Reis om de aarde in een balloncapsule

Ballonvaarder Henk Brink moet nog zeker vijf dagen wachten op het startsein van het KNMI. Pas wanneer het weer het toelaat kunnen hij en bemanningslid Wim Hageman met hun balloncapsule opstijgen naar een hoogte van 12 kilometer om als eersten in de wereld non-stop rond de aarde te varen.

OUDE MEER, 23 JAN. Van een ballonmandje is geen sprake meer. Vier jaar en tienduizenden manuren waren nodig om een prototype balloncapsule te maken die Henk Brink en zijn bemanningslid Wim Hageman binnenkort als eersten non-stop de wereld rond moet brengen. De Amerikaan Steve Fosset is wel op de 'ouderwetse' manier de lucht in gegaan, maar hij strandde twee weken geleden op een bevroren meer in Canada. “Steve dacht me even te snel af te zijn”, meent Henk Brink die niets aan het toeval overlaat. De helicopterpiloot en vlieginstructeur uit Tienhoven liet voor ruim acht miljoen gulden een ballon met capsule maken.

De tot Unicef Flyer gedoopte ballon had al een wereldreis gemaakt voordat hij in Nederland arriveerde voor de eigenlijke tocht rond de aarde. De in Engeland vervaardigde ballon, die zeventig meter hoog is, werd op Cape Kennedy getest. Voor het eerst in de geschiedenis gaf de NASA de spaceshuttle-hangar in bruikleen. Na de test in de Verenigde Staten is de ballon naar een Fokker-hal in Oude Meer vervoerd. Opgevouwen in een kist zo groot als een container ligt de ballon een paar meter bij de capsule vandaan. In afwachting van het telefoontje van het KNMI.

Het meteorologisch instituut bekijkt of de atmosferische omstandigheden goed genoeg zijn voor de wereldreis en bepaalt daarmee de datum van vertrek. Brink maakt gebruik van de straalstromen rond de wereld. Die liggen op een hoogte van ongeveer twaalf kilometer en bewegen zich voort met snelheden tussen de 200 en 400 kilometer per uur. Als de luchtballon in zo'n jet-stream komt, kan hij zich rond de wereld laten drijven. Brink wacht tot de stroom zich in een rechte baan rond de aarde beweegt. Mochten er veel bochten in zitten, dan maakt de ballon een omweg. Ook moet het op de grond bijna windstil zijn voor een vertrek in de vereiste verticale positie.

De apparatuur van de capsule is identiek aan die van een verkeersvliegtuig. “Als je er vleugels aan zet, kun je zo wegvliegen”, legt Brink uit. Hij vervolgt over de noodzaak van de cabine (5,5 bij 3 meter): “De luchtdruk is op 12 kilometer hoogte 0,2 bar in plaats van 1 bar op aarde. De zilveren isolatie aan de buitenkant is tegen de kou. Daarboven vriest het wel zestig graden”. Om zeker te zijn van een goede isolatie testte Brink zijn capsule in een koelcel. “En gelukkig maar”, zegt 52-jarige Tienhovenaar. “De leidingen voor de propaantoevoer bevroren waardoor de motor niet kon worden herstart. Dat had ik in de lucht niet willen meemaken, dan waren we niet ver gekomen.”

Zo'n probleem kende ook het beruchte ruimteveer Apollo 13 waarvan de bemanningsleden in 1970 aan de dood ontsnapten. Vorig jaar draaide de verfilming van het NASA-drama in de Nederlandse bioscopen, met Tom Hanks in de hoofdrol. De producent hoorde van Brinks voornemen en bood hem een videoband van Apollo 13 aan. “De sfeer komt overeen met wat wij doen.”

In de film moest de hoofdrolspeler het op het laatste moment zonder een van zijn bemanningsleden stellen. Wat dat betreft vertoont niet alleen de sfeer maar ook het verloop van het Apollo-drama overeenkomst met die van Brinks poging. Brink onderging hetzelfde lot. Boordwerktuigkundige Wout Bakker haakte vlak voor Kerst af, “om strikt persoonlijke redenen”. Brink besloot geen vervanger te zoeken: “Het was één minuut voor twaalf, tijd om de puntjes op de i te zetten. Het is qua werkdruk makkelijker om met z'n drieën te zijn, maar met twee kan het ook. Een nieuw bemanningslid op zo'n korte termijn is niet wenselijk.”

Ter verklaring wijst Brink op de effecten van een langdurig verblijf in de kleine capsule. In 1986 stak hij met zijn vrouw en Hageman als eerste Europeanen de Atlantische oceaan over. Twee jaar later monteerden Brink en Hageman een motor aan de toenmalige balloncapsule en voeren vanaf Canada over de oceaan naar huis. “Dat duurde 21 dagen met windkracht tien in de golven. Op een ochtend gebruikte ik per ongeluk het ontbijtbordje waar 'Wim' op stond. We hebben toen vijf dagen niet met elkaar gesproken.”

Ook de Brit Richard Branson wil een recordpoging ondernemen. Hij heeft aanzienlijk minder financiële problemen. Brink: “Branson heeft alles. Condoomfabrieken, hotels, een eigen spoorlijn en wodka-merk, noem maar op. Richard heeft tien miljoen gulden aan technici uitgegeven, terwijl wij het met vrijwilligers doen.” In nog geen jaar tijd fabriceerde Branson een tweede capsule. Brink vreest de concurrentie niet. “Branson mist belangrijke apparatuur en tijd om zijn ballon te testen.” Trots toont hij een labtop-computer waarin een digitale wereldkaart is opgeslagen. “Richard moet met een weekendtas vol landkaarten aan boord”, zegt Brink lachend.

De ballonvaarder hoopt dat een vergelijking met de Apollo 13 niet verder opgaat. De Amerikaanse astronauten maakten een landing in de oceaan. De Nederlanders vliegen 20.000 kilometer boven water. Brink spreekt van geluk dat hij niet eerder is opgestegen. “Begin december dachten we: als het KNMI belt, dan gooien we het gereedschap neer en zien we wel waar we terecht komen. Als we toen waren vertrokken en een noodlanding in de oceaan hadden gemaakt, zouden we binnen een half uur dood zijn geweest.”

Brink zou nog wel een jaar kunnen doorgaan met het aanbrengen van extra veiligheidsvoorzieningen. Maar hij kan niet langer wachten. “De risico's zijn geheel voor onze eigen rekening. Het is geen lijndienst die op Schiphol wordt omgeroepen: 'Willen de passagiers voor vlucht 123, bestemming onbekend, zich naar de uitgang begeven'.”