Onderminister VS: bewijzen massamoorden

SARAJEVO, 22 JAN. Een Amerikaanse onderminister heeft tijdens een inspectietocht in en rond Srebrenica “een overweldigend aantal bewijzen” aangetroffen van massamoorden op moslims. Hij eiste de berechting van de Bosnisch-Servische daders van de massamoorden.

John Shattuck, onderminister van buitenlandse zaken voor de rechten van de mens, bezocht vier plaatsen rond Srebrenica waar volgens moslim-ooggetuigen massamoorden zijn gepleegd op duizenden inwoners van Srebrenica, die na de val van de enclave in juli vorig jaar in handen van de Bosnische Serviërs zijn gevallen. Na zijn bezoek zei hij dat duidelijk is dat op de vier bezochte plaatsen “afschuwelijke misdaden tegen de menselijkheid” zijn gepleegd. Hij eiste een internationaal onderzoek ter plaatse en berechting van de daders.

Shattuck bezocht het verwoeste dorp Glogova, zestien kilometer van Srebrenica, waar volgens Shattuck waarschijnlijk tweeduizend moslims uit Srebrenica zijn vermoord. Op de muren van een loods trof hij nog de bloedspatten aan die ontstonden toen de Bosnische Serviërs handgranaten over gevangen moslims gooiden. Elders werden restanten van lichamen aangetroffen.

Na zijn bezoek zei Shattuck dat de internationale vredesmacht IFOR de plicht heeft de massagraven in het oosten van Bosnië te bewaken tot internationale inspectie heeft plaatsgevonden, en dat de NAVO-vredesmacht ook de onderzoekers bij hun werk moet beschermen. De commandant van IFOR, admiraal Leighton Smith, wees die suggestie echter direct van de hand. “De NAVO zal geen - ik herhaal: de NAVO zal geen specifieke veiligheidsgaranties geven voor teams die deze massagraven onderzoeken”. Smith zei dat het hier om een emotioneel thema gaat, en dat de NAVO daar “niet ongevoelig” voor is, maar dat het mandaat niet voorziet in een dergelijke opgave.

Na de verovering van Srebrenica in juli vorig jaar vielen duizenden mannelijke inwoners van de stad in handen van de Bosnische Serviërs. Vijf- tot achtduizend moslims uit de enclave worden nog steeds vermist.

De NAVO heeft gisteren scherpe kritiek geuit op de voormalige oorlogspartijen in Bosnië wegens hun nalatigheid op het gebied van de vrijlating van krijgsgevangenen. Zaterdagochtend om middernacht hadden volgens het vredesakkoord alle krijgsgevangenen moeten zijn vrijgelaten. Vrijdagmiddag werden op de valreep in totaal 217 gevangenen uitgewisseld. Maar er zitten er nog 646 vast: 318 in Bosnische, 151 in Servische en 177 in Kroatische gevangenissen. Volgens admiraal Leighton Smith is de vrijlating van deze laatste gevangenen nu de belangrijkste prioriteit van de vredesmacht IFOR. Hij noemde de nalatigheid van de oorlogspartijen om tijdig te voldoen aan de bepalingen van het vredesakkoord “een echec”. (Reuter, AFP)