De kleine, vette jongen wordt man

Het tennis van de toekomst werd zaterdagavond even zichtbaar op het centre-court van de Australian Open. Met onwaarschijnlijk geweld en effectief tennis versloeg de Australische tiener Mark Philippoussis de nummer één van de wereld, Pete Sampras. 'De kleine, vette jongen is een man geworden', meende zijn coach

Zelfs degenen die vrijwel nooit naar een tenniswedstrijd kijken, de spelers zelf, haastten zich zaterdagavond na hun diner naar een televisietoestel voor de derde set van Mark Philippoussis tegen Pete Sampras. Zo vaak komt het niet voor dat 's werelds beste tennisser kansloos van de baan wordt geslagen.

Monica Seles keek de hele wedstrijd uit en sprak later vol bewondering over de machtige service van de Australiër en over de manier waarop hij zijn kalmte had weten te bewaren. Brad Gilbert, de sluwe ex-prof die nu Andre Agassi coacht, was al even complimenteus. “Als hij zich blijft ontwikkelen staat hij aan het einde van dit jaar in de top-acht”, zei Gilbert. “En het is mogelijk dat hij over twee, drie jaar de nummer-één-positie voor zich opeist.”

De 6-4, 7-6 en 7-6 overwinning van de 19-jarige Philippoussis, die is uitgeroepen tot de aantrekkelijkste vrijgezel van Australië, was geen volledige verrassing. De zoon van een Griekse vader en een Italiaanse moeder wordt al twee jaar als een zeldzaam supertalent beschouwd. Hij is, zoals tennissers dat zelf omschrijven, een man met wapens. “Ik kijk bij jonge spelers altijd eerst of ze wapens hebben”, vertelde Sampras voordat hij zaterdag de baan op moest. “Philippoussis heeft zijn service en is gevaarlijk vanaf de baseline.”

De 1.94 meter lange, 92 kilo zware Philippoussis, geboren op 7 november 1976 in Melbourne, is geen produkt van het nationale Australische, wetenschappelijk opgezette sportinstituut, maar van zijn vader, een ex-profvoetballer. De jonge Mark was een dikkige, nukkige junior, won geen nationale titels en werd wegens wangedrag zelfs een keer zes maanden uit het jeugdteam gegooid. “We deden het liever op onze eigen manier”, vertelde vader Nick deze week. “Ik vond dat Mark als junior gewoon altijd zo hard mogelijk moest blijven slaan. Later zouden die ballen dan wel binnen de lijnen vallen.”

Dat lukt af en toe heel aardig. Sinds hij in 1994 professional werd, verloopt zijn carrière uiterst voorspoedig. Om zijn ingewikkelde naam te omzeilen, is hij al voorzien van drie bijnamen. Scud voor zijn Australische collega's, Rookie voor de Amerikanen en Flipper voor zijn vrienden. Aan het einde van 1994 stond hij 304 op de ranglijst. Vorig jaar haalde hij op drie toernooien de finale en versloeg hij onder anderen Paul Haarhuis en Richard Krajicek. Hij eindigde als nummer 34; met zijn zege op Sampras drong hij door tot de top-dertig.

“Als ik in vorm ben, voelt het heerlijk”, vertelde Philippoussis eerder dit jaar. “Als mijn ballen uitvliegen, voel ik me een kluns.” Zaterdagavond werd hij de held van Australië, vandaag de kluns. Veertig uur na zijn krachtsexplosie in de derde stond hij lusteloos en leeg op de baan voor zijn wedstrijd in de vierde ronde. Landgenoot Mark Woodforde, tien jaar ouder, profiteerde dankbaar van zijn wisselvalligheid en won eenvoudig met 6-2, 6-2 en 6-2.

Toch zal de tenniswereld nog lang blijven praten over zijn ontmanteling van Sampras. Philippoussis sloeg zaterdag 29 aces, tegenover 5 van Sampras. Hij speelde vrijwel vlekkeloos serve-en-volley en imponeerde met winnende forehands en backhands vanaf de baseline, zo hard en risicovol geslagen dat het uitverkochte centre-court, en Sampras, en alle journalisten, met stomme verbazing toekeken. “Hij heeft wat tegenwoordig iedereen wil hebben”, zei voormalig nummer één Jim Courier. “Kracht en wapens. Hij is groot, maar voelt zich op zijn gemak vanaf de baseline. Hij ramt gewoon alles weg, waarbij het lijkt alsof het er niet toe doet of zijn slagen in of uit gaan.”

