Tilburg: 'De middelmaat kunnen we uitbesteden'

De overheid heeft minder geld voor het hoger onderwijs. Volgende week neemt de Kamer een besluit over het Hoger-onderwijs- en onderzoeksplan (HOOP) van minister Ritzen (onderwijs). Het motto: studeren is investeren in jezelf. De universiteiten bereiden zich voor op veranderingen: minder geld, meer concurrentie. Hendrik Spiering sprak met twee universiteitsbestuurders.

Een universiteit kan niet èn excellent zijn èn groot en breed. Dat gaat niet samen. In alle vakken de top halen is flauwekul. Universiteiten die daarnaar streven, maken geen keuze.” Keuzen maken - C. Mouwen, collegelid van de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg, hamert daar graag op. “De universiteiten hebben te lang op afstand van de normale wereld gefunctioneerd. Er was tot nu toe een premie op groot. Maar die tijd is voorbij.”

Iedere universiteit moet nu een eigen identiteit proberen te geven aan de vaak diffuse verzameling studierichtingen. “Je kunt kiezen voor 'groot en breed'. Dan mik je op een brede instroom. Je kunt ook kiezen voor 'topkwaliteit en meer selectie'. Dan word je hooguit middelgroot”, zegt Mouwen en hij laat statistieken van de Amerikaanse situatie zien om het te bewijzen. “Harvard is in de Amerikaanse situatie typisch middelgroot. Die kan selecteren omdat anderen iedereen toelaten. Na 2000 zal zo'n verdeling ook in Nederland bestaan.”

Mouwen prijst de Rijksuniversiteit Leiden die een 'strategische keuze' heeft gemaakt met de slogan 'wij zijn er niet voor iedereen'. “Dat is straight. En je ziet dat de Universiteit Utrecht, die op 'groot en breed' mikt, nadruk gaat leggen op carrièremogelijkheden voor docenten.” Tilburg, een kleine universiteit met vijf faculteiten, koos zeven jaar geleden voor grote financiële investeringen in het inmiddels prestigieuze Center for economic research. “Wij kunnen ons niet permitteren vijf faculteiten met vijf topinstituten te onderhouden. Dat leidde natuurlijk tot weerstand bij andere faculteiten. Maar nu staat het economisch onderzoek hier wel aan de top, zo blijkt uit de onafhankelijke visitatieonderzoeken. Als je die investeringen gaat verdunnen zakt dat weer weg.”

De KUB wil ook meer gaan investeren in de rechten-faculteit en de informatica-voorzieningen. Maar wat dan te doen met de 'niet-excellente' vakgebieden: letteren, wijsbegeerte en sociale wetenschappen? Mouwens oplossing is: samenwerking met andere universiteiten en de open universiteit. “Uitwisseling van docenten en colleges, in een soort landelijke netwerken. In die faculteiten zoek je naar een goed gemiddelde, met zoveel mogelijk studenten. We zijn daartoe al in gesprek geweest met Maastricht, Nijmegen en Eindhoven. Dat leverde nog niet veel op. Toch zijn dat soort strategische allianties in de industrie heel gewoon. Als ik een Renault 21 koop zit daar dezelfde motor in als in een Volvo, niemand vindt dat erg.”

Er zal nog meer veranderen. Omdat de overheid terugtreedt zal de markt oprukken. Mouwen: “Ik voorspel u: over tien of twintig jaar zullen er particuliere universiteiten zijn. En die ontwikkeling zal beginnen met het post-doctorale onderwijs.” In de bijscholing van afgestudeerden is voorlopig het meeste geld te verdienen voor universiteiten, is de boodschap van Mouwen. “Dat zal een veel natuurlijker onderdeel van de universiteiten worden.” De KUB heeft inmiddels een vrij goed draaiende 'post-doctorale academie'. Ook andere universiteiten zetten iets dergelijks op, zoals de Universiteit Utrecht - onder leiding van oud-staatssecretaris R.J. in 't Veld. Mouwen: “Er is een cultuuromslag nodig om die taak van ganser harte te vervullen. Kijk, de leeftijdsgroep van 17 tot 23 zal gewoon goed gestructureerd onderwijs moeten krijgen. Die moeten we koesteren. Maar daarvoor moet nog wel wat veranderen. Want nu zijn alle incentives voor het personeel gericht op het onderzoek. Dat wordt beloond, onderwijs niet. Het onderzoek zal ook blijven, al moet iedere universiteit ook daarin dus duidelijke keuzen maken. De uitbreiding zal vooral komen van het postdoctoraal onderwijs. Maar daar heb je een ander soort docenten voor nodig, een ander soort collegezalen. In de kamers van de Colleges van Bestuur zal de komende jaren vooral over afslanking èn expansie moeten worden gesproken. Tot nu toe is alle strategie alleen gericht geweest op expansie. Het wordt dus misschien tijd voor een nieuwe generatie bestuurders. Net als een paar jaar geleden bij Philips.”

    • Hendrik Spiering