MICHIEL POST OVER De Bavo in de Stopera

Werther op tv: 4/2 NPS Ned. 3.

“Als hier in het Muziektheater het orgel klinkt, heb je niet de indruk dat je elektronica hoort en dat is ook de bedoeling. Dit elektronische orgel, een keyboard met pedalen, wordt live bespeeld en de luidsprekers staan rechts naast de lijst van het toneel. Het geluid wordt via het ronde achterdoek de zaal in gekaatst en met de juiste digitale nagalm krijgt het een heel ruimtelijk effect. Je waant je dan echt in de Haarlemse Bavokerk.”

In de tweede acte van Massenets opera Werther, nu door de Nederlandse Opera uitgevoerd in het Amsterdamse Muziektheater, klinkt een orgel bij de viering van de gouden bruiloft van de dominee. Wat men hoort is een elektronische kopie van het Christian Müller-orgel (1738) in de Bavo in Haarlem. Het wereldberoemde instrument werd in 1766 bespeeld door de jonge Mozart, toen zijn vader bij de drukkerij Joh. Enschede de eerste exemplaren ophaalde van de Nederlandse vertaling van zijn leerboek: Grondig onderwijs in de behandeling der viool. Michiel Post, sinds vier jaar een van de zeven geluidstechnici van het Muziektheater, zorgde ervoor dat het fameuze Haarlemse orgel nu ook kan klinken in Amsterdam.

“Ik ben eind '93 het orgel van de Bavo binnengegaan om microfoons neer te zetten en opnamen te maken van tonen in 32 registers. Hier in het Muziektheater zou het Orgelconcert van Poulenc worden uitgevoerd bij een ballet van Glen Tetley. Normaal wordt dat gespeeld op een draagbaar orgel, een portatief, of ten gehore gebracht via een band. We hebben toen zoveel mogelijk tonen gedigitaliseerd opgenomen en als samples opgeslagen in een computer.

“Al hebben we met twee computers van elk 32 megabyte veel capaciteit, om alle tonen continu standby te hebben, besparen we op verschillende manieren op geheugenruimte. Dit kostte al iets van 40.000 gulden, als we echt elke toon apart hadden moeten opnemen was dat nog tien of twintig keer zo duur geweest.

“Van elke toon is twee of drie seconden opgenomen, zodat je in ieder geval het begin van de toon hebt met de karakteristieke aanslag. Als de toon is gestabiliseerd, wordt het een 'loop', dan wordt de toon steeds herhaald, zodat je die bij het spelen net zo lang kunt aanhouden als je wilt. Halve tonen maken we door het transponeren van de tonen eromheen, waarbij we nog een aantal technieken hebben om onnatuurlijke boventonen te camoufleren.

“Voor ik hier werkte had ik ooit één opera meegemaakt. Ik sampelde drumstellen en gitaren, maakte opnamen voor popplaten en reclamespotjes. In de klassieke muziek moet alles zo authentiek mogelijk zijn, maar we hebben hier met zeven geluidstechnici toch werk aan bijna elke ballet- en operavoorstelling: donder en bliksem in Die Zauberflöte, versterking van het koor in Moses und Aron, wind- en stormeffecten in Der fliegende Holländer, in Die Meistersinger von Nürnberg werd het orgel ook gebruikt. En nu zijn we al bezig met de samples voor de 'aambeeldmuziek' in Das Rheingold in 1997: met slechts drie slagwerkers simuleer je dan het bespelen van achttien aambeelden.

“Computers hebben altijd neiging om te crashen. Elektrische verbindingen zijn kwetsbaar, het orgel wordt iedere keer verschoven en opnieuw aangesloten. Er zit een paniek-knop op, voor als tonen blijven hangen. Die is nog maar één keer gebruikt. Mijn grootste angst is dat de organist tijdens een voorstelling gaat spelen en het dan doodstil blijft. Dat gebeurde al eens bij een repetitie. We hebben geen back-up, dan zou je alles dubbel moeten hebben. Daarom zullen samples nooit alle live-muziek verdringen.”

    • Kasper Jansen