Kritiek rechter op verwijdering junk

AMSTERDAM, 23 JAN. De rechtbank in Amsterdam heeft de gemeente Amsterdam gewaarschuwd niet lichtzinnig drugsverslaafden een verwijderingsbevel op te leggen. De rechtbank heeft een drugsverslaafde in het gelijk gesteld die beroep had aangetekend tegen het gemeentelijk bevel dat hij zich gedurende 14 dagen niet mocht ophouden in Ganzenhoef in de Amsterdamse Bijlmermeer.

In de periode september tot half november 1994 had hij reeds vijf maal een bevel gekregen om zich gedurende 8 uur uit het gebied te verwijderen omdat hij openlijk drugs gebruikte en openlijk over voorwerpen beschikte die tot het gebruik dienden. Toen deze maatregel niet hielp, werd de man in december 1994 te verstaan gegeven dat hij zich twee weken niet in het Ganzenhoef-gebied mocht vertonen. Hij raakte in de problemen omdat hij niet bij de stichting Streetcornerwork Ganzenhoef, dat hij als adres gebruikt, zijn uitkering kon ophalen.

Het 8-uursbevel en de 14-dagen maatregel worden in Amsterdam gehanteerd om overlast van drugsverslaafden tegen te gaan. Ganzenhoef is een van de zes gebieden waar volgens de gemeente een zogenoemde 'noodtoestand' heerst omdat verslaafden overlast veroorzaken. Ook ondermeer de Nieuwendijk, de Zeedijk en het Waterlooplein zijn tot noodgebieden verklaard.

Maar volgens de rechtbank baseert de gemeente zich ten onrechte op de artikelen 172 en 175 van de Gemeentewet als rechtvaardiging voor een verwijderingsbevel. Op grond van artikel 175 mag de gemeente ingrijpen wanneer sprake is van oproerige beweging, ernstige wanordelijkheden of rampen danwel grote vrees daarvoor. “De ten gevolge van eisers druggebruik veroorzaakte- en te verwachten verstoringen van de openbare orde in het betreffende gebied leveren, hoe ernstig die overlast ook moge zijn, evidentelijk niet een situatie op als hier bedoeld”, en de 14-dagen maatregel gaat de 'lichte bevelsbevoegdheid' waarvan in artikel 172 sprake is, te buiten, aldus het vonnis. De gemeente wil na bestudering van het vonnis reageren.

In maart vorig jaar maande minister Dijkstal (binnenlandse zaken) Amsterdam al tot terughoudendheid nadat uit onderzoek was gebleken dat de gemeente niet zelden schroomde het verwijderingsbevel toe te passen. “Ik stel mij op het standpunt dat dit gebruik, conform de bedoeling van de wetgever, beperkt dient te blijven tot uitzonderlijke, onvoorziene situaties van lokale 'noodtoestand' ”, aldus de brief van Dijkstal vorig jaar maart aan burgemeester Patijn.

Op dit moment onderzoeken Binnenlandse Zaken en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten of de Algemene Plaatselijke Verordening zodanig kan worden aangepast dat, in geval van ordeverstoring, niet meteen naar een noodmaatregel hoeft te worden gegrepen.