Loyaliteit

Laatst zag ik, ergens in december, een documentaire op de televisie die alles sloeg wat ik op het gebied van gezinsellende had gehoord. Het was een vraaggesprek met twee kinderen van het moordende Engelse echtpaar West, die man die vrouwen in serie vermoordde, in stukken hakte en de resten vervolgens in zijn huis inmetselde. En zijn vrouw die eerst een rol op de achtergrond was toebedeeld maar die steeds meer de zieke motor blijkt te zijn. Hier was alles in zeer geconcentreerde onverdund giftige vorm aanwezig: incest, verwaarlozing, mishandeling, leugenachtigheid, chronische oversekstheid, prostitutie en to top it all moordzucht. Ook hun zusje verdween, en bleek later in de tuin begraven te liggen, op een plek waarboven later nog menig feestje werd gegeven. Geen gruwelverhaal weet dit bij elkaar te sprokkelen, de overdosis kwaad is onverteerbaar en doet snakken naar minder morbide lucht. Maar door de manier waarop ze hun verhaal deden bleef ik aan hun beeld gekluisterd: zonder hysterie of sensatiezucht deden ze verslag van hun krankzinnige jeugd, maar - misschien nog veel knapper - ook niet op een depressieve of mechanische wijze. Hun ogen waren er bij, hun stem deed mee, ze leken niet mentaal vermalen en verdwenen. Je weet natuurlijk niet hoeveel psychotherapeutisch werk hieraan te pas is gekomen, noch hoe angstig ze zijn of innerlijk afgestorven, maar dat was niet te merken in de manier waarop ze vertelden.

Wat verder grote indruk op me maakte was hun loyaliteit. Natuurlijk haten ze die ouders toen bekend werd wat die allemaal uitspookten, maar hun grootste zorg was steeds om het gezin bij elkaar te houden. Ook al verafschuwden ze wat hun vader gedaan had - het dodelijke aandeel van hun moeder was ten tijde van het vraaggesprek waarschijnlijk nog niet bekend - ze zeiden hem toch te respecteren omdat het hun vader was, en hem niet te willen verraden. Een dergelijke loyaliteit van kinderen aan hun ouders is voor gezinstherapeuten natuurlijk gesneden kost, maar ik ben er toch altijd weer verbaasd over hoe ver dit kan gaan. De socioloog Bram van Stolk, auteur van de roman S-1, zei het laatst in een vraaggesprek in Het Parool kort en bondig: “Er is geen manier zo effectief om je kinderen voorgoed aan je te binden, als ze te verwaarlozen.” Als ik dit soort gezinsellende tot me door laat dringen worden altijd ook weer even de kaarten verlegd in het moeizaam verlopende 'gezinsdebat' dat sinds jaar en dag gevoerd wordt, en soms - zoals nu, naar aanleiding van Heerma's voorstel - weer opleeft. Pleitbezorgers van het gezin staan hier tegenover degenen die wijzen op de vaak schadelijke kanten van het gezinsbestaan. En dan hoeft het nog niet eens om mishandeling of incest te gaan, ook de emotionele verwaarlozing mag er wezen, en voor veel hiervan geldt dat het jarenlang onopgemerkt kan blijven. Bij al hun wensen om het gezin bij elkaar te houden zeiden de kinderen West een aantal keren dat als iemand hun ooit iets gevraagd had, ze wel verteld zouden hebben wat er zich bij hen thuis afspeelde.

Ik vind het altijd onvoorstelbaar dat dat niet gebeurt, dat striemen, blauwe plekken op verdachte plaatsen (bijvoorbeeld in de hals) en extreme angstigheid onopgemerkt blijven door onderwijzers, buren, schoolartsen. 'Beschavingsblindheid' noemde De Swaan die eens, maar je zou het ook onverschilligheid kunnen noemen, of een verkeerde opvatting van privacy. Het weerwerk van gezinsvoorstanders bestaat vooral uit het wijzen op de grote risico's van gebroken gezinnen, voor de kinderen maar ook voor de samenleving. De stijgende criminaliteit onder jongeren en het opkomende tienergeweld wordt aan de 'gezinsontwrichting' geweten, waarop dan meestal een pleidooi volgt voor herstel van normen en waarden die in de eerste plaats in het gezin moeten worden bijgebracht.

Hier aangeland overvalt me altijd een lichte moedeloosheid, over het bizarre tegen elkaar opbieden met schokkende feiten en verhalen, maar vooral ook over de naïviteit van de soms voorgestelde oplossingen. Waarbij het natuurlijk niet alleen mag gaan over de vraag hoe je oppassendere en gehoorzamere kinderen krijgt maar ook hoe minder krankzinnige en egoïstische ouders.

    • Christien Bringkreve