Niemand kan bewijzen dat het om fictie gaat

Als Yigal Amir nu maar eerst naar Carola Kloos geluisterd had, dan had hij begrepen dat de goddelijke belofte van het land Israel aan de joden op een misverstand berustte, en dan had Rabin nu nog geleefd. Was het maar zo eenvoudig.

In de eerste plaats is de bewering dat “de vroegste bijbelse geschiedenis inclusief de verovering van Kanaän door Jozua op fictie berust” door Kloos helemaal niet wetenschappelijk onderbouwd. Wat zij alleen kan zeggen, is dat er geen ondersteunende bevestiging kan worden gevonden uit niet-joodse contemporaine bronnen.

Er is geen externe evidentie voor de stelling dat de eerste boeken van de bijbel (inclusief de eerste profeten) de vroegste geschiedenis naar waarheid beschrijven. Er is dus ook geen bewijs voor de stelling dat er sprake is van een mythe, want ook daarvoor zouden wij falsifiërend extern materiaal nodig hebben.

Als wij uitgaan van het standpunt dat wij het waarheidsgehalte van deze eerste geschiedenissen niet kunnen beoordelen, dan maakt het mij wel nieuwsgierig hoe Kloos zo zeker weet dat Jakob geen twaalf zonen had. Als er geen externe bronnen zijn, hoe komt Kloos dan tot de opmerkelijke uitspraak dat hier van “een constructie” sprake is? Heeft zij haar eigen bronnen?

Overigens heeft Ezra, toen de bijbelboeken schriftelijk gecanoniseerd werden, echt geen opdracht gegeven aan enige ghost writers om een leuke en ideologisch verantwoorde geschiedenis bij elkaar te schrijven. Bijna alle teksten bestonden natuurlijk al in een orale traditie en zijn gebundeld. De vele herhalingen, de inconsistenties tussen vele verhalen, en de onverbloemde beschrijving van vele nare trekjes van hoofdpersonen en met name de constante afvalligheid van het 'ware geloof' zijn even zovele signalen dat het hier gaat om de optekening van oudere authentieke teksten.

Overigens is het bekend dat zowel in de joodse als de islamitische traditie er vele geleerden zijn die de hele thora of koran woordelijk uit het hoofd kennen. Het memoriseren van lange teksten was zeker vroeger een blijk van geleerdheid. Ook hier zouden wij graag weten hoe Kloos 'weet' dat de bijbelschrijvers niet schroomden de bronnen naar hun hand te zetten, c.q. aanvullingen en censuur toe te passen? Beschikt zij over materiaal dat zij ons en de wetenschap onthoudt of gaat het hier om interpretaties ontsproten aan de eigen fantasie?

Vanuit een wetenschappelijk-methodologische oogpunt is er dus wel wat af te dingen op Kloos' bijdrage. Er is echter meer.

Wanneer aan Ezra het nastreven van een 'strenge apartheid' wordt toegeschreven, wordt hiermee zonder blikken of blozen een modern twintigste eeuws begrip met een zeer onsympathieke connotatie getransponeerd naar een Jeruzalem van 500 voor Christus. Deze truc is demagogisch.

Voor een juiste beoordeling van Ezra dient hij natuurlijk in de context van zijn tijd en de cultuur van de omliggende volkeren te worden bezien. Dan blijkt dat het jodendom in die tijd de meest humane en tolerante attitudes voorschreef ten opzichte van de arme, de vreemdeling, de slaaf en de niet-jood. Mensenoffers waren streng verboden. Ook in die tijd was bekering tot het jodendom mogelijk en het gemengde huwelijk kwam vaak voor. Ik wijs bijvoorbeeld op Ruth. Dat wetgeving in het algemeen plaats vond op goddelijke inspiratie geldt voor vele beschaafde volkeren in die tijd. Dat de regelgeving die Ezra voorstond niet meer van deze tijd is, is natuurlijk een waarheid als een koe.

In feite is het echter niet belangrijk of één en ander nu wel of niet echt is gebeurd. Van belang is dat deze 'fictie' of 'mythe' dermate verankerd is in het joodse volk, dat ze op zich een historische factor geworden is. Net zo min als Ezra toevallig 'een oud wetboek, de wet van Mozes' vond, vonden de 'joden die zich vestigden in Israel (bedoeld zal zijn de kolonisten vanaf circa 1880)' in de Bijbel opeens hun 'vaderlandse geschiedenis'. Dat was zij reeds sinds Ezra. Hier ligt de basis voor de gebeden die joden dagelijks (minstens) sinds het begin van de Diaspora, dus reeds meer dan tweeduizend jaar, uitspreken en waarin zij wensen terug te keren naar Jeruzalem en Zion.

De a-historische analyse van Kloos miskent dat zelfs wanneer een bepaalde geschiedenis een fictie zou zijn het een historische factor van belang kan zijn, die uit de wereldgeschiedenis niet valt te elimineren.

De tragiek is dat de gewijde grond nog door enige andere stromingen op grond van 'ficties' worden opgeëist. In de eerste plaats is daar het christendom met zijn sterke claim. Ook voor het bestaan van Jezus is geen externe contemporaine evidentie aan te wijzen, terwijl de Evangeliën volgens de moderne wetenschap minstens vijftig jaar later zijn opgetekend. Het behoeft dan ook geen betoog dat er geen enkele wetenschappelijke rechtvaardiging is voor de situering van de meeste christelijke heilige plaatsen zoals Geboorte- en Grafkerk. Die situering is een beslissing van Helena, de moeder van Constantijn de Grote in 324 na Christus.

In de tweede plaats is er de islam, die haar rechten ontleent aan een visioen van Mohammed, waarin hij vanuit de Arabische woestijn in de nacht naar de Tempelberg werd vervoerd, vanwaar hij ten hemel opsteeg voor een kort bezoek. In de koran wordt niet Isaäk maar Ismaël bestemd voor het brandoffer van Abraham, dat volgens de joodse traditie op de Tempelberg wordt gesitueerd. Ook hier kunnen we in de woorden van Kloos rustig van ficties spreken.

De vraag is echter wat de oud-testamentica voor doel had met haar stuk. Er wordt gesuggereerd dat de bewoners van Israel eigenlijk streven naar de terugkeer van “strenge apartheid” op basis van een fictie. Per implicatie geldt dit dan eigenlijk voor het hele joodse volk gedurende de diaspora. De bestaansgrond zelf van de staat Israel berust op een fictie.

Daarom is de bijdrage van Kloos niet alleen onwetenschappelijk, maar ook a-historisch en incompleet omdat ze de joodse fictie, waarvoor in ieder geval nog een heel (archeologisch aantoonbaar) Tempelcomplex valt aan te wijzen, niet vergelijkt met rivaliserende christelijke- en islamitische ficties. Enige dagen geleden schiep Arafat weer een nieuwe fictie: Jezus als de eerste Palestijn. Ik ben benieuwd naar de visie van mevrouw Kloos.

    • B.M.S. van Praag