Europijn

In het laatste bedrijf van het drama Fokker is geen hoofdrol meer weggelegd voor de bewindsman van Economische zaken. Zijn collega Zalm, die op de schatkist past, heeft dat ongetwijfeld aan minister Wijers duidelijk gemaakt. Elke gulden die de Nederlandse overheid nog uittrekt om delen uit de failliete Fokkerboedel te redden, doet het tekort op de rijksbegroting verder stijgen. Hoe groter dat tekort, hoe meer de overheid moet lenen. En de overheidsschuld is al veel te hoog. Zij neemt dit jaar met 16 miljard toe tot 519 miljard gulden. Omdat het binnenlands produkt (bbp) dit jaar met 23 miljard groeit, daalt de schuldquote (de schuld als aandeel van het bbp) in de loop van 1996 marginaal, van 79 tot 78,6.

Dat gaat veel te langzaam. Over twee jaar wordt aan de hand van vijf criteria beoordeeld welke lidstaten van de Europese Unie kunnen toetreden tot de Economische en Monetaire Unie (EMU). Op dit moment voldoen uitsluitend Luxemburg en Ierland aan alle voorwaarden. Nederland schiet in één opzicht ernstig tekort: onze schuldquote - nu 79 procent - mag niet hoger dan 60 procent van het bbp zijn. Die kloof van negentien procentpunten kan nooit binnen twee jaar worden overbrugd. Dat hoeft ook niet. Het verdrag van Maastricht bepaalt dat het voldoende is dat de schuldquote van een land in bevredigend tempo daalt in de richting van 60 procent. Maar ook dat gebeurt niet. Sinds in 1988 een einde kwam aan de pijlsnelle stijging van deze grootheid, is de schuldquote voortdurend rondom de 79 procent van het bruto produkt blijven hangen.

Als een van de weinigen lijkt minister Zalm te beseffen dat deelname van ons land aan de EMU helemaal niet zo vanzelfsprekend is als bijna iedereen lijkt te denken. Onze hoogmoedige internationale aspiraties komen binnenkort wellicht opnieuw voor de val. Elke keer wanneer gezaghebbende politieke of monetaire autoriteiten beklemtonen dat de criteria voor toelating tot de EMU straks strikt zullen worden toegepast, worden de toetredingskansen van Nederland kleiner, tenzij de schuldquote van 1996 op 1997 alsnog duidelijk zakt. Want de volgend jaar bereikte stand van de quote is begin 1998 de maat, aan de hand waarvan EMU-deelname van ons land mede wordt beoordeeld.

De voorbereiding van de cruciale rijksbegroting voor 1997 is inmiddels begonnen. Het zal nog zware strijd kosten, maar stel dat schatkistbewaarder Zalm er met steun van de minister-president in slaagt ook voor 1997 de collectieve uitgaven grotendeels binnen de in het regeerakkoord uitgestippelde perken te houden. Dan komt - bij vier procent groei van het binnenlands produkt - ruwweg vijf miljard gulden vrij voor extra lastenverlichting óf versnelde vermindering van het tekort op de begroting. Wordt deze gehele budgettaire ruimte gebruikt om het tekort te drukken, dan zakt de schuldquote in 1997 van 78,6 tot ongeveer 77 procent van het bbp. Mogelijk is dat voldoende overtuigend om andere lidstaten begin 1998 te doen besluiten ons land tot de selecte EMU-club toe te laten.

Aangezien het kabinet over een paar weken de beraadslagingen over de begroting voor 1997 opent, heeft minister Zalm zijn positie onlangs voor het eerst duidelijk willen markeren. Tijdens een lunchbijeenkomst met de Vereniging van Europese Journalisten stelde hij vorige week dat de schuld van de Nederlandse overheid binnen tien jaar moet worden teruggedrongen tot 60 procent van het bbp. Het was een schot voor de boeg van zijn gewaardeerde collega's, die wellicht liever de collectieve uitgaven opschroeven, of die opnieuw een stuk van de beschikbare ruimte voor lastenverlichting willen bestemmen.

Zuiver zakelijk gezien staat Zalm ijzersterk. Het kabinet heeft in 1995 en 1996 nagenoeg al het in het regeerakkoord voor lastenverlichting bestemde geld (8 miljard gulden) reeds verbruikt. De VVD diende zich dadelijk na de formatie tegenover de eigen achterban te bewijzen als kampioen van de belastingverlaging. De PvdA ging graag mee. Dank zij lagere belastingen neemt de koopkracht in het land toe, wat oproepen tot loonmatiging en bezuinigingen op de sociale uitkeringen voor links en de vakbonden beter verteerbaar maakt. In 1996 zijn vooral de werkgeverslasten verlaagd. Deze maatregel levert volgens het boekje meer banen op. Zowel liberalen als sociaal-democraten zijn daar blij mee. Doordat alle aandacht uitging naar het verlagen van de belasting- en premiedruk, is in de eerste helft van de lopende kabinetsperiode daadwerkelijke verkleining van het tekort te veel verwaarloosd.

Voor het komende begrotingsjaar geeft Zalm daarom de hoogste prioriteit aan extra reductie van het tekort. Maar hij dreigt zijn hand te overspelen. Dat leert een eenvoudige rekensom, die is gebaseerd op het laatste rapport van de Europese Commissie over de Nederlandse economie. Wanneer het binnenlands produkt jaarlijks met vier procent groeit (zoals in 1996 en 1997) en de schuldquote in tien jaar tijd met ruim achttien punten dient te dalen, mag het jaarlijkse tekort van de overheid niet groter zijn dan 0,7 procent van het bbp. Omdat het verschil tussen uitgaven en ontvangsten in 1997 bijna twee procent van het bbp bedraagt, zelfs wanneer alle beschikbare ruimte voor tekortvermindering wordt bestemd, zou het kabinet ingaande 1997 blijvend 7 tot 8 miljard gulden per jaar extra moeten bezuinigen om de schuldquote binnen tien jaar op 60 procent van het bruto produkt te krijgen. Dit vergt aanzienlijke extra ombuigingen (of lastenverzwaringen), waarin het regeerakkoord niet voorziet en die met name voor de PvdA onaanvaardbaar zullen blijken te zijn.

De uitspraken van Zalm hebben opmerkelijk weinig stof doen opwaaien. Omdat de portee ervan bijna niemand direct duidelijk was? Wie de bewindsman ernstig neemt, moet concluderen dat de budgettaire Europijn binnen het kabinet snel zal toenemen. En het is nooit verstandig een minister van Financiën niet serieus te nemen.

    • Flip de Kam