Moslimdorp wil na 'Dayton' niet onder de Serviers leven

KOVACEVICI, 23 JAN. De pen van president Alija Izetbegovic is per ongeluk even uitgeschoten toen hij in Dayton de nieuwe landkaart van Bosnië tekende, zeggen ze in Kovacevici met een zuur lachje. Het is een van de zes moslimdorpen in het noordoosten van Bosnië die volgens het vredesakkoord binnen twee maanden onder Servisch bestuur komen te vallen.

Vier jaar lang hebben ze er de Servische beschietingen doorgemaakt. Bijna een vijfde van de achtergebleven inwoners is daarbij omgekomen. Het dorp is grotendeels verwoest. Nu de vrede is getekend het bestuur aan de oude vijand overdragen - dat is ze te veel gevraagd. “Daar hebben we niet voor gevochten”, zeggen ze in Kovacevici.

De grillig slingerende frontlijn tussen Tuzla en Zvornik is op de kaart van Dayton strakgetrokken, als een riviertje dat is gekanaliseerd; Kovacevici en vijf andere dorpen in de meanders vlak achter het oude front kwamen aan Servische kant van de gedemilitariseerde zone of separation (ZOS) terecht.

Naar het waarom van deze herverkaveling is alleen te gissen. Amerikaanse Dayton-gangers hullen zich in zwijgen, evenals de Bosnische regering. Lokale autoriteiten zeggen dat de regering in Sarajevo de dorpen heeft “opgeofferd in ruil voor terreinwinst elders in Bosnië”. Volgens een Amerikaanse diplomaat in Tuzla onderhandelen de moslims en de Bosnische Serviërs achter gesloten deuren nog steeds over het precieze grensverloop, maar ligt de zaak “te gevoelig” om er iets over te kunnen zeggen.

Kovacevici is een verzameling Bosnische confectiehuizen - gestucte kubussen van twee verdiepingen onder een rood pannendak. Het dorp ligt tegen de wand van een ondiep trechterdal dat ze het Witte Land noemen omdat er veel zand in de bodem zit. De vallei kan zo in een toeristenbrochure - als je je ogen samenknijpt zie je de loopgraven langs de hellingen niet, en evenmin dat er geen huis meer heel is. Aan de overkant van het dal, vlak onder de kam, stond de artillerie waarmee de Serviërs Kovacevici sinds 1992 dagelijks beschoten.

Een regeling van het bestuur over de zes dorpen is cruciaal voor het welslagen van 'Dayton'. Nu de Bosnische partijen zich hebben teruggetrokken aan weerszijden van de gedemilitariseerde zone, moeten zij ook hun andere beloften waarwaken: ontmanteling van paramilitaire groepen, de overdracht van gebied, het laten terugkeren van vluchtelingen of hen schadeloosstellen als terugkeer niet mogelijk is, en het meewerken aan onderzoek naar oorlogsmisdrijven. Westerse militairen, diplomaten en hulpverleners noemen de afgelopen 'militaire fase' unaniem “doodeenvoudig vergeleken bij de problemen die nu op ons afkomen”.

Pagina 5: 'Als Sarajevo ons dwingt dit te accepteren, gaan we vechten'

“Dit is ons dorp”, zegt Dzevad Kahrimanovic, die in Kovacevici de rol van burgemeester vervult. In de zomer van 1993 verloor hij zijn vrouw en elfjarige dochter toen een granaat hun huis trof. Hijzelf en zijn zoon raakten gewond. “We zullen demobiliseren zoals onze regering in Dayton heeft beloofd, we zullen hulp zoeken om onze huizen te herbouwen en we zullen nieuwe middelen van bestaan vinden. Maar we zullen hier geen Serviërs dulden en we gaan hier niet weg; wij hebben hier altijd gewoond en niemand anders.”

Voor de oorlog woonden er duizend mensen in de 160 huizen van het dorp. Driekwart van hen is uitgeweken, naar de provinciehoofdstad Tuzla of naar Duitsland en Oostenrijk, waar velen familie hebben wonen. Van de 250 achterblijvers zijn er in vier jaar 45 omgekomen; een veelvoud raakte gewond.

Terwijl de Bosnische Serviërs overdag met grote nauwkeurigheid vanaf de heuvelkam hun granaten door het dorp lieten wandelen, schuilden de dorpsbewoners in hun kelders. Alleen 's nachts konden zij koken; dan konden de Serviërs de rookpluim niet zien die verried in welk huis nog iemand woonde. Vier jaar lang hebben de achterblijvers in Kovacevici onafgebroken Russische roulette gespeeld. Twee maanden na de laatste granaat schuifelen zij door de straatjes, nog steeds daas maar onvermurwbaar.

