De schaduw van een kadaver

Enkele jaren geleden stond ik oog in oog met het paleis van Ceaucescu. Het is zeven kolossale verdiepingen hoog en telt, als een onzichtbaar spiegelbeeld, ook zeven verdiepingen ondergronds. Haaks daarop een geweldige boulevard, een halve meter breder dan de Champs Elysées. En hoe verder men komt op deze boulevard van de eenheid van het volk, hoe meer tekenen van verval. Het begint met balkons die afgebrokkeld zijn, struikgewas dat zich heeft genesteld in betonnen staketsels van flats in aanbouw, en eindigt in een geweldige bouwput. Honderden hijskranen, goeddeels verroest, markeren het einde van een droom.

Het is een monument van hoogmoed, een toren van Babel die tot aan de hemel moest reiken. “Het was een overschatting van de mens. Een mogelijk fatale, mogelijk krankzinnige, maar niettemin schitterende, triomfantelijke overschatting van de mens. Het grootste compliment dat hem ooit is gemaakt”. Zo laat George Steiner in zijn novelle De corrector een oude communist de balans van zijn geloof opmaken.

Van dat grootste compliment is weinig over. Zes jaar na de val van de Muur is het communisme in rook opgegaan. Behalve geruïneerde samenlevingen, heeft het geen spoor achtergelaten.

Of is dat gezichtsbedrog? Wijst de terugkeer, nu met electorale middelen, van de communisten in het Oosten niet op het tegendeel? Wat Rusland betreft, lijkt deze herhaling van de geschiedenis vatbaar voor de klassieke uitspraak van Marx uit 1852: “Hegel bemerkt irgendwo, dass alle grossen weltgeschichtlichen Tatsachen und Personen sich sozusagen zweimal ereignen. Er hat vergessen hinzuzufugen: das eine Mal als Tragödie, das andere Mal als Farce.” De trillende handen van coupleider Janajev in 1991 wezen al niet op een overdaad aan innerlijke overtuiging en de nieuwe communistische partij is een gezelschap dat vooral door gevoelens van revanche wordt geleid.

In Oost-Europa liggen de verhoudingen anders. Voormalige communistische politici als Horn in Hongarije of Kwasniewski in Polen vertegenwoordigen een lichting die niet uit is op wraak en zich heeft losgemaakt van het verleden. De vroegere Poolse dissident Adam Michnik sprak over een 'fluwelen restauratie'. Hij gaf een interessante verklaring: “De Polen willen respect voor hun eigen biografie, onafhankelijk van de vraag of die levensloop in het teken stond van de Poolse Volksrepubliek, de communistische partij, dan wel van de anti-communistische oppositie.” Niemand ziet graag vijfenveertig jaar van zijn leven tot zinloze inspanning gereduceerd.

De opmars van de oud-communisten in het Oosten maakt duidelijk dat vrijheid en bescherming elkaar nodig hebben. Als mensen gedwongen worden tot een keuze, dan liever een alomtegenwoordige hand boven hun hoofd, dan de wedijver van allen met allen waarin een minderheid boven komt drijven. De overgrote meerderheid van de bevolking in deze landen verlangt niet naar communisme, maar naar rust en respect.

En in het Westen? Heeft zeventig jaar communisme daar een spoor achtergelaten, anders dan in negatieve zin? De Britse historicus Eric Hobsbawm probeert in zijn Eeuw van uitersten het communisme nog van de vuilnisbelt der geschiedenis te redden. Naast het aandeel van de Sovjet-Unie in de nederlaag van Hitler-Duitsland, zou het de blijvende verdienste van het communisme zijn dat het de Westerse samenlevingen tot sociale hervormingen heeft gedwongen. Zonder de dreiging van het communisme zou de sociale matiging van het kapitalisme nooit zijn geslaagd, sterker nog: zou het kapitalisme niet hebben overleefd.

Een fraaie omkering van de stelling dat het kapitalisme zijn eigen doodgravers voortbrengt, maar een die historisch moeilijk houdbaar is. Hobsbawm negeert vrijwel geheel de hervormende rol van de vakbeweging en sociaal-democratie in West-Europa. Wellicht ondervonden die op sommige momenten steun van de angst voor het rode gevaar in het Oosten, maar vaker werden ze daardoor in een isolement gedreven. Hoezeer de liberale samenlevingen ook vragen om zelfbeperking, per saldo was de druk van de Sovjet-Unie ten diepste improduktief.

Dat is wel gebleken na de ondergang van het communisme. Zou het toeval zijn dat talloze grote corruptieschandelen pas na 1989 aan het licht zijn gekomen? Was de omwenteling in Italië mogelijk geweest toen het land nog in de frontlinie van het conflict tussen Oost en West lag? Er is meer ruimte voor zelfonderzoek na het einde van de Koude Oorlog. De onlangs overleden toneelschrijver Heiner Müller schreef: “Wer keinen Feind mehr hat, trifft ihn im Spiegel”. De hervormingsenergie richt zich nu op nieuwe vragen: hoe kan de matiging van de markt worden volgehouden in een steeds globalere economie? Hoe kan democratie wortel schieten in een wereldmarkt?

Zo bezien is ons grootste probleem na 1989 niet meer de indamming van het Oosten, maar de indamming van het Westen. Dat is echter te snel geredeneerd. Hoezeer ook het Westen zichzelf tot probleem is en de oude vijand in het Oosten tot het verleden behoort, de 'ruwe restauratie' in Rusland plaatst het Westen voor een probleem. Dat is niet een herlevend communisme: de beeldenstorm die na zeventig jaar marxisme-leninisme heeft gewoed is te radicaal geweest.

Op de vacante sokkel neemt een gekrenkt nationalisme plaats. Tsjetsjenië laat zien dat het gevoel van vernedering bloedige gevolgen kan hebben. Voor wie een liefhebber is van herhaling in de geschiedenis: een Weimar op de schaal van een wereldmacht met kernwapens vormt zich langzaam aan de oostgrens van Europa. Rusland is niet op weg naar een nieuw communisme, maar wankelt op de rand van burgeroorlog. Het communisme mag dan morsdood zijn, het kadaver werpt een lange schaduw vooruit.

De Westerse wereld kan niet veel doen aan deze ontbinding van een wereldrijk. Wel kan het proberen de landen van Midden- en Oost-Europa te immuniseren tegen de gevolgen van het verval in Rusland door ze snel zekerheid te bieden over een toekomst in de NAVO en Europese Unie. Totnogtoe hebben de Westerse landen hun onwil om risico's te lopen voor Midden-Europa kunnen verbergen achter de wil om op goede voet met Rusland te verkeren. De behoedzame omgang met de 'hervormer' Jeltsin levert echter steeds minder op. Het veiligheidspolitieke veto dat Rusland wil doen gelden binnen de grenzen van het vroegere Warschaupact, kan niet langer aanvaard worden met het argument dat uitbreiding van de NAVO de Russische nationalisten in het zadel helpt. Die zitten namelijk al hoog te paard.

    • Paul Scheffer