Heerma's helper heeft verkeerde nestgeur

In kleine kring geniet de nieuwe vice-fractievoorzitter van het CDA, Jaap de Hoop Scheffer, enige faam als cabaretier. In weekeinden van de fractie wil hij wel eens een liedje zingen. Maar de teksten blijven strikt geheim.

In een zaaltje van het verlaten complex van de Tweede Kamer vergadert de Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken. Het is woensdag 10 januari. De CDA-buitenlandspecialist Jaap de Hoop Scheffer heeft de Kamer teruggeroepen van kerstreces om D66-minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) aan de tand te voelen over diens voorgenomen bezoek aan Oriënt House, de Palestijnse vertegenwoordiging in Oost-Jeruzalem. De Hoop Scheffer, krijtstreep pak, zegelring, het grijzende haar golvend naar achteren gekamd, spreekt met knarsende stem, een frons tussen de borende ogen. Brengt Van Mierlo het broze vredesproces tussen Israel en de Palestijnen niet in gevaar met dit bezoek? De D66-leider maakt op dat moment korte metten met de bezwaren van de CDA'er.

Achteraf betoont Van Mierlo zich geïrriteerd over het feit dat het Kamerlid Weisglas namens coalitiepartij VVD tijdens dit debat één lijn trok met de grootste oppositiepartij. Dat betekent een taktisch winstpuntje voor De Hoop Scheffer, voor wie iedere haarscheur in het paarse front meegenomen is. Opmerkelijk is dat hij wordt bijgestaan door fractiegenoot Biesheuvel, die De Hoop Scheffer tijdens het debat voorziet van relevante kranteknipsels en waarschuwende kattebelletjes. Maar mr. Jaap (Jakob, Gijsbert) de Hoop Scheffer (47) is dan ook sinds vorige maand de nieuwe vice-fractievoorzitter van het CDA.

Hij ging zijn fractievoorzitter Heerma helpen, zo verklaarde De Hoop Scheffer op 13 december. Doorgaans bekreunt niemand zich om de verdeling van de baantjes binnen de fracties in de Tweede Kamer. De promotie van De Hoop Scheffer was echter pikant omdat Heerma er steeds maar niet in was geslaagd de voortdurende discussie over het partijleiderschap in zijn voordeel te beslechten. HP/De Tijd markeerde De Hoop Scheffers bevordering onder de kop: 'De nieuwe Hoop voor het CDA'. Er zijn in politiek Den Haag weinig mensen die geloven dat Heerma veel baat zal hebben bij de hulp van De Hoop Scheffer.

Feit is dat de gereformeerde Heerma en de katholieke De Hoop Scheffer elkaars rivalen zijn sinds het vertrek van fractievoorzitter Brinkman uit de politiek in augustus 1994. De Hoop Scheffer gold in de vorige kabinetsperiode als de adjudant van Brinkman, zou minstens minister van buitenlandse zaken worden, of toch zeker de volgende fractievoorzitter. Heerma stond als staatssecretaris van Volkshuisvesting op de nominatie om door te schuiven naar een ministerschap. Maar de geschiedenis is bekend. Het CDA verloor bij de Kamerverkiezingen van mei 1994 en belandde voor het eerst sinds mensenheugenis in de oppositie. En nadat Brinkman het veld had geruimd koos de CDA-fractie Heerma als voorzitter. Voor De Hoop Scheffer was dit geen reden om zijn ambities vaarwel te zeggen. Tegen Andries Knevel van EO's Tijdsein zei hij 11 september vorig jaar nog: “Ik moet ervoor oppassen dat ik niet eeuwig de coming man blijf.” Overigens was de reden voor zijn optreden bij de christelijke omroep het bericht een week eerder dat hij lid was van een “bende van tien”, malcontenten in de CDA-fractie. Die groep wilde Heerma dwingen tot een meer offensieve oppositie en het instellen van een zogeheten “politiek fractiebestuur”, met wie Heerma moest overleggen over de koers van de fractie. Dat verhaal klopt niet, zei De Hoop Scheffer in september tegen Knevel. De gehele fractie, “de bende van 34”, bleef verantwoordelijk voor de politieke lijn van het CDA. Drie maanden later maakte De Hoop Scheffer alsnog deel uit van een politiek fractiebestuur.

