Zapman

En bijna zit de zevende dag er op. Waar laat je een dag die pas om 18.45 uur op Nederland 2 begint? Zo lang mogelijk uitslapen, een uitgebreid ontbijt en dan op je dooie akkertje naar de auto kuieren om familie of bossen te bezoeken. Sinds de winkels op zondag open mogen, komen we daar ook. Het is er dringen geblazen, behalve voor de kassa's: kopen doen we niet. Afwezig staren wij naar de handelswaar op de schappen. Wij wachten op het uur van de profeet, wij wachten op het verlossende woord. Laten de bonden dat niet vergeten. Om het even welke voorzitter zijn te korte pantalon optrekt om plaats te nemen aan de vergadertafels van de zendgemachtigden. Wat de bedragen ook zijn die over diezelfde vergadertafels heen en weer geschoven worden. Laat iedere zondag om 18.45 uur de gong klinken op Nederland 2. Dan moet Mart Smeets verschijnen om ons te vertellen hoe het die dag is geweest op de velden en de banen.

Deze zondag moesten we genoegen nemen met de kroonprins van Smeets, Tom Egbers. Vorige week moest dat ook al, waar blijft die Smeets toch? Egbers doet vreselijk zijn best, daar niet van. Een beetje te veel misschien. Rustig maar Tom, we hebben de hele dag naar Mart uitgekeken, maar aan jou hebben we heus geen hekel. Tom lijkt trouwens niet iemand die op zijn gemak gesteld wil worden. Hij heeft ons niet nodig, hij vindt dat hij het alleen wel af kan. Hij zal nooit een steek laten vallen. Al ligt het breiwerkje gerafeld aan zijn voeten, wij moeten niet denken dat hij steken heeft laten vallen. Ik maak me zorgen om hem, misschien zou hij gelukkiger worden als hij iets anders ging doen.

Ik maak me ook zorgen om Peter van Vossen. Zal het nog goedkomen met Peter van Vossen? Voor het eerst treedt hij op in het blauw van de Glasgow Rangers en weer gaat hij met zijn armen die opzwepende gebaren maken. Je hoeft geen geoefend liplezer te zijn om te zien hoe hij daarbij naar zijn collega's schreeuwt: Kom op, kom op. Het kan ook Come on, come on zijn geweest, hij lijkt me er nou een die zich razendsnel aanpast. Fijn dat hij er al zo bijhoort. Maar hij zit er nog niet eens een week! En nu denkt hij al dat de spirit van hém moet komen. “Daar gaat van Vossen”, roept de commentator, “hoofd tussen de schouders en maar sleuren en slepen”. En daar gaat hij inderdaad. Het is een eng gezicht. Zo'n man die iedere keer vol overgave in het cliché stapt dat de buitenwereld hem toedicht.