Toneelfabriek opent met geboren martelaar

Voorstelling: Prometheus van Aeschylos door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Titus Muizelaar. Decor: Paul Gallis. Spel: Hans Kesting, Fred Goessens, Celia Nufaar, Joop Admiraal. Gezien: 22/1, Transformatorhuis Toneelgroep Amsterdam. Nog te zien: aldaar t/m 27, 30 en 31/1. 1 t/m 3/2, 22 t/m 24/2, 29/2. 1 en 2/3, 8 en 9/3. Inl. 020-6279070.

Het zou kunnen dat aan de decor-opstelling van Prometheus, de nieuwe voorstelling van Toneelgroep Amsterdam, dwingende technische redenen ten grondslag liggen, maar ik kan het niet nalaten er een symbool in te zien. De toneelvloer bevindt zich voor de gelegenheid direct naast de open foyerruimte en de publiekstribune, slechts te bereiken via een pad door het decor, staat op de plaats waar tot nu toe gespeeld werd. Het voordeel van deze nieuwe zaalindeling ontgaat me, sterker nog, ik zie geen ander effect dan ongemak.

Umwertung aller Werten: daar gaat het om bij Toneelgroep Amsterdam, dat kennelijk een identiteitscrisis doormaakt. Vorig seizoen verliet het gezelschap goeddeels de Amsterdamse Stadsschouwburg en betrok het een nieuw eigen huis; de mogelijkheid flexibel te programmeren was daarvan het evidente voordeel. Bovendien beschikte men eindelijk over het zo begeerde 'zwarte doos'-theater, zonder dwingende toneellijst en beperkende zichtlijnen, waarin eindelijk alleen artistieke overwegingen de mise-en-scène zouden gaan bepalen. Dat de mogelijkheden van het gebouw het eerste seizoen nauwelijks werden benut, wekt weliswaar enige verbazing, maar doet niets af aan de redelijkheid van de motieven voor de verhuizing.

Maar die heeft de impasse waarin het gezelschap klaarblijkelijk verkeert niet kunnen oplossen. Daarom heeft men De Toneelfabriek in het leven geroepen, een project dat nu aanvangt met Prometheus en dat bestaat uit het uitbrengen van voorstellingen - precies dus datgene wat een gesubsidieerd toneelgezelschap hoort te doen. Men heeft er de geuzennaam 'fabriek' voor bedacht, men gaat het aantal premières opvoeren en men wil tevens dat de buitenwacht inziet welk een bijzondere impuls het gezelschap hierdoor ondergaat.

Misschien is dat zo, misschien blijkt het althans zo uitgepakt te hebben, als aan het eind van het seizoen en het project de balans kan worden opgemaakt. Maar vooralsnog wekt het gezelschap de indruk een verandering aan te kondigen die helemaal geen verandering is, maar gewone taakuitvoering, en die, gezien het grotere aantal premières, eerder zou kunnen leiden tot kwaliteitsvermindering dan tot verbetering. Wellicht doet de vermeende vernieuwing in psychologisch opzicht wonderen maar te vrezen valt dat toch vooral de onhelderheid ervan schaadt: een gezelschap doet er immers goed aan zich zo duidelijk mogelijk 'in de markt' plaatsen, zoals dat tegenwoordig heet.

Goed, we doen maar net alsof er niets aan de hand is en bezien Prometheus, geregisseerd door Titus Muizelaar, de geestelijke vader van De Toneelfabriek. Het is een mooie voorstelling geworden. Behalve de titelheld, vertolkt door Hans Kesting, is het decor van Paul Gallis hoofdpersonage. Gallis heeft de toneelvloer bedekt met een dikke laag klei en daarboven een tentdoek vol gaten gehangen. Een sproei-installatie voorziet bij tijd en wijle in een kille regenbui, wat rookflarden en een even schimmige als grimmige belichting (van Kees van de Lagemaat) vervolmaakt een werkelijk prachtig theatraal beeld.

In het midden hangt de steen des aanstoots van Zeus: aan de klip van Zijn wraak, kruisgewijs aan ketenen geklonken, het hoofd bijna verdwijnend in Gallis' dreigende wolkendek. Muizelaar ziet in Prometheus, gestraft omdat hij de mens het vuur heeft gebracht, onmiskenbaar een Christus. Met zijn lange slierthaar, vlassige gezichtsbeharing, naakte torso en benen beantwoordt Kesting precies aan het iconografische beeld van de Verlosser. Hij, strijder tegen corruptie en tirannie, is een geboren martelaar. Liever trotseert hij zijn gruwelijke lot dan dat hij zijn principes verloochent. Hij is absoluut iemand om een voorbeeld aan te nemen.

Kesting speelt hem overtuigend, al was het maar omdat hij een voorstelling lang inderdaad in die netelige, stramme spieren veroorzakende houding hangt. Zijn pijn is zichtbaar. Minder gelukkig is het spel van het koor (Malou Gorter, Janni Goslinga) en van de soms onverwacht geëxalteerd uitpakkende Celia Nufaar als de priesteres Io. Maar decor en Kesting en niet te vergeten de verrukkelijke vertaling van Gerrit Komrij ('wreed aan die bitter-kille klip te klinken') overheersen gelukkig. Prometheus is een mooi begin van die rare Toneelfabriek.

    • Pieter Kottman