Je zit machteloos voor de buis

AMSTELVEEN, 22 JAN. Tjakke Schuringa heeft dit weekeinde zo'n beetje alle actualiteitenrubrieken op radio en tv gevolgd. In de hoop nog iets nieuws te horen. Zaterdagavond heeft hij naar Toon Hermans gekeken, om zijn gedachten wat te verzetten. Wat niet kon verhinderen dat hij van 's morgens vroeg tot 's avonds laat aan Fokker denkt. Hij droomt er zelfs over. Over het Kamerlid Henk Vos bijvoorbeeld, met wie hij begin jaren zeventig nauw samenwerkte bij de oprichting van de Vereniging voor Hoger Personeel. In die periode stond Fokker er ook slecht voor, maar toen dacht de politiek tenminste nog mee. Als hij nu met Kamerleden praat, ontmoet hij vooral kille afstandelijkheid.

Schuringa (60), die deze zomer met de VUT zou gaan, voelt zich verslagen en verontwaardigd. Vrijdagavond nog had minister Wijers voor een sprankje hoop gezorgd door te zeggen dat hij geen mededelingen kon doen, zaterdagavond zei Fokker-topman Van Schaik plompverloren dat het voorbij was. En daar zit je dan als werknemer, machteloos voor de buis. Hij had gedacht dat de situatie nooit slopender kon worden dan in dat grimmige Fokkerjaar 1995, maar het kan dus nog erger. Een onvoorstelbare ervaring.

Vrijdagochtend was Schuringa, die in zijn leven nog nooit een uur heeft gestaakt, naar Den Haag gegaan voor de demonstratie. Die saamhorigheid zal hij nooit vergeten. Een perfecte vertoning, er is geen onvertogen woord gevallen, geen ruit gesneuveld. Bijna een eer om er bij aanwezig te zijn, vond hij. Vooral het spandoek met de tekst 'Wijers, geef ons heden ons dagelijks brood en verlos ons van onze schulden' is hem bijgebleven. Thuis, op de bank, heeft hij uren zitten huilen.

Schuringa, manager op de centrale kwaliteitsafdeling en al 35 jaar werkzaam bij Fokker, weigert te geloven dat Fokker er straks niet meer zal zijn. Hij blijft zoeken naar mogelijkheden, blijft hopen op wonderen. Wie weet koopt de Nederlandse staat Fokker terug van Dasa, om maar wat geks te noemen. Waarom zou er vandaag anders nog een Kamerdebat gehouden moeten worden? Of misschien wordt het bedrijf overgenomen door een concurrent. Hij kan zich gewoon niet aan de indruk onttrekken dat er achter de schermen nog van alles gaande is. Niet geloven dat hij vijf maanden voor hij met de VUT zou gaan, deze existentiële schok moet meemaken. De gedachte dat er geen Fokker meer is, wil hij pas accepteren als hij met eigen ogen het kettingslot op de poort gezien heeft. Als hij er echt niet meer in kan.