Moraal: 'Wie kent me kont in Keulen?'

UTRECHT, 22 JAN. 'Wildplassers', Ricky Lake en de publieke omroep, agressie in het verkeer, neuspeuteren in de eersteklascoupé, de Russische aanval op Tsjetsjenië, de nieuwste 'inlegkruisjes'-hit van Vader Abraham en de uitbreiding van Schiphol. Gistermiddag was 'het verval van de zeden' onderwerp van debat in de maandelijkse 'Salon Utrecht' en dat bleek vrijwel alles te omvatten wat de moderne samenleving te bieden heeft.

“Gaan we het nog wel hebben over de daklozen?”, vroeg een mevrouw halverwege de drukbezochte bijeenkomst in een bovenzaaltje in de binnenstad. “Nee”, antwoordde discussieleider P. Schnabel, hoogleraar geestelijke gezondheidszorg, gedecideerd. “Daar gaat het vandaag niet over.” “Maar je ziet ze tegenwoordig zo veel. En ze communiceren zo slecht!”, probeerde de vrouw nog.

Het Utrechts publiek was beschaafd - in de rede vallen was er nauwelijks bij en bij een peiling door Schnabel bleek van de ongeveer 150 aanwezigen slechts een handjevol de allerwege als 'grof' bekend staande speelfilm Filmpje van cabaretier Paul de Leeuw te hebben bezocht. Een vrouw die zei dat ze regelmatig en met succes jongeren wees op hinderlijk gedrag (“niet op een betuttelende manier, hoor”), kreeg een warm applaus.

“Er is wel veel belangstelling voor etiquette en fatsoen”, meldde forumlid I. van Eijk, die voor Teleac een cursus 'Hoe hoort het eigenlijk' samenstelde en veel cursussen geeft bij bedrijven. “Maar het valt op dat er vooral interesse is in normen waarop je 'afgerekend' kunt worden in werksituaties. In de eersteklascoupé kom je mensen keurig in het pak tegen die uitvoerig aan het neuspeuteren zijn, en het kan ze geen bal schelen of ik het zie. Want ik ben niet belangrijk, ik zorg niet voor promotie. 'Wie kent me kont in Keulen?' is de gedachte.”

Het normverval is in Nederland erger dan in andere landen, is Van Eijks ervaring. “In België is men veel formeler, daar word je nog met egards ontvangen.” In Nederland is in de jaren zestig en zeventig het gezag veel sterker omvergeworpen dan elders, denkt Van Eijk. “Ik heb er erg aan meegedaan: de fantàstische happenings, de provocaties, de seksuele revolutie - maar niet in het portiek hoor! Daarbij is toen iets losgemaakt, de grenzen worden sindsdien meer overschreden.”

“Hm”, bromde vervolgens het Kamerlid H. Hillen (CDA), eveneens forumlid. “Botheid is altijd al een kenmerk geweest van Nederlanders. Dat is onze zakelijke cultuur, dat zijn onze handelsmanieren. En wij vinden dat juist héél eerlijk. Die houding leidt tot weinig symboliek in het gedrag en als we ècht bot worden zelfs tot grote ongemanierdheid. De laatste jaren gebeurt dat steeds openlijker.”

De rolverwachtingen zijn verward, constateert Hillen. Vroeger waren de media nog voorbeelden. Alleen beschaafd sprekende mensen kwamen voor de microfoon. Maar tegenwoordig vormen kranten, radio en televisie gewoon een spiegel van de samenleving. Alles kan. Er is veel onzekerheid. “Ouders vinden het reuze lastig om te kijken in de jeugdcultuur van hun kinderen.” Maar het Kamerlid ziet een wending komen: “Mensen ergeren zich steeds meer aan bot gedrag. Dat is de voorbode.”

Het derde forumlid, cultuuronderzoeker H. van der Loo van de Universiteit Utrecht, wil van zedenverval weinig horen. “Het is geen vermindering, maar een verandering. Iedere burger stelt nu zijn eigen zedenpakket samen. Nadenken, zelf kiezen en dat vervolgens kunnen communiceren - dat is de nieuwe norm. Wie dat niet kan is een sukkel. Ik zag laatst bij Sonja een paar jongeren die hun keuzes perfect verwoordden. Daarna kwam een boerenzoon uit de Achterhoek die alleen maar kon zeggen: 'dat doen we nu eenmaal zo'. Die werd gewoon uitgelachen.”

De normen worden alleen maar strenger, denkt Van der Loo. Op kantoor, in de politiek: er heersen steeds striktere omgangsnormen. Dat grove cabaretiers als Youp van 't Hek en Paul de Leeuw zo populair zijn, bevestigt juist die strengere normen, omdat ze er mee spelen. Maar: “Veel mensen kunnen geen zinnige plaats vinden in de samenleving. Wat voor zin heeft het voor hen om rekening te houden met anderen?”, vraagt discussieleider Schnabel zich af.

Alle kanten ging de discussie op. Publicist A. Klukhuhn riep op tot boycot van bio- en glasbakken zolang de overheid Schiphol sterk wil uitbreiden. “Dàt, en niet het wildplassen, is zedenverwildering. Maak van iedere biobak een plasbak!”, aldus Klukhuhn. Volkskrant-columnist en forumlid G. van der List - overigens “optimistisch over de zeden” - merkte op dat de sterke toename van migranten in sommige wijken afdoet aan het gemeenschapsgevoel, en zo bijdraagt aan de vergroving van de zeden aldaar. PvdA-wethouder Van der Linden van Utrecht merkte op dat ook de politici veel te weinig waarden en normen hadden. “Allemaal onderlinge aanvallen en intriges.”

Een oud-lerares klaagde over haar oud-leerlingen die alleen maar over seks lazen en praatten. “Alles wordt toegelaten. Ik ben niet voor censuur, maar beschaving? Nee, dat is het niet.” Maar een man stond op en zei dat als hij naar zijn kinderen (17 en 20 jaar) en hun vrienden keek, hij zich geen eerlijker mensen kon voorstellen. “Wij zijn veel en veel hypocrieter. Die maken van de toekomst iets beters dan wij.” Hij kreeg het laatste woord.