'Dayton' verplicht hen niet te vertrekken. In theorie zouden de zes moslimdorpen - Kovacevici, Mahmutovici, Selimovici, Handjelici, Zaseok en Nezuk - onder Servisch bestuur zelfs kunnen aantonen dat de twee bevolkingsgroepen in 'het nieuwe Bosnië' wel degelijk opnieuw kunnen samenleven. Maar de moslims van Kovacevici hebben hun vermoedens over de praktijk van zo'n samenleving: nieuwe Servische terreur, maar dan van nabij. Dus zullen ze het niet zover laten komen, zeggen ze. Kahrimanovic: “Als onze regering ons dwingt dit te accepteren, zullen wij opnieuw de wapens opnemen.”

Resul (21) pakt zijn plunjezak. Hij heeft hier vier jaar achter een stuk 20 mm-geschut gestaan en gaat nu naar Tuzla. “Ik ging het leger in zonder militaire opleiding; die wil ik nu alsnog afmaken”, zegt Resul.

Zineta Suljic (56) heeft niet veel te willen. Zij leeft nog steeds van een maandelijks hulppakket. Haar man en haar oudste zoon wonen in Novi Sad, maar ze heeft al bijna een jaar niets meer van hen gehoord. Haar jongste dochter is geestelijk gestoord, een tweede dochter is naar dorpsmaatstaven te oud om te trouwen en haar derde dochter, Hana, is vorig jaar gedood toen een granaat de militaire kantine raakte waar zij koffie schonk. Zelf lijdt Zineta aan slapeloosheid en een extreem hoge bloeddruk. Zij mag geen koffie drinken van de dokter, maar doet het toch. “Dit alles is Gods wil”, zegt Zineta.

En Hij is ook goed voor haar geweest, weet ze. Kort na Hana's dood verschenen er twee soldaten van het Bosnische regeringsleger aan haar deur, “mooi als gouden appelen”. Zij maakte koffie en roosterde twee maïskolven, maar ze wilden eten noch drinken. De soldaten zetten haar radiootje uit en vroegen of het goed met haar ging. Daarna vertrokken ze. Nooit eerder had Zineta de twee gezien en nooit zou ze hen terugzien. Maar sindsdien spreekt ze over hen als “de Goeden”. “Ze waren gestuurd uit de andere wereld, als troost. Ik voel me hier nu veilig.” De bewoners van Kovacevici moeten maar willen niet op Bosnisch-Servisch gebied wonen. Voor de tienduizenden gevluchte moslims die in deze frontzone hun toevlucht hebben gezocht geldt het omgekeerde: zij willen in het gebied waaruit de Serviërs hen in 1992 hebben verdreven hun oude leven gaan oppakken, maar het is de vraag of dat kan. Sommigen wonen in tenten en zelfgebouwde hutjes in het bos, anderen bij familie of in het huis van een gevluchte Serviër.

Zij behoren tot de circa twee miljoen 'ontheemden' van de Bosnische oorlog die volgens de Dayton-akkoorden hetzij moeten terugkeren hetzij een schadevergoeding moeten ontvangen. Over hun lot hield de vluchtelingen-organisatie van de Verenigde Naties (UNHCR) vorige week in Genève een conferentie. Maar UNHCR-chef Sadako Ogata temperde onmiddellijk de verwachtingen: “Een gefaseerde en georganiseerde terugkeer kost minimaal twee jaar”, zei zij. “En velen kunnen zich maar beter geen illusies maken; er moet wel iets zijn om naar terug te keren.”

Abdulah Secerbegovic maakt zich wel degelijk illusies. Tot 1992 was hij technisch directeur van de aluminiumfabriek in Zvornik, een stad aan de grens tussen Bosnië en Servië, waar ruim 50.000 moslims woonden op een totaal aantal inwoners van 80.000. Nu zijn Zvornik en omstreken etnisch volledig gezuiverd. “Wij hebben deze vrede geaccepteerd onder voorwaarde dat wij naar onze huizen kunnen terugkeren en dat zullen we doen ook”, zegt hij.

Binnen zes tot negen maanden moeten volgens het Dayton-akkoord in Bosnië verkiezingen worden gehouden. Uitgeweken moslims mogen in hun oude district stemmen. “Dan kiezen wij in Zvornik ons eigen bestuur dat onze belangen zal dienen”, zegt Secerbegovic. “Ik heb al een paar keer gedroomd dat ik terugkeer in mijn oude baan op de aluminiumfabriek.”

Maar gelooft hij werkelijk dat de Bosnische Serviërs de etnische zuiveringen ongedaan zullen maken? “Daar gaat het niet om”, zegt hij. “Het gaat erom of wij nog wel met hen willen samenleven.” En als zijn droom toch niet uitkomt? “Dan is het Dayton-akkoord verbroken; dan heeft de internationale gemeenschap ons verraden. Als ons bestuur niet wordt erkend, zullen wij andere methodes kiezen dan de vreedzame.”

Van de overkant van het dal klinken hamerslagen door de winterochtend. De geëvacueerde bewoners van een Servisch dorpje zijn teruggekeerd en herstellen hun daken.