Hockeyers reageren gelaten na afstraffing

BARCELONA, 22 JAN. Verdwaasd staarden Roelant Oltmans en assistent Maurits Hendriks over het kunstgras. Met gebogen hoofden en gefronste wenkbrauwen treurde het technische duo van de Nederlandse hockeyploeg in stilte na over de zojuist geïncasseerde 4-1 nederlaag tegen India. Op het pijnlijke verlies viel weinig af te dingen.

Amper drie kwartier later was de teneergeslagen stemming al weer omgeslagen in een optimistische bui. Met een opgetogen glimlach meldde de bondscoach zich bij de verplichte persconferentie. Paniek? Welnee, hield Oltmans zijn gehoor voor. Met nog vijf wedstrijden voor de boeg bij het olympisch kwalificatietoernooi heeft het Nederlandse gezelschap nog alle kansen in eigen hand, benadrukte Oltmans monter. “Pas als we twee of drie wedstrijden op rij verliezen, moeten we op zoek naar mogelijke oorzaken.”

Alleen de eerste twintig minuten stemden Oltmans bitter en ontevreden. “Bij balbezit was het stilstaan, bij balverlies ontbrak de noodzakelijke pressie. Wij speelden hockey dat niet bij ons past.” Over het resterende deel van de wedstrijd tegen van India was het oordeel van de bondscoach aanmerkelijk milder, zelfs positiever. Als een van de weinigen op de Real Club de Polo had hij een overdaad aan doelrijpe kansen voor Nederland geteld. “Alleen vergaten wij de kansen te benutten, maar dat heeft niets te maken met zelfvertrouwen.”

Oltmans deed de afstraffing voor een handjevol toeschouwers af als een incident. Conclusies wenste hij vreemd genoeg niet te trekken. Het nietige Canada werd vrijdag nog eenvoudig bedwongen (5-1), tegen subtopper India kwam opnieuw de hardnekkige vormcrisis aan het licht waarmee de ploeg sinds het WK in 1994 worstelt. Na de tweede plaats bij de wereldtitelstrijd in Sydney grossierden de hockeyers in tegenvallende prestaties. Met als voorlopig dieptepunt een vierde plaats bij het zeslandentoernooi om de Champions Trophy, vorig najaar in Berlijn.

De afgelopen maanden constateerde de bondscoach een opgaande lijn in zowel spel als beleving. Tegen India was daar gisteren weinig van te merken. De botsing tussen twee verschillende speelstijlen viel uit in het voordeel van de Indiërs, zonder dat Nederland ook maar een moment aanspraak mocht maken op de overwinning. Vergeefs zocht de vice-wereldkampioen naar een antwoord op het technisch verfijnde en gegroepeerde spel van de Aziaten, volgens Oltmans niets meer dan een onvervalst staaltje “counterhockey”. Het middenveld kwam nauwelijks in het stuk voor. Het defensieve kwartet, van wie alleen laatste man Erik Jazet overeind bleef, kreeg geen moment vat op de aalvlugge Aziatische spitsen.

Met name Dhanraj Pillay en Mukesh-Kumar Nandano konden excelleren. Hun vaste bewakers, respectievelijk Maurits Crucq en Leo Klein Gebbink, lieten het afweten. De laatste, bezig aan zijn honderdste interland, veroorzaakte de eerste tegentreffer door rechterspits Nandano halverwege de eerste helft onregelmentair af te stoppen. Scheidsrechter Ruiz gaf een strafbal. “De enige cruciale beslissing die hij vandaag goed nam”, sneerde Klein Gebbink na afloop.

Verder wenste de speler van Kampong weinig woorden vuil te maken aan het échec. “We hebben het niet zo handig gedaan, maar we hebben voldoende kwaliteit om ons te herstellen. Morgen gaan we gewoon weer knallen.” Dat vond ook Taco van den Honert, op slag van rust met een strafcorner maker van het enige Nederlandse doelpunt. “We speelden in het begin als makke schapen. Maar ja, het kan niet iedere dag feest zijn”, grijnsde de spits.

India lijkt ondertussen hard op weg de kloof met de mondiale hockeytop te dichten. Samen met het huidige Pakistan was India onder de naam Brits-Indië gedurende vele decennia onverslaanbaar op de hockeyvelden. In 1973 waren de Aziaten nog verliezend finalist tegen Nederland in Amstelveen. In 1975 behaalden de Aziaten de wereldtitel in Kuala Lumpur.

Vijf jaar later volgde de gouden medaille op de Olympische Spelen in Moskou, waar de beste hockeylanden wegens een boycot niet van de partij waren. In de daaropvolgende jaren maakten de Indiërs een duikeling op de internationale ranglijst. Op grote toernooien figureerde de ploeg als een onberekenbare outsider die de faam van weleer nooit meer kon waarmaken.

De mindere kwaliteit van het Indiase hockey bleek ook door de onderlinge resultaten tegen Nederland. Tien jaar geleden won India bij de Champions Trophy in Pakistan voor het laatst van Nederland. “Dat is een lange tijd geleden”, verzuchtte coach Cedric D'Souza met een gelukzalige glimlach op het gelaat. “We bevinden ons eindelijk weer op de juiste weg.” Collega Oltmans kon het hem gisteren niet nazeggen.

    • Mark Hoogstad