Amerikaan wil snel zijn kinderporno terug van justitie

AMSTERDAM, 23 JAN. Tweeduizend dia's van jongetjes die met elkaar stoeien, elkaar masturberen of penetreren. Dat er kinderporno tussenzit zal de eigenaar, de Amerikaanse fotograaf Don Mader, niet ontkennen. Toch wil hij zijn collectie terug voordat per 1 februari het 'in voorraad hebben' van kinderpornografie strafbaar wordt. Na die datum kan justitie de collectie niet meer teruggeven.

Gisteren eiste Mader in een kort geding voor de Amsterdamse rechtbank teruggave van zijn dia's en negatieven. Die werden begin november bij een huiszoeking in beslag genomen, een dag voor de behandeling van de wet op kinderporno in de Eerste Kamer. Mader wordt ervan verdacht deel uit te maken van een crimineel netwerk dat kinderporno vervaardigt en verspreidt.

De avond voor de inval liep Mader toevallig minister Sorgdrager (justitie) tegen het lijf in de garderobe van de Foto Biënnale in Enschede. Hij zei bezorgd te zijn over de wijziging van het wetsartikel op kinderpornografie (240b, Wetboek van strafrecht) die de strafmaat verhoogde naar vier jaar en het in voorraad hebben van kinderporno verbood. Mader zag in Nederland voortekenen van een heksenjacht op pedofielen naar Amerikaans model. Hijzelf, een openlijk voorvechter van pedofilie, zou wel eens doelwit kunnen worden.

Sorgdrager wist kennelijk niet dat Mader de volgende dag, 6 november, in Rotterdam naar het politiebureau was afgevoerd. In de Eerste Kamer trachtte de minister hem een dag later nog gerust te stellen: een heksenjacht was niet aan de orde. “Wat er in het verleden met de heer Mader gebeurde, zal zich niet herhalen”, zei ze, doelend op de inbeslagname van vijftien van zijn foto's in 1987. De Hoge Raad stelde Mader daarbij uiteindelijk in het gelijk.

Het draaide in die geruchtmakende zaak om een nieuwe definitie van kinderporno. Het louter afbeelden van concrete 'seksuele gedragingen' door kinderen is namelijk sinds begin jaren negentig niet langer het enige criterium. Als 'seksuele gedraging' geldt ook een houding die “kennelijk beoogt seksuele prikkeling teweeg te brengen”. Tegenstanders stellen dat mensen door vrijwel alles seksueel geprikkeld kunnen raken. Zo probeerde de Amsterdamse politie onlangs een poster van het filmfestival Cinestud te verbieden omdat er een naakt jongetje met een videocamera was afgebeeld. Dit politie-optreden versterkt de vrees dat een vage definitie van kinderporno aanleiding geeft tot willekeurige vervolging en juridisch geharrewar.

Mader zou deel uitmaken van een criminele organisatie met als oogmerk de verspreiding van kinderpornografie. Het draait daarbij om de uitgeverij 'Ophelia Editions'. Hoofdverdachte is de Amerikaan Lawrence Stanley, in de VS een bekend figuur wegens zijn onthullingen over uitlokkingsoperaties tegen pedofielen door de FBI. Een van de medewerkers van Ophelia is Andrew P., een Brit die in Nederland politiek asiel kreeg omdat hij in Groot-Brittannië werd vervolgd voor een relatie met een 16-jarige jongen. Maria N., Stanley's partner in Ophelia, is een Britse vrouw die problemen met Scotland Yard kreeg omdat zij haar dochters had laten poseren voor een - op zich legaal - fotoboek.

Twee andere verdachten werken niet direct voor Ophelia, onder wie Brian B. De politie kreeg deze illustrator in de peiling toen hij in het Vondelpark nogal opdringerig spelende kinderen fotografeerde. Mader ontmoette Brian B. naar eigen zeggen toen deze berooid uit Frankrijk aankwam. Hij bracht hem in contact met Ophelia Editions, waarna Stanley enkele litho's van hem kocht. Ten slotte is er Van der V., een mede-oprichter van Ophelia die met Stanley in conflict kwam om een lening van 7.000 dollar voor het maken van 'naturistenfilms'. Tegen hem loopt nog een ontuchtzaak.

Mader heeft nu en dan pakketjes meegenomen van Ophelia, naar eigen zeggen voor hooggeplaatste vrienden die liever niet in het adressenbestand van het bedrijf staan. Ook waren er vorig jaar contacten tussen Stanley en Mader over de publikatie van een witboek tegen de wijziging van de wet op kinderpornografie, die onder Kamerleden werd verspreid.

Aanleiding voor het gerechtelijk onderzoek is een partij geïmporteerde Japanse prentenboeken, waarin meisjes in schooluniform en met geschoren schaamstreek zich van hun kleding ontdoen. De douane gaf de partij na vijf maanden vrij, wat Ophelia Editions als een goedkeuring opvatte. Dat was een vergissing, zo bleek. Het ging eerder om wat tegenwoordig 'gecontroleerde doorlevering' heet. Het materiaal dat de politie tijdens de invallen van begin november in beslag nam, valt echter geheel onder de categorie 'kindererotica': kiekjes van blote kinderen zonder waarneembare seksuele gedragingen of buitensporige focus op de geslachtsdelen.

Gezien de onduidelijke banden tussen de verdachten is het onduidelijk of de rechter dit 'netwerk' als 'criminele organisatie' wil beschouwen. Maders raadsman F.H. Koers, momenteel geveld door een ski-ongeval, denkt dat “de politie gewoon op Mader loert”. Hij doelt daarbij met name op het Amsterdamse kinderpornoteam, een afdeling van Jeugd- en Zedenzaken die onderzoekt of er in Nederland een kinderporno-industrie bestaat. Het team zou zich nu richten op zijn 'politieke' tegenstanders: verdedigers van pedofilie en verspreiders van 'onschuldige' kindererotica als Ophelia Editions.

De privé-collectie van Mader is overigens minder onschuldig van aard. Landsadvocaat mr. E.C. Daalder toonde rechtbankpresident R.C. Gisolf gisteren een kleine selectie om te bewijzen dat zijn dia's zich niet tot 'kindererotica' beperken. De politie wilde foto's maken van “bepaalde lichaamsdelen” van Mader om vast te stellen of hij actief aan de diasessies had deelgenomen, aldus de landsadvocaat. De fotograaf weigerde dat.

Maders advocaat mr. G.C. Kruiswijk betoogde dat Mader als publicist over pedofilie de collectie nodig had. Minder verstandig leek het dat hij minister Sorgdrager aanhaalde, toen zij in de Eerste Kamer verzekerde dat de politie niet het recht kreeg bij elke pedofiel huiszoeking te verrichten. Het 'in voorraad hebben' van kinderporno veronderstelt “een zekere pluraliteit”, zo haalde de advocaat Sorgdrager aan.

Landsadvocaat Daalder kopte deze voorzet gemakkelijk in: “Tweeduizend foto's, dat is toch een zekere pluraliteit.” Op 29 januari, drie dagen voor de wijziging van artikel 240b ingaat, wijst de rechtbank vonnis.