Orakeltaal in film van nieuwe museumdirecteur

Laat op de avond, na een korte wandeling, Still/A Novel, deel 1, 23.24u. Het tweede deel volgt maandag 29 januari.

De midden in de jaren zestig samen met Jan de Bont en Frans Bromet aan de Nederlandse Filmacademie opgeleide architect Rem Koolhaas is een van de sprekers in Still/A Novel, een tweedelige 'documentaire' van Chris Dercon, de nieuwe directeur van het Rotterdamse museum Boymans-van Beuningen over 'de relatie tussen film en beeldende kunst'. Koolhaas meent dat zijn huidige werk beïnvloed is door de filmtaal, met name die van Jean-Luc Godard: “Het idee in de huidige stedenbouw dat er geen echt centrum meer is, dat je allerlei dingen gelijkwaardig kunt presenteren, komt eigenlijk uit de cinema van mensen als Godard.”

Of die vergelijking juist is, kan ik moeilijk beoordelen met mijn gebrekkige kennis van de architectonische discipline. Omgekeerd zul je zelden een cultuurfilosoof of museumdirecteur openlijk zien toegeven dat hij van film geen kaas gegeten heeft; dat is immers een gebied waarop iedereen deskundig is. Zo vraagt Dercon zich in de VPRO-gids van deze week af waar de cinema naar toe gaat: “Dat geldt zeker voor de cinema, die voor mij erg belangrijk is en die te maken heeft met beelden.”

Oei, een belangrijke cinema die te maken heeft met beelden; het is jammer dat zo'n groot en origineel denker Emile Fallaux niet kan opvolgen als directeur van het Filmfestival Rotterdam, waar de film, vanavond in première in het VPRO-cultuurmagazine 'Laat op de avond na een korte wandeling', ook te zien zal zijn. Getrouw aan de Koolhaas-interpretatie van Godard zijn voor Dercon alle beelden inderdaad gelijkwaardig. De stukjes Straub/Huillet, Akerman, Godard, Lumière en Méliès volgen elkaar snel op, zonder enig herkenbaar verband met de woorden die door filmdeskundigen als Marco Müller (Fallaux' voorganger) en Hartmut Bitomsky en kunstenaars als Bruce Nauman en Jeff Wall uitgesproken worden. Dercon vraagt Chantal Akerman of er met de films van Godard en André S. Labarthe geen nieuw genre ontstaat, namelijk dat van films die over film gaan. Akerman antwoordt terecht dat dit 'genre', als je het zo noemen wilt, al heel lang bestaat. Intussen zijn dan al fragmenten van Akermans documentaire over Oost-Europa, D'est, in beeld gekomen. Waarom, waarheen, waarvoor?

Alleen uit in een hoek van het beeld geprojecteerde titels kan de redelijk goed geïnformeerde kijker afleiden of hij naar een filmfragment, een stukje uit een (kunst)video of naar een speciaal voor dit project gefilmd beeld kijkt.

Wat maakt het ook uit, als alle beelden gelijkwaardig zijn geworden? Het orakel van Rotterdam, dat vooral Franstalige filmologen en Engelstalige kunstenaars aan het woord laat, wil alleen maar verkennen en onderzoeken. Of de cinema verdwijnt, of museaal wordt, of digitaal, daar verschillen de meningen over. Deze aanpak, die inderdaad herinnert aan de manier waarop Müller met veel verbale gymnastiek het Rotterdamse filmfestival programmeerde, lijkt nog het meest op het omkeren van een vuilnisvat op een museumvloer en zeggen dat je in kunst vooral de veelzijdigheid van de materie belangrijk vindt.