Financiële, morele en politieke crisis plaagt Litouwen

Twee jaar geleden loofde de Litouwse krant Respublika duizend dollar uit voor de politicus die kon bewijzen niet corrupt te zijn. Niemand meldde zich en Respublika kon het geld houden. Dat betekent niet dat er in Litouwen geen integere politici rondlopen. Maar het initiatief suggereert wel dat corruptie een probleem is. De Wereldbank schreef onlangs dat 56 procent van alle zakenlieden steekpenningen aan politici en ambtenaren heeft betaald en president Algirdas Brazauskas moest vorig jaar toegeven dat de corruptie “een maatschappelijk probleem is”.

Zes weken geleden brak in Litouwen een schandaal los dat inmiddels het grootste in het post-communistische bestaan van het land is. Op 20 en 21 december kondigde de centrale bank een moratorium af op de activiteiten van de twee grootste banken van het land, Litimpeks en Innovation. De leiding van beide banken verdween in de Lukiskes-gevangenis op verdenking van fraude.

De sluiting, zo vlak voor kerst, was een kwalijke verrassing voor de Litouwers met spaarrekeningen op beide banken, en dat waren er nogal wat: ze beheerden twintig procent van het spaargeld van de totale bevolking. Bij een onderzoek van de centrale bank bleek dat bij Innovation en Litimpeks sprake was van ongebruikelijk hoge kredietverliezen als gevolg van malversaties van de leiding. De schuld van Litimpeks wordt geschat op 87 tot 142 miljoen litai (21 tot 35,5 miljoen dollar), die van Innovation op het drievoudige daarvan.

De sluiting van de banken opende een vertrouwenscrisis in het bankwezen in Litouwen. In de Baltische landen is de afgelopen jaren een groot aantal particuliere banken ontstaan. Maar veel banken hebben een tekort aan kapitaal en het financiële leven is nog slecht geregeld. Letland heeft net een bankcrisis achter de rug.

De crisis in Litouwen groeide uit tot een politieke en morele crisis toen op 30 december bleek dat premier Adolfas Slezevicius twee dagen voor de sluiting van de bank vanuit China, waar hij op staatsbezoek was, opdracht had gegeven om 30.000 dollar van zijn rekening bij de Innovation Bank te halen, en dat hij op zijn spaarrekening bovendien dertig procent rente had gekregen, twaalf procent meer dan het gangbare rentetarief. Slezevicius zei later het geld van de bank te hebben gehaald om er als kerstcadeau voor zijn vrouw een auto van te kopen, maar niemand in Litouwen hechtte geloof aan zijn verzekering dat hij geen voorkennis van de voorgenomen sluiting van Innovation had gehad. Begin januari gaf Slezevicius toe “een morele en politieke fout” te hebben gemaakt. Maar een reden om af te treden vond hij dat niet, en president Brazauskas was het roerend met hem eens.

Een reden om af te treden ontdekte wel de directeur van de centrale bank, Kazys Ratkevicius - hoewel die hooguit indirect medeverantwoordelijk was geweest voor het gesjoemel van de directeuren van Litimpeks en Innovation. Ratkevicius trok niettemin zijn conclusies uit de vaststelling van het parlement dat de actie tegen de twee banken slecht getimed was.

Het schandaal werd evenwel steeds groter: al snel bleek dat Slezevicius niet de enige was die van zijn voorkennis had geprofiteerd. Een aantal hoge functionarissen had vlak voor de sluiting snel zijn geld van zijn bankrekening gehaald. Minister van binnenlandse zaken Romasis Vaitiekunas had vlak voor de sluiting 2.307 dollar opgenomen bij Innovation Bank. Minister van financiën Sarkinas, minister van energie Lescinskas, procureur-generaal Nikitinas, de voorzitter van de regerende (ex-communistische) Litouwse Democratische Partij van de Arbeid (LDDP) Kirkilas en zijn plaatsvervanger Karosas - zij allen hadden hun geld in veiligheid gebracht in de dagen direct voor de sluiting van de twee banken.

De weigering van Slezevicius om af te treden was voor zijn eigen ministers van defensie en buitenlandse zaken, Linas Linkevicius en Povilas Gylys, aanleiding om hun ontslag aan te bieden met het argument dat ze niet meer met de premier konden samenwerken. De president weigerde echter het ontslag te accepteren. Wie wel vertrok was de Litouwse ambassadeur in Londen, Raimundas Rajeckas, die ooit de verkiezingscampagne van Brazauskas had geleid, maar die door de president aan de dijk werd gezet nadat hij Slezevicius “gebrek aan waardigheid, eergevoel en een geweten” had verweten.

De crisis heeft de geloofwaardigheid van de Litouwse leiding danig ondermijnd. Bijna elke dag komt het tot nieuwe onthullingen over corrupte overheidsfunctionarissen en tienduizenden burgers hebben inmiddels een petitie ondertekend waarin vervroegde verkiezingen worden geëist.