De acht rivalen van Republikeins presidentskandidaat Robert Dole

WASHINGTON, 22 JAN. Steve Forbes was miljonair, uitgever en hoofdredacteur toen hij in september bekendmaakte dat hij president van de Verenigde Staten wilde worden. Hij had geen politieke ervaring, hij had nooit eerder aan verkiezingen meegedaan, maar hij zou meedingen naar de Republikeinse nominatie. Hij beloofde zich op één thema te zullen concentreren: invoering van één algemeen tarief voor de inkomstenbelasting.

Volgende maand beginnen de voorrondes voor de presidentsverkiezingen, en Forbes (48) is er in geslaagd zich op te werken tot één van de belangrijkste kanshebbers. Niet alleen suggereren opiniepeilingen dat hij als enige in het Republikeinse deelnemersveld een serieuze bedreiging vormt voor de koploper, senator Robert Dole. Bovendien is het Forbes gelukt om het debat tussen de rivalen voorlopig te domineren met zijn pleidooi voor één belastingtarief van 17 procent. Zonder charisma of televisie-charme, maar mèt een groot persoonlijk vermogen waaruit hij zijn campagne financiert, stoomt Forbes op.

Toen generaal Colin Powell in november liet weten dat hij niet mee zou doen aan de presidentsverkiezingen, en korte tijd later ook Newt Gingrich, leek het er even op dat de Republikeinse voorverkiezingen een matte strijd zouden worden tussen Bob Dole en een handjevol grauwe kandidaten die zich in niet zoveel van elkaar onderscheidden. Het zou een gelopen race zijn voor de ervaren leider van de Republikeinse meerderheid in de Senaat.

Maar aan het begin van het primary-seizoen - op 12 februari kunnen kiezers in Iowa hun voorkeur uitspreken, op 20 februari die in New Hampshire - lijken verrassingen nog heel goed mogelijk. De geschiedenis leert dat een kandidaat die in Iowa of New Hampshire sterk uit de bus komt, daarmee zoveel landelijke aandacht kan krijgen dat zijn kansen opeens sterk groeien. En een tegenvallend resultaat in die eerste belangrijke voorrondes kan fataal zijn voor een kandidaat.

Als geen ander is Bob Dole (72) doordrongen van het belang van die eerste fase van de voorverkiezingen. Twee keer zag hij zijn kansen op het presidentschap in rook op gaan in New Hampshire: in 1980, het jaar waarin Ronald Reagan voor het eerst tot president gekozen werd, en in 1988, toen George Bush de senator uit Kansas aftroefde. Dit jaar doet Dole zijn derde gooi, en waarschijnlijk tevens zijn laatste. Als hij op 5 november gekozen wordt, zal hij de oudste president zijn die ooit zijn intrede heeft gedaan in het Witte Huis.

Als leider van de Republikeinse meerderheid in de Senaat is Dole nu al een van de machtigste mannen van het land. Hij heeft zich verzekerd van de steun van een 20 van de 31 Republikeinse gouverneurs. Zijn campagne-organisatie draait al maanden op volle toeren, en zijn fondsenwerving heeft meer dan 24 miljoen dollar opgeleverd, een ongekend goed resultaat. Volgens opiniepeilingen maakt Dole niet alleen de grootste kans op de Republikeinse nominatie, sinds kort zijn er ook peilingen die aangeven dat hij president Clinton kan verslaan.

Dole, die voor het eerst in 1961 door zijn staat Kansas naar Washington werd afgevaardigd, geldt als een typische insider in de Amerikaanse politiek. Dat is tegelijk zijn kracht en zijn zwakte. Hij is de man die bewezen heeft dat hij in Washington iets voor elkaar kan krijgen, de ervaren leider. Maar met al zijn ervaring is Dole voor veel Republikeinen ook de belichaming van een politieke cultuur die ze wantrouwen en waarmee ze het liefst helemaal zouden willen breken. Gingrich heeft Dole ooit “de belastinginner van de verzorgingsstaat genoemd”, in conservatieve kring bepaald geen compliment. En hoewel de relatie met Gingrich is verbeterd, bestaat er onder conservatieve Republikeinen een zeker wantrouwen dat Dole al te gemakkelijk compromissen sluit en principiële politieke confrontaties uit de weg gaat.

In de al maanden slepende strijd van het Congres met het Witte Huis over de begroting, verkeert Dole daardoor in een lastige positie. Doet hij een concessie aan Clinton, of bereikt hij zelfs overeenstemming, dan zullen zijn tegenstanders hem zeker verwijten dat hij hun beginselen verkwanselt. Maar als er geen akkoord over de begroting komt, zet Dole zijn reputatie als man die belangrijke dingen voor elkaar krijgt op het spel.

Dole's vrouw Elizabeth, voormalig minister van transport en van arbeid, heeft aangekondigd dat ze als eerste presidentsvrouw in de Amerikaanse geschiedenis buitenshuis zal gaan werken. Haar baan als voorzitter van het Amerikaanse Rode Kruis, waarvan ze tijdelijk verlof heeft genomen om campagne te kunnen voeren voor haar man, zal ze weer opnemen als Dole de presidentsverkiezingen wint.

Acht rivalen betwisten Dole de Republikeinse nominatie, maar het lijkt er tot nog toe vooral op of ze elkaar de titel betwisten van Dole's Grote Tegenstander. Forbes is er het beste in geslaagd zich te presenteren als de anti-politicus, de buitenstaander, een rol die de zakenman en miljonair Ross Perot vier jaar geleden met veel succes vervulde. Anders dan Ross Perot is Forbes een vurig pleitbezorger van de vrije markt, en iemand die economische groei belangrijker vindt dan terugdringing van het begrotingstekort.