Het antwoord op de vraag hoe het komt dat De Hoop Scheffer na Brinkmans vertrek niet direct als fractievoorzitter werd verkozen, is niet eenvoudig. In zijn eerste periode als Kamerlid, sinds 1986, bleef hij wat op de achtergrond. Zelf zei hij daarover dat hij bewust voor een “laag profiel” koos. Maar in de vorige kabinetsperiode zeker na het vertrek van de eerste CDA-woordvoerder op buitenlands terrein, Hans Gualthérie van Weezel, kwam De Hoop Scheffer al snel in de schijnwerpers. Hij viel op door de geharnaste wijze waarop hij in april 1992 PvdA-minister Pronk de wacht aanzegde omdat deze de relaties met Indonesië volgens hem nodeloos in gevaar had gebracht. Een paar maanden later, in augustus 1992, riep hij op eigen houtje de Kamer terug van zomerreces om minister Van den Broek op te roepen “zich via internationale fora breed en sterk te maken” om iets te doen aan de oorlog in ex-Joegoslavië. En passant nam hij daarbij zijn collega (inmiddels oud-Kamerlid) Ton de Kok diens woordvoerderschap af.

De Hoop Scheffer onderscheidt zich sindsdien volgens vriend en vijand in tal van debatten als een vaardig retoricus. De Utrechtse communicatiewetenschapper prof.dr. A. van der Meiden meent dat De Hoop Scheffer erin slaagt “zakelijk over te komen”. “Hij is erudiet en direct in zijn woordkeuze,” zegt Van der Meiden. Ook de Amsterdamse taalbeheerser, dr. Rudolf Geel, gespecialiseerd in spreken in het openbaar, zegt dat hij De Hoop Scheffers retorische kwaliteiten hoog aanslaat. “In zijn hele benadering van de media heeft hij een bijna natuurlijke overtuigingskracht. Ook al is het CDA niet mijn club, hij is het soort mens waar je naar luistert. Technisch ligt dat aan zijn directe woordkeus en trefzekere zinsbouw.”

Dat De Hoop Scheffer in eigen kring toch met wat argwaan wordt bekeken, heeft te maken met zijn wat de CDA'ers aanduiden als nestgeur. En De Hoop Scheffer verspreid kennelijk de verkeerde. Een insider verwijst naar de typische cultuur van het protestantse deel van het CDA en daarbinnen zou De Hoop Scheffer minder goed passen dan Heerma. De partij heeft meer op met volksvertegenwoordigers die een degelijke burgerlijkheid uitstralen, zoals oud-fractievoorzitter De Vries. De Hoop Scheffer zou teveel glamour hebben, teveel een televisie-persoonlijkheid zijn. Dat waren ook de bezwaren van het gereformeerde deel van de fractie tegen ex-voorzitter Brinkman, met wie De Hoop Scheffer zulke nauwe banden onderhield. Bovendien, zo stelt een CDA'er retorisch: “Waar komt hij vandaan? Wie kennen hem van vroeger?” De Hoop Scheffer heeft inderdaad een relatief korte historie in de partij. Hij was geen lid van een van de samenstellende 'bloedgroepen' KVP, ARP of CHU. Het feit dat hij begin jaren tachtig zelfs gedurende drie jaar lid was van D66 verhoogt het wantrouwen in eigen kring alleen maar. Binnen D66 zijn overigens weinig mensen te vinden die zich veel herinneren van de voormalige partijgenoot. D66-defensiespecialist Jan Hoekema: “Ik ben hem alleen een paar keer op congressen tegengekomen. Dan maakte hij zich bezorgd om ons afwijzend standpunt inzake de plaatsing van kruisraketten.”

Iemands 'nestgeur' wordt in het CDA verder bepaald door godsdienst, regionale herkomst, werkkring en opleiding. De Hoop Scheffer, die in Amsterdam werd geboren en daar bij de jezuïeten het gymnasium A doorliep om vervolgens rechten te gaan studeren aan de als liberaal te boek staande Leidse Universiteit, geldt naar verluidt voor 'zuidelijke katholieken' in de fractie toch als een randstedelijke outsider. Het katholieke Amsterdamse zakenmilieu (zijn vader was secretaris van de Vereniging voor de effectenhandel) waarin hij opgroeide zal ook al niet hebben bijgedragen aan de juiste nestgeur. Van de zestien katholieken in de fractie stemde in 1994 in ieder geval de helft op Heerma onder het motto “liever een echte gereformeerde dan een halve katholiek”.

In dit verband is het opvallend hoe De Hoop Scheffer, in tegenstelling tot de meeste van zijn partijgenoten, in vraaggesprekken zijn best doet om zijn imago van “goede gelovige” op te vijzelen. Zijn overgang van D66 naar CDA vergelijkt hij steevast met het bijbelse voorbeeld van de apostel Paulus. Vorige week nog zei hij tegen het Friesch Dagblad: “Ik kon bij D66 bijvoorbeeld absoluut niet uit de voeten met de opvattingen daar over het begin en het einde van het leven. Daarom ben ik, zoals Saulus veranderde in Paulus, overgestapt van het beginseloze D66 naar het CDA.” En een paar jaar geleden zei hij tegen het CDA-partijorgaan: “Het geloof speelt bij ons een belangrijke rol. Mijn ouders hebben mij daarin voorgeleefd zoals ik probeer mijn kinderen voor te leven en ik hoop dat zij die traditie later zullen voorzetten. Zo niet? Als ik dan nog iets tegen mijn kleinkinderen mag zeggen, zal ik ze over het geloof vertellen.”