Philippoussis wordt behalve door zijn vader ook door Nick Bollettieri gecoacht, de ex-coach van onder andere Agassi en Seles. Vlak voor de wedstrijd had Bollettieri hem gezegd dat hij voor een verrassing kon zorgen. “Je gaat niet alleen de baan op om plezier te hebben, maar ook om te winnen.” Philippoussis bleef in zichzelf geloven, ook toen hij in de tiebreak van de tweede set met 3-0 achterstond. “De kleine, vette jongen is een man geworden”, concludeerde Bollettieri. “Je hebt vandaag geschiedenis geschreven”, zei hij later in het hotel tegen zijn pupil. “En er staat je nog heel veel te wachten.”

Op de persconferentie bleef Philippoussis bescheiden. Verlegen, bijna fluisterend vertelde hij dat hij in een roes terecht was gekomen, de cocon van concentratie waarin alles vanzelf lijkt te gaan. “Ik had het gevoel dat ik de bal de lucht in kon gooien voor een ace wanneer ik wilde. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Het was ook moeilijk om kalm te blijven. Want ik wilde fel zijn, maar moest ook rustig blijven.”

“Ik was verbaasd dat hij dit niveau drie sets lang volhield”, zei Sampras na afloop. “Ik probeerde zwaktes op te zoeken, maar kon ze niet vinden. Als hij zo serveert, valt daar weinig tegen te beginnen.”

Voor zijn toekomst als tennisser zal vooral bepalend zijn hoe hij zich houdt onder de immense hype die in Australië is losgebarsten. De wedstrijd zaterdagavond was uitverkocht, met 15.000 dolenthousiaste fans op de tribune. De kijkcijfers van het tennis lagen hoger dan die van het gewoonlijk populairdere cricket op een ander kanaal. Australië domineerde het mannentennis eind jaren zestig en begin jaren zeventig zoals de Amerikanen dat nu doen. Sindsdien wordt ieder jong Australisch talent vergeleken met veelvoudig grand-slamwinnaars als Rod Laver, John Newcombe, Ken Rosewall of Tony Roche.

Pat Cash, die Wimbledon won in 1987, leefde bijvoorbeeld al snel op voet van oorlog met de Australische pers. Een bescheiden talent als Patrick Rafter lijkt aan de sterrenstatus en miljoenencontracten ten onder te gaan. Het spreekt voor Philippoussis hoe weinig er over zijn privé-leven bekend is. Hij beschouwt Becker als een van zijn voorbeelden en probeert op de baan diens innerlijk kalmte na te bootsen. Hij surft, speelt graag poolbiljart, houdt van basketbal en zit verder vooral op zijn hotelkamer achter zijn spelcomputer.

De dag na zijn overwinning op Sampras moest hij onder politiebegeleiding naar zijn trainingsbaan. Twee dagen lang feliciteerde iedereen die hij tegenkwam hem met zijn zege. Hij was Australië's next great thing, zo las hij zondag en maandagochtend in de kranten, die hij eigenlijk niet wil zien, maar waar hij iedere dag uit gewoonte toch een blik op werpt. 'Het speelschema ligt open', schreeuwden de koppen hem tegemoet.

Slechts één speler waarschuwde gisteren al dat Philippoussis wel toekomst had, maar dat die nog niet was aangebroken. “Het is zo'n speler waar je alleen van kan winnen als je op 85 procent van je kunnen speelt”, zei Andre Agassi over Philippoussis. “Pete speelde op 70 procent, wat meestal voldoende is om te winnen in de vroege ronden van een grand-slamtoernooi. Bovendien heeft Philippoussis het makkelijker tegen een serve-volley-speler als Sampras dan tegen iemand die hem laat bewegen, zoals Chang.” Of Woodforde.

    • Remmelt Otten