Grootste industrielanden voorzien geen recessie

PARIJS, 22 JAN. De zeven grootste industrielanden (G-7) vertrouwen erop dat de huidige vertraging in de economische groei niet zal uitdraaien op een recessie. Dat hebben de ministers van financiën en de centrale bankpresidenten van de G-7 zaterdag laten weten na afloop van periodiek financieel-economisch overleg in Parijs. Er werd geen gezamenlijk communiqué uitgegeven.

De ministers van financiën en de centrale-bankpresidenten van de Verenigde Staten, Canada, Japan, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië kwamen bijeen in een periode van toenemende bezorgheid over de wereldeconomie. In Europa, vooral in Duitsland en Frankrijk, is de laatste tijd een forse groeivertraging te zien. Daardoor loopt de toch al grote werkloosheid verder op en komt de vorming van een Europese Monetaire Unie (EMU) in 1999 in gevaar. Bovendien wil de al lange tijd kwakkelende economie van Japan nog steeds niet echt aantrekken.

Volgens de G-7 zal de economische ontwikkeling zich echter weer ten goede keren. De voorzitter van het overleg, de Franse minister van financiën Jean Arthuis, verklaarde na afloop dat de voorwaarden aanwezig zijn voor hernieuwde groei. Zijn Duitse ambtgenoot Theo Waigel zei dat er in Europa geen sprake is van een recessiegevaar, maar slechts van “een pauze in de groei”.

Waigel zei wel dat de groei van de economie en de werkgelegenheid in zijn eigen land “onvoldoende” is. Daarom is het volgens hem noodzakelijk de arbeidsmarkt te hervormen en door te gaan met het verminderen van het begrotingstekort. De door het EMU-verdrag opgelegde dwang tot beperking van het tekort is niet verantwoordelijk voor de vertraging van de economische groei, aldus Waigel. Dat vinden volgens hem ook de andere landen.

Arthuis verklaarde dat de zeven landen zullen samenwerken bij het ondersteunen van de economische groei en de werkgelegenheid, maar hij gaf niet aan wat dat gaat betekenen. Een mogelijkheid om de bedrijvigheid te stimuleren is een verdere verlaging van de rente. Maar de Britse minister Kenneth Clarke zei dat daarover geen afspraken zijn gemaakt. Volgens Bundesbank-president Tietmeyer zijn de landen het erover eens dat het huidige rentepeil “passend” is.

Arthuis maakte ook gewag van samenwerking op de valutamarkten. Volgens de Amerikaanse onderminister van financiën Summers zijn de zeven landen “tevreden” met de recente koersontwikkelingen. Daarmee doelde hij vooral op de stijging van de dollarkoers, die gunstig is voor exporteurs in Europa en Japan. Summers herhaalde nog eens dat de VS graag een “sterke” dollar zien. Maar wat de Amerikaanse regering onder sterk verstaat bleef ook deze keer onduidelijk.

De G-7 wijdde een deel van de vergadering aan overleg met Rusland. Volgens minister Arthuis is een beroep op de Russen gedaan om snel tot zaken te komen met het Internationaal Monetair Fonds. Over de verdere economische ontwikkeling in Rusland is enige bezorgdheid ontstaan na het recente aftreden van vice-premier Anatoli Tsjoebais, de laatste radicale hervormer in de regering.

De Amerikaanse minister van financiën, Robert Rubin, verliet de vergadering voortijdig om zich naar Washington te spoeden voor besprekingen over de begrotingscrisis in de VS. Hij had aan het begin van de dag bilateraal overleg met zijn nieuwe Japanse ambtgenoot Wataru Kubo, die debuteerde bij de G-7. Rubin sprak daarbij zijn waardering uit voor de maatregelen die Japan wil nemen om de problemen bij de hypotheekbanken op te lossen.

Er was ook afzonderlijk overleg van Rubin en Waigel, en van Waigel met Arthuis. De laatste twee lieten weten dat Frankrijk en Duitsland volgende week verder gaan praten over gezamenlijke maatregelen om de economie meer vaart te geven. De Franse president Chirac heeft een dergelijk initiatief onlangs aangekondigd. Tot concrete plannen is het ook zaterdag nog niet gekomen. (AFP, ANP, DPA, Reuter)