Amir heeft geen spijt van moord op Rabin

TEL AVIV, 23 JAN. Yigal Amir heeft vanmorgen voor de rechtbank in Tel Aviv bekend de Israelische premier Yitzhak Rabin in november te hebben gedood en gezegd daar geen spijt van te hebben. Yigal Amir verklaarde voor de rechtbank dat voor Rabin 'Din rodef' gold, hetgeen betekent dat een onderdrukker volgens de halacha, de joodse religieuze traditie, mag worden gedood. Voorts zei hij dat het niet in zijn bedoeling lag om Rabin als “mens te doden, maar wel als premier”.

De 25-jarige Yigal Amir probeert de indruk te wekken dat hij Rabin niet met voorbedachte rade heeft vermoord, waarop volgens het Israelische strafrecht een levenslange gevangenisstraf staat. Indien de rechtbank daarop zou ingaan kan hij maximaal tot twintig jaar gevangenisstraf worden veroordeeld.

Amir verklaarde voor de rechtbank dat hij zijn pistool richtte op de ruggegraat van Rabin om hem te verlammen. Op de vraag van de president van de rechtbank, Edmond Levy, waarom hij na het eerste schot nog tweemaal schoot antwoordde Amir: “Om zeker te zijn”. Zijn bekentenis ontslaat de aanklager van de noodzaak een groot aantal getuigen à charge op te roepen, waardoor het proces met een snelle veroordeling van Amir kan eindigen.

Yigal Amir ontkende vanmorgen dat er achter de aanslag op Rabin een samenzwering school en zei dat hij alleen had gehandeld. Zijn broer Chakai Amir had echter wel de kogels waarmee Yigal schoot tot dum-dum kogels bijgeslepen.

Beide advocaten van de verdachte werden door de bekentenis van hun cliënt vanmorgen volkomen uit het veld geslagen. Een van de advocaten legde onmiddellijk de verdediging neer. De verdedigers zeiden dat deze, volgens hen te betreuren gang van zaken het gevolg was van het verbod telefonisch met Amir in de gevangenis te communiceren. De rechtbank gelastte aan deze situatie onmiddellijk een einde te maken.

Het proces tegen Yigal Amir is na het horen van twee getuigen tot zondag verdaagd.