Het Parool en de stad

AMSTERDAM. Er bestaat een aflevering van Kapitein Rob waarin de hoofdfiguren in opstand komen tegen het plan van de Parool-redactie om de strip uit de krant te verwijderen. Kapitein Rob, Peer de Schuymer, Willy en Marga, Skip, professor Lupardi en zijn assistent Yoto, ze klimmen allemaal uit hun portretten, stappen met de tekenaar op een Amsterdamse tram - dit alles speelt kort na de oorlog - en belanden ten slotte op een heuse vergadering van de toenmalige kopstukken van Het Parool. En dan komt er een fantastische tekening: we zien kapitein Rob op het échte Parool tussen de échte directeur Wim van Norden en de hoofdredacteur Van Heuven Goedhart, we ontwaren tussen de aanwezigen Henri Knap en een jeugdige Simon Carmiggelt, en rechts in een hoek zit een knappe jonge vrouw met donker haar: Jeanne Roos, de latere grand old woman van de krant. Nu, negenenzeventig jaar oud, zegt ze: “Ik hoop dat ik eerder dood ben, dat ik de ondergang van het Parool niet meer hoef mee te maken.”

Terwijl we er allemaal babbelend omheen staan dreigt zich in de hoofdstad een drama te voltrekken dat ver uitstijgt boven oplagecijfers en arbeidsplaatsen alleen: de verdwijning van de enige echte Amsterdamse stadskrant. Het Parool verkeert in de gevarenzone, en als er de komende twee weken niet een paar verstandige beslissingen worden genomen heeft de Amsterdamse samenleving binnen enkele jaren geen eigen broedplaats meer voor nieuws, meningen en opinies. En dat is des te ernstiger omdat die broedplaats Het Parool heet.

De meeste kranten zijn burchten, die al vijftig, honderd of tweehonderd jaar bestaan. Het Parool was typisch de krant van één generatie. “Wij zijn gewoon met z'n allen in 1945 begonnen om een krant te maken, en met zo'n enthousiasme dat die krant twintig jaar lang het baken van journalistiek Nederland was”, zegt Jeanne Roos. “Achteraf gezien zijn die jaren een beetje als een waas aan me voorbij gegaan. We hadden in het verzet gezeten, we waren ondergedoken, we hadden allemaal geleden onder de oorlog. Maar nu was de vijand verslagen, de satan was dood, we hadden gelijk gekregen. En we waren jong, we begonnen te leven. In die euforie is Het Parool ontstaan.”

Tegelijk was Het Parool, naast een groot landelijk dagblad, ook een onnavolgbare stadskrant. Jeanne Roos had bijvoorbeeld van 1955 tot 1972 een onnavolgbare ideeënrubriek, 'Tip van Roos', waarin nieuwigheden als paté, Franse kaas en salades werden geïntroduceerd, en beschouwingen stonden over de manier waarop men de vakantiebagage op de scooter moest bevestigen. “Het Parool heeft binnen de stad nooit een duidelijke doelgroep gehad, zoals het Handelsblad en de Volkskrant. Alleen: één op de drie Amsterdammers las die krant, dus de doelgroep was gewoon de stad zelf, van de Apollolaan tot de Pijp. En dat gaf de krant ook zo'n gezellige mengeling tussen intellectuele en gewone, aardige dingen.” De problemen bij het huidige Parool zijn voor een deel aan het beleid van de krant zelf te wijten, en niemand zal dat ontkennen. Het Parool zou waarschijnlijk gered zijn als het blad als ochtendkrant zou kunnen verschijnen, als aangenaam alternatief voor de Volkskrant. In de jaren vijftig werd er binnen de redactie al over een ochtendkrant gesproken, omdat men toen al verwachtte dat de mensen 's avonds steeds meer televisie zouden gaan kijken. Maar het is er nooit van gekomen, en alleen al om allerlei druktechnische redenen ligt deze gouden greep tegenwoordig buiten de mogelijkheden. (Hoewel, als het concern echt zou willen...)

Een ander probleem is de generatiebreuk van de jaren zestig. “We waren eufoor, ja. Maar iedere vierde mei hoorden we meer, en langzamerhand werd die euforie vermengd met een ongelofelijk verdriet. En met verbetenheid. Er ontstond een enorme haat, tegen het communisme, en welke andere vorm van dictatuur dan ook.”

Het Parool was dus tegen provo's, tegen universiteitsbezetters, en tijdens de Vietnam-oorlog stond de krant pal aan de zijde van de Amerikaanse bevrijders. Het gevolg daarvan was dat de jaren-zestiggeneratie massaal voor de ex-katholieke Volkskrant koos, die even eerder nog met steun van Het Parool op de been was gehouden. Jeanne Roos: “De jonge generatie heeft Het Parool afgezworen omdat de krant een produkt van de wereldoorlog was, en niet meeging in de hunne.”

Maar de krant had ook andersoortige problemen, en die vormden weinig anders dan een weerspiegeling van de problemen van de stad. In de jaren zestig waren de prognoses van Het Parool nog gebaseerd op een hoofdstad met meer dan een miljoen inwoners. Maar het overloopbeleid kwam, de kaders uit de buurten vertrokken naar Purmerend en Lelystad, maar hun Parool-abonnementen verhuisden niet mee. “Het Parool heeft wanhopige pogingen gedaan om die mensen achterna te hollen”, vertelt Jeanne Roos. “We hebben een dodelijke concurrentie gevoerd met Het Nieuws van de Dag. Die slag hebben we gewonnen, maar daarvoor zijn we wel op onze hurken gaan zitten. Ik heb in de jaren zeventig wel meegemaakt dat géén van mijn vrienden en kennissen Het Parool nog wilde lezen, en dat ze je uitlachten als je er werkte. Dat is nu wel anders. Je kunt van de huidige hoofdredacteur zeggen wat je wilt, maar Sytze van der Zee heeft het Parool weer aanzien gegeven.”

Alleen: twintig jaar is lang. Zeker twintig jaar verkeerde Het Parool in een soort sociaal en intellectueel niemandsland, zonder heldere doelgroep die de krant trok, zonder jonge generatie die de krant duwde, zonder een stad waarmee de krant zich helder identificeerde. Dat is nu inderdaad anders. Het Parool heeft weer alle kwaliteit in huis, iedereen erkent dat, maar de lezers willen zich niet meer binden. Het is dan ook niet de vraag of Sytze van der Zee en de zijnen het goed gedaan hebben. Het is vooral de vraag of hun komst, achteraf gezien, niet te laat was om het onthechtingsproces tussen Het Parool en de stad nog te keren.

Wat op dit moment vooral opvalt aan het bijna verdrinkende Parool is de eenzaamheid waarmee deze krant haar strijd voert. Dat heeft voor een deel met de richtingenstrijd binnen die krant zelf te maken. Onthechting is echter ook een proces tussen twee partijen. En de stad kán een rol spelen om dat proces te keren. Of is het begrip 'Amsterdam' zo vluchtig geworden dat de stad zonder slag of stoot zijn enige eigen krant zal laten glippen? Slaapt de elite zo diep?

    • Geert Mak