De vroege geschiedenis van de foto in Nederland bijgesteld

Ongeveer 5000 foto's van historische betekenis, lagen verscholen in de krochten van het Rijksmuseum. Voor het eerst is nu een blik mogelijk op een collectie, waarmee - zo denken betrokkenen - de geschiedenis van de Nederlandse fotografie herschreven zal worden.

De tentoonstelling Een Nieuwe Kunst is van 10 februari tot en met 5 mei te zien in het Rijksmuseum. Het Van Goghmuseum presenteert t/m 28 februari als onderdeel van Een Nieuwe Kunst een eveneens uit de Rijkscollectie geselecteerde tentoonstelling van 19de eeuwse afbeeldingen van musea en monumenten.

AMSTERDAM, 22 JAN. 'Schatgraven in eigen tuin' noemt Mattie Boom het werk dat ze de afgelopen twee jaar heeft verricht als conservator fotocollecties van het Rijksmuseum. 'Verstopt in mappen, boeken en albums lagen de mooiste 19de eeuwse foto's. Absolute topstukken soms, waarvan niemand enige weet meer had.'

Vanaf 10 februari is het resultaat van haar naspeuringen te zien in de tentoonstelling Een Nieuwe Kunst, Fotografie in de 19de eeuw. Het zal een baanbrekende tentoonstelling zijn, aldus Boom, waarin 'de geschiedenis van de vroege Nederlandse fotografie voor een deel herschreven zal worden.'

Boom was eerder als conservator fotografie verbonden aan de Rijksdienst Beeldende Kunst (RBK). Toen in januari 1994 het 19de eeuwse deel van de RBK-collectie werd overgedragen aan het Rijksmuseum (het moderne deel ging naar het Stedelijk museum), verhuisde Boom mee. Sindsdien geeft zij leiding aan de nieuwe fotografie-afdeling, onderdeel van het prentenkabinet, en heeft als taak een 'nationale fotocollectie' gestalte te geven.

Boom: “Fotografie wordt nu op rijksniveau met dezelfde egards behandeld die ook prenten en tekeningen ten deel vallen. Juist daar heeft het hier in het verleden aan ontbroken. Fotografie is nooit fatsoenlijk geïnventariseerd. Het diende als documentatie en als lesmateriaal. De kunstzinnige waarde ervan werd niet ingezien.”

De nationale collectie omvat inmiddels ruim 70.000 foto's, boeken en albums. Het leeuwendeel daarvan is afkomstig van de RBK; de verworven collecties van de Amsterdamse advocaat Dolf Hartkamp en de fotograaf Willem Diepraam, en de in 1993 door de nabestaanden aan het rijk geschonken (en nog regelmatig met nieuwe vondsten in het familiebezit aangevulde) historische collectie van Eduard Isaac Asser (1809-1894). Circa 5000 foto's bleken verscholen te liggen in het bezit van het Rijksmuseum.

Gezamenlijk schetsen ze 'een breed beeld van de Nederlandse fotografie in een internationale contekst', aldus Boom. “Er is lang gedacht dat de Nederlandse fotografie een puur Nederlandse aangelegenheid was, maar is veel te naïef. Naar nu blijkt wisten de Nederlanders zeer goed wat er elders in Europa werd gemaakt. Omgekeerd was het Nederlandse werk in Europa bekend. Hoe groot die onderlinge wisselwerking was, komt nu pas aan het licht.”

Ter illustratie laat ze een proefdruk zien van de lijvige catalogus die bij de tentoonstelling zal verschijnen - foto's van internationale grootheden als Julia Margareth Cameron, Gustave Le Gray en Edouard Baldus, en van Nederlanders als Witsen, Breitner, Asser en het duo Munnich en Ermerins. Het hele scala van genres is aanwezig: van landschappen, portretten en reisfotografie tot stillevens en kunstreproducties (in de 19de eeuw als volwaardig genre beschouwd).

Boom ontdekte tijdens haar speurtocht dat al in de vorige eeuw foto's door Rijksmuseum werden verworven, soms als losse afdrukken maar meestal in de vorm van met originelen geïllustreerde boeken. “Ze lagen overal: in de kostuumverzameling, portretverzameling en de topografische verzameling. Ook in de nagelaten bibliotheken van de architecten Godefroy en Cuypers (de bouwer van het Rijksmuseum) bleek een schat aan internationale topografische en reisfotografie te zitten.”

Soms waren die foto's al wel bekend uit buitenlandse collecties en publicaties, maar nu bleken ze ook gewoon in Nederlands bezit. Van andere fotografen waren individuele foto's bekend, maar bleken in het Rijksmuseum de complete boeken aanwezig, zoals dat van Bisson Frères over de Notre Dame en van Nègre over de kathedraal van Chartres.

Een van de 'topstukken'die Boom ontdekte, was een tot nu toe onbekende afdruk van het Panorama van Baalbek, gemaakt door de Fransman Gustave Le Gray: een halve meter brede montage van twee afdrukken gemaakt op basis van papieren negatieven, daterend uit omstreeks 1860. (De twee andere Le Gray's die van deze lokatie bekend zijn bevinden zich in Parijs en in het Getty Museum in Malibu.)

Boom: “Het grote voordeel van de samenvoeging van de RBK- en de Rijksmuseumcollectie en het systematisch onderzoeken ervan, is dat oeuvres die in de loop der tijd verspreid zijn geraakt over allerhande collecties en archieven, nu weer hersteld kunnen worden.” Als voorbeeld noemt zij het werk van de Amsterdamse fotograaf Louis Wegner (1816-1864) van wie enkele foto's in de collectie Asser zitten. “Het zijn familieportretten waarop een vaas en een achtergrondje voorkomen die ik meende te herkennen. Uiteindelijk bleek dat op kostuumafdeling vergelijkbare foto's zaten met exact diezelfde rekwistieten. Ze waren ooit naamloos weggestopt omdat de handtekening achterop onleesbaar was.”

Dergelijke samenvoegingen zullen in de nabije toekomst nog veel gaan plaatsvinden, aldus Boom. En niet alleen binnen de eigen collectie. Door het Nederlands Fotogenootschap (overkoepelend orgaan van fotografie verzamelende instellingen) wordt momenteel een inventarisatie uitgevoerd van de Nederlandse fotocollecties. “Wanneer die analoog aan de onze zijn beschreven, is in een oogopslag te zien wat er van een fotograaf aanwezig is, en waar het ligt. Want uiteindelijk is de werkelijke nationale fotocollectie natuurlijk veel groter dan de onze alleen.”

    • Eddie Marsman