Martine Bijl doorbreekt taboes jaren vijftig

Voorstelling: Walters Hemel van Martine Bijl. Produktie: Hummelinck Stuurman. Regie: Berend Boudewijn. Spel: Ingeborg Elzevier, Huib Broos, Wil van der Meer e.a. Gezien: 20/1, Stadsschouwburg, Haarlem. Nog te zien: tournee door het gehele land t/m 28/4. Inl. 020-6264545.

Aan het slot van Walters Hemel, het toneelschrijfdebuut van zangeres en cabaretière Martine Bijl, verlaat Marga haar man Theo. Zij is een succesvol soapserie-schrijfster 'bij de televisie', hij een mislukte romancier. Toch bestaat hij het te roepen dat het 'mijn talent' is, waarop zijn vrouw geparasiteerd heeft. Stank voor dank krijgt hij, het leven is onrechtvaardig. Dat weten we, maar Theo (Huib Broos) is niet de enige die het vertrek van zijn vrouw rauw op het dak valt. Ik was ook verbaasd, over Marga's plompverloren besluit en over haar kennelijke schatplichtigheid aan een schrijver van 'kutboeken'. Mij kon het alleen niks schelen, sterker nog, het was een hele opluchting. De jas die ze pakt, de laatste woorden die zij spreekt, betekenden het einde van een gênante vertoning.

Wat dat betreft zijn de bijdragen van schrijver, regisseur en acteurs in opmerkelijke overeenstemming met elkaar. Zelfs de doorgewinterde Ingeborg Elzevier (als Marga) is machteloos. Je ziet haar blanco kijken na een als grappig bedoelde tekst en die blik verraadt vanzelf ontreddering als de lach van het publiek uitblijft. Aan de moeizame looiigheid voegt regisseur Berend Boudewijn het zijne toe; zijn schoolse enscenering ontbeert vaart en souplesse. Een vertrekkend personage grijpt zo vaak naar zijn tas om haar weer neer te zetten, dat Bijl bijna Beckett wordt.

Maar dat is ze niet, en Feydeau evenmin. Het schrijven van een toneelstuk is een vak, dat Bijl per se niet beheerst. Ze heeft met Walters Hemel hooguit een overigens niet bijster originele synopsis geschreven, een raamwerk, dat hink-stap-sprongsgewijs aan alle kanten door haar dialogen heensteekt. Zo is de gedurig agressieve toon van haar personages onbegrijpelijk en alleen verklaarbaar door de breuk tussen de echtelieden, waar de schrijfster duwend en trekkend op aanstuurt. Voortdurend vraag je je af wat nu het probleem is waarmee in Walters Hemel getobd wordt, en dat is des te vreemder omdat raadselachtigheid ontbreekt. Alles wordt hardop gezegd, ieder gevoel wordt verwoord, maar het gevolg is alleen maar onechtheid en ongeloofwaardigheid.

In een weinig belangwekkend verhaaltje slaat Bijl met veel aplomb taboes uit de jaren vijftig aan diggelen. Je voelt dat het gebruik van het woord 'kut' haar voorkomt als een toppunt van progressiviteit, net als het voortdurende getut over homoseksuelen. Het is 'nichten' voor en 'televisieflikker' na, en dat op een zo ongeëmancipeerde toon, dat je geen moment aanneemt dat haar personages zulke woorden zouden kennen laat staan gebruiken. Intussen is het geen Archie Bunker, geen welbewuste politieke incorrectheid, geen betrokkenheid, zelfs geen koketterie - het is helemaal niks, behalve dan, vrees ik, een teken dat Bijl geprobeerd heeft een opzienbarend schokkend stuk te schrijven.

Dat streven zou het enige schokkende kunnen zijn; natuurlijk heeft Bijl helemaal geen probleem met nichten en ook niet met het woord 'kut'. Had ze dat wel, dan zou haar tekst nog authenticiteit bezitten. Nu maakt die alleen een soort parasitaire indruk, die tegelijkertijd zo onbenullig is dat ook die geen opwinding waard is.

    • Pieter Kottman