over gemokt wordt. Bovendien zou het uniforme tarief een veel kleiner bureaucratisch apparaat vereisen dan het huidige, in brede kring diep gehate systeem.

De afgelopen jaren zijn dergelijke plannen steeds zonder veel succes geopperd, in 1982 ondermeer door de Democraat Leon Panetta, tegenwoordig stafchef van het Witte Huis. In de verkiezingscampagne van 1992 probeerde Clintons Democratische rivaal Jerry Brown vergeefs steun voor het idee te krijgen. Nu zijn het vooral Republikeinen die zich er hard voor maken.

Maar de woordvoerder van president Clinton heeft vorige week laten weten dat ook het Witte Huis manieren onderzoekt om het belastingsysteem te vereenvoudigen “en een nivellering van de tarieven zou een manier kunnen zijn”. In Washington wordt erop gespeculeerd dat Clinton - die doorgaans een goede neus heeft voor populaire campagnethema's - zich vanavond in zijn State of the Union, de jaarlijkse presidentiële toespraak tot het Congres, op de een of andere manier zal aansluiten bij de beweging voor één uniform belastingtarief.

De man die het idee plotseling grote politieke lading heeft gegeven is de Republikeinse presidentskandidaat Malcolm 'Steve' Forbes jr., de zoon van Malcolm Forbes, oprichter van het uitgeefconcern Forbes Inc. en het tijdschrift Forbes Magazine. De omstandigheid dat Steve Forbes vele malen miljonair is en dus zelf aanzienlijk van zijn eigen plan zou profiteren heeft kritiek van zijn rivalen uitgelokt. Pat Buchanan viel het plan aan, omdat het rijkeluiskindjes “die coupons knippen in Palm Beach zou vrijstellen van belasting, terwijl werkende gezinnen 17 procent moeten betalen”. Andere kritiek op Forbes' plan luidt dat het de huizenmarkt zou doen instorten.

Forbes laat zich door dergelijke kritiek echter niet ontmoedigen. Op rustige toon blijft hij zijn plan verdedigen, en zijn verkiezingsleus herhalen dat het huidige belastingsysteem de Amerikaanse burgers “terroriseert”.

Forbes' voorstel is het meest principiële van de nu circulerende plannen. Hij pleit voor een tarief van 17 procent voor iedereen met een inkomen boven de 36.000 dollar. Alle aftrekposten zouden komen te vervallen, ook de hypotheekrente en schenkingen aan goede doelen en kerken. Zijn voorstel zou, althans in de eerste jaren, het begrotingstekort vergroten - terwijl in Washington nu net algemeen wordt aangenomen dat terugdringing van dat tekort de hoogste prioriteit moet hebben.

Vorige week bracht een commissie onder leiding van Jack Kemp, de voormalige minister van huisvesting, een advies aan de Republikeinse partij uit over een uniform belastingtarief. Kemp was in de jaren zeventig een van de eerste vooraanstaande politici die de theorie aanhing (supplyside theory) dat een verlaging van de belastingen zou leiden tot zoveel economische groei dat de belastinginkomsten van de staat niettemin zouden stijgen. Toen president Reagan in de jaren tachtig volgens dat recept de belastingen inderdaad verlaagde, steeg het begrotingstekort echter sterk.

Niettemin is de verwachting van economische groei door lagere belastingen een van de voornaamste argumenten van Kemp en andere voorstanders van een uniform tarief. De commissie-Kemp gaf niet aan hoe hoog het uniforme tarief volgens haar precies zou moeten liggen. Het huidige systeem van vijf schijven (van 15 procent oplopend tot bijna veertig procent als toptarief), zou vervangen moeten worden door één laag tarief. De inhoudingen voor de Amerikaanse tegenhanger van de AOW en de ziektekostenverzekering zouden voor zowel werkgevers als werknemers aftrekbaar zijn. Rente, dividend en vermogen zouden onbelast zijn. Successiebelasting zou verdwijnen, en de aftrekbaarheid van hypotheekrente zou blijven bestaan.

