Meer politie dan kiezers in O-Jeruzalem op de been

JERUZALEM, 22 JAN. Er waren zaterdag in Oost-Jeruzalem voor de eerste Palestijnse verkiezingen meer Israelische soldaten en politieagenten, met stokken en geweren uitgerust, op de been dan Palestijnse kiezers. De hoofdstraat van Oost-Jeruzalem en omliggende straatjes waren de gehele dag voor het verkeer gesloten terwijl het postkantoor in de Salah-e-Din straat meer op een belegerde veste leek dan op een stemlokaal. Dit Israelische machtsvertoon moest de Palestijnen en de wereld bewijzen dat er tussen de onomkeerbaarheid van de Israelische inlijving van Oost-Jeruzalem in 1967 en de bereidheid de Palestijnen in dit stadsdeel te laten stemmen, geen tegenstelling bestaat.

“De aanwezigheid van zoveel soldaten en politieagenten maakte me zenuwachtig. Het is een domper op mijn vreugde dat ik kan kiezen”, zei Nasser E-Din, de 28-jarige eigenaar van een modewinkel in de Salah-e-Din straat. De Amerikaanse ex-president Jimmy Carter, die als superwaarnemer de gang van zaken in ogenschouw nam, sprak bij het belegerde postkantoor van “intimidatie” van de Palestijnen. Latif Drori, een bekende Israelische voorvechter voor volledige vrede met de Palestijnen, stond bij het postkantoor te koken van woede. “We laten het lelijke gezicht van de bezetting zien alsof er geen autonomie-akkoord bestaat. Vandaag is Israel op zijn domst. Die 4.000 soldaten en politieagenten doen alsof Jeruzalem net is veroverd en bewijzen daarmee dat Oost-Jeruzalem bezet gebied is”.

Ziad Abu Ziad, één van de bekende Palestijnse leiders en onderhandelaars met Israel in Oost-Jeruzalem, raakte in het postkantoor in een scherp debat met de directeur. “Waarom aanvaarden jullie niet dat Palestijnen die hier niet zijn geregistreerd hier niet kunnen stemmen. We zijn toch met de Israeliërs overeengekomen dat dat elders wel mogelijk is”, zei hij in vloeiend Hebreeuws tegen de Israeliër. “Geen sprake van”, zei deze. “Dit is geen stembureau maar een postkantoor en ik kan niet van de vastgestelde regels afwijken”. Waarmee weer eens duidelijk werd dat van Israelische zijde het Palestijnse verkiezingsproces in Oost-Jeruzalem met knarsende tanden werd getolereerd.

Mede als gevolg van de Israelische intimidatie ging in Oost-Jeruzalem slechts 42 procent van de kiesgerechtigde Palestijnen naar de stembus. Geruchten dat kiezers hun Israelische sociale rechten zouden verliezen - duizenden Palestijnen hebben Israelische identiteitskaarten - en controle van inkomstenbelasting op Palestijnse auto's bij wegbarricades hield de meerderheid van de Palestijnen thuis. Dit was in schrille tegenstelling tot de 'bevrijde' autonomiegebieden, waar verkiezingsvrolijkheid heerste, vooral in de Gazastrook, waar de opkomst 85 procent bedroeg.

Ook in Bethlehem, dat vlak voor het kerstfeest door Israel was ontruimd, hing een ontspannen verkiezingssfeer. In het stemlokaal hing aan een pilaar een plakkaat dat zelfs een analfabeet duidelijk kon maken hoe de stemprocedure in haar werk ging. Maar toch moest er soms een lid van het stembureau aan te pas komen om een onhandige kiezer duidelijk te maken hoe hij zijn kruisjes op de stembiljetten moest zetten. Het ging allemaal gemoedelijk in zijn werk onder het toeziend oog van de vertegenwoordigers van alle aan de verkiezingen deelnemende lijsten. Zij zaten, overtuigd van het belang van hun democratische waarnemingsmissie, zaterdag vanaf zeven uur 's ochtends tot 's avonds zeven uur toen de stembussen dicht gingen, op een rijtje stoeltjes. De warmte van de gaskachel gloeide exclusief voor de leiding van het stembureau; de waarnemers zaten geduldig in de kou.

De witte stembussen voor de 88 leden van het Palestijnse parlement raakten snel vol. Kennelijk hadden de organisatoren van de verkiezingen over het hoofd gezien dat stembiljetten plus envelop nogal wat ruimte innemen. En dus kwam er een lineaal aan te pas om de kiezer te helpen zijn stem in de stembus te proppen. Soms werd de stembus als een centrifuge bewogen om de enveloppen tegen de wanden en daarna op de bodem te krijgen. De rode stembussen voor de verkiezing van de eerste Palestijnse president waren hoger en ontvingen de stembiljetten zonder moeilijkheden.

In Bethlehem, in Ramallah en elders op de Westelijke Jordaanoever, met uitzondering van Jenin en Hebron waar het tot incidenten kwam, liepen de eerste Palestijnse verkiezingen op rolletjes. In Oost-Jeruzalem strekten de Palestijnse kiezers trots de rug nadat ze door Israelische soldaten grondig waren geïnspecteerd. In Bethlehem was dat bij de stembureaus niet nodig. Daar gingen de Palestijnen vrij en ontspannen naar de stembureaus. Soms waren ze zo opgewonden over hun eerste oefening in democratie, dat ze eerst het stembureau gingen bekijken om pas “na het middageten te stemmen”.

Veel Palestijnen beseften zaterdag dat ze met hun stem een stap zetten in het historisch proces dat tot de stichting van een Palestijnse staat moet leiden. “Die staat moet democratisch zijn”, zei de vermoeide, transpirerende Naseef Mu'allem zaterdagavond tegen sluitingstijd van de stembureaus in zijn kantoor in Ramallah. “Daarom oefenen wij een scherpe, onafhankelijke controle op de verkiezingen uit. Vier nachten heb ik vrijwel niet geslapen.” Naseef Mu'allem staat aan het hoofd van het Palestijnse Centrum voor Vrede en Democratie, een onafhankelijke organisatie, opgericht door 34 Palestijnse non-gouvernementele organisaties, die 2.000 eigen waarnemers had uitgestuurd om de verkiezingen en het tellen van de stemmen te controleren.

“We hebben ergens op de Westelijke Jordaanoever een geheim computercentrum waar wij alle uitslagen controleren”, aldus Naseef Mu'allem. “Onze waarnemers krijgen vanavond van de voorzitters van de stembureaus ondertekende kopieën van de kiezerslijsten. Daar gaan we dan mee aan het werk. Het is ingewikkeld en inspannend. Maar als we ons volk van de waarde van de democratie willen overtuigen, moeten de eerste verkiezingen eerlijk en democratisch zijn. Dat is de basis van onze toekomst en daarom werken we hier zo hard.”

    • Salomon Bouman