Jaap Boersma uit PvdA: leve de ARP

Het heeft iets tragisch. Twee weken oud is het nieuws al en nergens is opgepikt dat Jaap Boersma de Partij van de Arbeid heeft verlaten. Hij maakte het zelf publiek, in het blad van de werkgevers nota bene. Stilletjes heeft hij de partij de rug toegekeerd: gewoon zijn lidmaatschap opgezegd. En wat is er voor in de plaats gekomen: niks, alleen heimwee, heimwee naar de ARP.

Ooit was Jaap Boersma een nationale en spraakmakende figuur. Neem alleen maar de fameuze Inbraak van Jaap Burger in 1973. Met zijn antirevolutionaire partijgenoot Wilhelm de Gaaij Fortman gaf Boersma tegen de lijn van zijn partij gehoor aan het verzoek van formateur Burger toe te treden tot een kabinet onder leiding van PvdA'er Joop den Uyl. Resultaat: een rood kabinet met een witte rand, de antirevolutionaire leider Barend Biesheuvel exit en de confessionelen uit elkaar gespeeld. Schande werd er nog lang van gesproken in confessionele kring; het verhinderde Boersma niet een populaire minister van sociale zaken te worden.

Na zijn ministerschap werd hij een ongelukkige directeur bij een nog ongelukkiger onderneming: Ogem. Door de CHU'er Berend-Jan Udink was hij er binnengehaald, maar nog geen drie jaar later gooiden de commissarissen hem er al uit. Uiteindelijk belandde Boersma, moeilijk plaatsbaar als hij inmiddels was, bij de Reinigingsdienst van Amsterdam. Als directeur, dat wel, maar toch een beetje onder zijn niveau.

De Friese antirevolutionair Boersma is nooit opgegaan in het Christen-Democratisch Apppel. Liever was hij politiek dakloos gebleven om zeven jaar geleden toch nog onverwacht over te stappen naar de Partij van de Arbeid. Niet dat hij er prominente posities ambieerde; hij wilde gewoon weer een nest waar hij zich thuis kon voelen.

Het is niks geworden in het nieuwe nest; zijn late Doorbraak heeft hij zelf ongedaan gemaakt. Zei hij niet ooit al van zichzelf: 'Ik ben en blijf gewoon een loslopende anti-revolutionair'. Met zijn heimwee naar de Anti-revolutionaire partij staat Boersma niet alleen; het wachten is nog op een oprichter. Misschien is het straks iets voor Enneüs Heerma.

    • Kees van der Malen