De aftrek van de hypotheekrente is een dierbare verworvenheid van de middenklasse. Volgens de Internal Revenue Service (IRS), de Amerikaanse belastingdienst, hebben in 1992 (het meeste recente jaar waarvan cijfers beschikbaar zijn) 27 miljoen Amerikanen die aftrekpost opgevoerd (op een totaal van 116 miljoen belastingplichtigen). Arme Amerikanen blijken echter aanzienlijk minder van de mogelijkheid te profiteren dan hun goedverdienende landgenoten. Hoe hoger je inkomen, hoe duurder je huis, hoe meer je van het systeem profiteert. Van de gezinnen die 100.000 dollar of meer verdienden, voerde 78 procent de hypotheekrente als aftrekpost op, van de gezinnen die 50.000 dollar of minder verdienden slechts 14 procent.

Volgens marktonderzoek woont 64 procent van de Amerikanen in een eigen huis, een iets hoger percentage zou aftrek van de hypotheekrente steunen. De vorig jaar afgetreden Senator Packwood, die voorzitter was van de Senaatscommissie voor financiën, had een plan om de aftrek te beperken tot de eerste 300.000 dollar van de hypotheek, dat echter op fel verzet stuitte van onder meer de staten Californië, Florida en New York, waar driekwart van de huizen 250.000 dollar of meer waard is. Zijn collega Arlen Specter, die zich eind vorig jaar terugtrok uit de strijd om de Republikeinse nominatie voor de presidentsverkiezingen, bepleitte een grens van 100.000 dollar van de hypotheek.

Voorstanders van het uniforme belastingtarief stellen dat hun systeem zal leiden tot lagere rente, waardoor het uiteindelijk eerlijker uitpakt. Afschaffing van de aftrek van hypotheekrente zou de Amerikaanse schatkist over de komende zeven jaar 500 miljard dollar opleveren. Wie de maatregel wil behouden omdat het eigenhuizenbezit er zo sterk door gestimuleerd zou worden, wordt gewezen op het buurland Canada, waar de aftrekpost niet bestaat. Het particuliere huizenbezit is er nagenoeg even groot is als in de VS.

Onderminister van financiën Lawrence Summers toonde zich vorige week sceptisch over het plan van de commissie-Kemp, dat de aftrekbaarheid van hypotheekrente handhaaft. “Hoe gaan ze het betalen?” vroeg hij zich af, de beroemde woorden van Milton Friedman aanhalend: There is no such thing as a free lunch - voor alles moet door iemand betaald worden, ook voor datgene wat ogenschijnlijk gratis is. Of wel: de belastingverlaging die het plan voor sommigen zou betekenen, moet betaald worden door andere groepen. Veel tegenstanders van het idee vrezen dat de middenklasse moet opdraaien voor de belastingverlichting die een uniform tarief in elk geval zou betekenen voor mensen met hoge inkomens.

Andere voorstellen voor een uniform tarief zijn afkomstig van Senator (en presidentskandidaat) Phill Gramm, die met een tarief van 16 procent net onder Forbes is gaan zitten, en die de aftrek van de hypotheekrente behoudt. De leider van de Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden, de Texaan Dick Armey, heeft een plan met een tarief van 17 procent. Presidentskandidaat Pat Buchanan heeft ook een eigen plan voor een uniform tarief, waarbij de aftrek van de hypotheekrente en de schenkingen aan goede doelen gespaard blijft, terwijl hoge tarieven worden ingesteld voor de import van goederen. Presidentskandidaten Lamar Alexander en Richard Lugar verzetten zich tegen het uniforme tarief, maar bepleiten andere drastische wijzigingen van het belastingsysteem.

Senator Robert Dole zei bij de presentatie van het plan-Kemp dat hij geen voorstel zou steunen dat het begrotingstekort zou doen oplopen of de belastingdruk van de rijken verschuift naar de middenklasse. Dole sloot zich aan bij de suggestie van Kemp c.s. om een nieuwe commissie, die samengesteld zou moeten worden uit zowel Democraten als Republikeinen, concrete voorstellen te laten doen.

    • Juurd Eijsvoogel