Toch maakt de nieuwe vice-fractievoorzitter niet de indruk zwaar op de hand te zijn. In kleine kring geniet hij enige faam als cabaretier: op fractieweekeinden wil hij nog wel eens eigengemaakte liedjes zingen, waarvan de teksten overigens strikt geheim zijn. En bij de opening van het perscentrum Nieuwspoort enige jaren terug, zong hij evergreens met het liberale Kamerlid Annemarie Jorritsma, met op de saxofoon haar partijgenoot Hans Dijkstal, in een band met de naam The liberal swing formation. Al met al heeft De Hoop Scheffer te kampen met de hardnekkige beeldvorming dat hij een zakelijke carrièrist zou zijn. Zijn loopbaan begon in 1974 bij Buitenlandse Zaken, waar hij via posten in Accra en Brussel omhoog schoot naar de positie van persoonlijk secretaris (PS) van de minister in 1980. Overigens was dit een functie die De Hoop Scheffers oom en naamgenoot eerder onder minister Luns bekleedde. Deze Jaap de Hoop Scheffer, van de protestantse tak van de familie, bracht het uiteindelijk tot permanent vertegenwoordiger bij de NAVO in Brussel. Zijn neef diende twintig jaar later onder de achtereenvolgende ministers Van der Klaauw, Van der Stoel, Van Agt en Van den Broek. De functie van 'PS' wordt wel omschreven als formeel laag in de hiërarchie maar materieel cruciaal. De persoonlijk secretaris, een functie die alleen op Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking bestaat, is de sluis van alles wat de minister bereikt. “Je zit in een positie waarin je veel overzicht hebt”, zei De Hoop Scheffer in 1986 tegen HP.

Na een aantal jaren als persoonlijk secretaris voor de minister, twijfelde De Hoop Scheffer of hij een nieuwe post zou aanvaarden in het buitenland. Zijn vrouw, die lerares Frans is, zou haar baan moeten opgeven. Bovendien dacht hij aan zijn twee dochters die inmiddels waren geboren. De Hoop Scheffer ging op zoek naar een betrekking in Nederland buiten het ministerie.

De wijze waarop hij vervolgens in 1986 in de Kamer belandde heeft bij de rank and file van de partij ook voor scheve ogen gezorgd: met de partijkanonnen Van Agt, Schmelzer en Van den Broek als schikgodinnen op de achtergrond belandde hij op een 54ste plaats op de kieslijst en dankzij de ruime verkiezingsoverwinning in dat jaar van het CDA kwam hij per verrassing in één keer in de Kamer terecht.

Het feit dat De Hoop Scheffer nog in de Kamer zit, logenstraft diegenen die hem voor carrièrepoliticus verslijten. Hij heeft immers niet als bijvoorbeeld Hirsch Ballin, eens nummer drie op de lijst, de Kamer verlaten. Een andere mogelijkheid is dat De Hoop Scheffer nog altijd hoopt zijn ambities te verwerkelijken. Eerder verklaarde hij dat die ambitie “op dit moment” gelegen was in het weer op de been helpen van het CDA. Hij zei er niet bij in welke functie hij dat werk het liefst zou verrichten. Inmiddels is de laatste weken een interessant debat gaande in de CDA-top over de wijze waarop de oppositie moet worden gevoerd tegen het paarse kabinet. De Hoop Scheffer sprak voor het kerstreces zijn voorkeur uit voor een hardere lijn. Oppositie moet gevoerd worden, zo zei hij, met het scherpe floret en desnoods met de moker. De vice-fractievoorzitter werd direct terechtgewezen door de vice-partijvoorzitter Tineke Lodders. En in zijn nieuwjaarstoespraak kapittelde onlangs ook Kamervoorzitter Deetman zijn fractiegenoot. Net als de gereformeerde Lodders onderstreepte de hervormde Deetman dat het CDA vanuit een gouvernementele opstelling oppositie moet voeren. Achter de tegenstelling tussen De Hoop Scheffer en zijn vooraanstande partijgenoten gaat een intern conflict schuil tussen degenen die wensen dat het CDA, naar het model van de Duitse zusterpartij CDU, een brede conservatieve partij wordt, en zij die een beginselvast CDA wensen van bescheiden omvang. En de uitkomst van die machtsstrijd zal bepalen of De Hoop Scheffer de absolute top in de partij zal bereiken.