Partido Popular ziet eigen leider al als Spaanse premier

MADRID, 22 JAN. “Eindelijk, eindelijk”, zingt het dreunend uit de luidsprekers van de grote zaal van het congrespark Campo de las Naciones. De zaal met drieduizend partijleden en aanhangers van de Partido Popular (PP), Spanjes centrum-rechtse oppositiepartij, zingt aarzelend mee. “Eindelijk nieuwe hoop, nieuwe illusies, nieuwe wegen te bewandelen.” Gemeenschapszang is duidelijk niet het sterkst ontwikkeld binnen de partij die volgens de peilingen bij de komende verkiezingen van drie maart als overwinnaar uit de bus zal komen. Maar de stemming gistermiddag aan het slot van het drie dagen durende partijcongres was er niet minder euforisch op. De PP viert op voorhand de triomf van zijn leider, José Maria Aznar, als de nieuwe premier van Spanje.

Bij wijze van officieuze opening van de verkiezingsstrijd presenteerde Aznar de afgelopen dagen de PP als een partij van het politieke centrum in Spanje die een werkbaar alternatief kan bieden na bijna veertien jaar socialistisch bewind van Felipe González. De oppositieleider, met zijn Chaplin-snor en ijzingwekkende grijnslach lang het voorwerp van spot voor zijn politieke tegenstanders, lijkt daarbij steeds beter in staat het oude imago van natuurlijk erfopvolger van het oude Franco-regime van zich af te schudden.

“De tijd is aangebroken dat het centrum in Spanje gaat regeren”, zo stelde Aznar ten aanzien van het door corruptie en politiek geklungel aangetaste socialistische bewind. Verandering is noodzakelijk voor de Spaanse democratie en de PP biedt deze mogelijkheid, “ook voor hen die het inhoudelijk niet direct met ons eens zijn”, betoogde Aznar.

Het is evenwel het gebrek aan inhoud dat volgens velen tot dusver de PP parten speelt. Het “Váyase, señor González” (Meneer González, vertrek) geldt als de meest aangehaalde uitlating van Aznar, zonder dat duidelijk is waar zijn partij precies voor staat. De afgelopen dagen presenteerde de PP een programma waarin belastingverlaging, het scheppen van werk en de garantie van sociale voorzieningen centraal staan. Zonder veel omhaal wordt getracht de jonge kiezers te trekken met een voorstel om de gehate dienstplicht te verkorten tot zes maanden en zelfs een soldij van een bescheiden vierhonderd gulden in het vooruitzicht te stellen.

Opmerkelijke gast was gisteren de leider van de communistische vakbond Antonio Gutiérrez. Nadat hij uitgebreid welkom was geheten door Aznar, nam Gutiérrez zichtbaar opgelaten een applaus van de zaal in ontvangst. Na afloop haastte de communistische vakbondsman zich te verklaren dat zijn aanwezigheid uitsluitend als een democratisch beleefdheidsbezoek beschouwd diende te worden. Of er een pact tussen de nieuwe PP-regering en de vakbonden zal worden gesloten moest nog maar worden afgewacht, aldus Gutiérrez.

Met een gematigde middenkoers en een partij die op het oog als één man achter haar leider staat, hoopt Aznar na twee eerdere pogingen definitief de overwinning op González te behalen. In de wetenschap dat een absolute meerderheid er naar alle waarschijnlijkheid niet in zit mikt de Partido Popular op een “voldoende meerderheid” om een regering te vormen. Daarbij is de positie van de Catalaanse nationalistische partij van Jordi Pujol van groot belang. Deze partij trok deze zomer zijn steun in aan het minderheidskabinet van González, na de aanhoudende schandalen waarin de regering was betrokken. Pujol heeft tot dusver steun aan de PP niet uitgesloten.

In socialistische kring werd het PP-congres vergeleken met een “politieke Oscar-uitreiking”. Volgens de socialisten zal de PP haar beloften niet kunnen waarmaken en vormt een regering onder leiding van de oppositie een bedreiging voor de sociale voorzieningen.

    • Steven Adolf