Maar net als Perot benut Forbes zijn financiële vrijheid optimaal: de televisiekanalen in Iowa en New Hampshire worden overspoeld met reclamespotjes, waarmee Forbes in korte tijd grote bekendheid voor zijn naam en zijn boodschap heeft verworven. Forbes is niet meer alleen de verlegen zoon van de flamboyante Malcolm Forbes, oprichter van het Forbes consortium en van Forbes Magazine.

Zijn boodschap - 17 procent inkomstenbelasting voor iedereen, afschaffing van alle aftrekposten, de belastingaangifte kan voortaan op een briefkaart - blijkt erg aan te slaan. Forbes' tegenstanders wijzen erop dat de kiezers zich nog wel zullen bedenken zodra het tot hen doordringt dat ook de aftrek van hypotheekrente als het aan Forbes ligt verdwijnt. Het zou een mesjokke idee zijn, rampzalig voor de economie, nadelig voor de middenklasse en vooral aantrekkelijk voor de rijken - onder wie Forbes zelf. Ondanks die kritiek, en deels ook dank zij die kritiek, weet iedereen nu wel waar Forbes voor staat. Zijn agenda beheerst de campagne.

Daarbij werd hij wel een handje geholpen door een rapport over het onderwerp van een commissie van de Republikeinen die ook bepleitte dat de progressieve belastingtarieven vervangen worden door een “platte belasting”. In dat plan bleef de aftrek van de hypotheekrente, en de aftrek voor liefdadige schenkingen, echter behouden.

Senator Phil Gramm (53), uit Texas, haastte zich de afgelopen week met een eigen voorstel te komen voor één algemeen belastingtarief, dat hij op 16 procent stelde. Gramm stelt zich op als de onbuigzame conservatief, zowel in financieel/economisch opzicht als op meer levensbeschouwelijk terrein. “Ik was al conservatief voor conservatief zijn cool was”, zegt hij vaak. Hij heeft een verklaring getekend dat hij als president abortus zal verbieden, en daagde Dole vergeefs uit dat ook te doen.

Gramm, een voormalige Democraat, is econoom en in de Senaat werkt hij al jaren aan het terugdringen van het begrotingstekort. Van zijn kille imago is hij zich bewust, hij zegt er vaak over:“Ik wil u verzekeren dat ik een hart heb. Ik bewaar het in een potje op mijn bureau.” In de Senaat botste hij eind vorig jaar met Bob Dole, toen de laatste de uitzending van Amerikaanse troepen naar Bosnië niet wilde verhinderen.

Gramms concurrent op de rechtervleugel is de voormalige commentator Pat Buchanan. Althans op levensbeschouwelijk terrein probeert Buchanan de kandidaat voor de conservatieve christenen te zijn. Hij is tegen abortus, tegen legale en illegale immigratie en tegen intellectuelen die, zoals hij zegt, in schoolbibliotheken de bijbel vervangen door de Playboy.

Maar zijn economische ideeën lijken soms ontleend aan een soort populistisch socialisme, tegen de grote bedrijven die om hun winsten op peil te houden mensen ontslaan, voor protectionistische maatregelen, en zeer fel tegen de vrijhandelsverdragen GATT en NAFTA.

In 1992 verraste Buchanan in New Hampshire met een verrassend hoge score tegen Bush (37 procent). Deze keer hoopt hij al op te vallen als Louisiana op 6 februari de eerste caucus van het land houdt - partijvergaderingen waarop gedelegeerden worden aangewezen die in augustus op de Republikeinse conventie voor een bepaalde kandidaat zullen stemmen. De caucus van Louisiana wordt door de meeste kandidaten niet erkend - bang als ze zijn de toorn op te wekken van de kiezers in Iowa, de staat die traditioneel de eerste was. Maar Buchanan hoopt dat een overwinning toch voldoende weerklank zal vinden in de media om zijn campagne voort te stuwen.

De serieuze, keurige Lamar Alexander (55), de voormalige gouverneur van Tennessee, werpt zich op als de pleitbezorger voor small town America. In een rood houthakkershemd wandelt hij al maanden door New Hampshire en Iowa om kiezers te ontmoeten. Meer nog dan de andere Republikeinen pleit hij voor een verschuiving van de macht van Washington naar de deelstaten. Hij is in veel opzichten gematigder dan de meesten van zijn rivalen.

Ook senator Richard Lugar (63) uit Indiana is een rustige en gematigde figuur. Zijn internationale reputatie ontleent hij vooral aan zijn voorzitterschap van de belangrijke commissie voor buitenlandse zaken van de Senaat. Lugar is ook burgemeester geweest van Indianapolis, en in een aantal opzichten, zo schreef The New York Times onlangs, de best gekwalificeerde kandidaat voor het presidentschap die er ooit is geweest. Charisma ontbreekt hem echter vrijwel volledig, terwijl ook zijn belangrijkste kracht ligt op een terrein dat Amerikaanse kiezers zelden in vuur en vlam zet: de buitenlandse politiek. In reclamespotjes waarschuwt Lugar voor het gevaar van nucleair terrorisme, een bedreiging waar hij Amerika als enige kandidaat tegen zou beschermen.

Alan Keyes (45) is de enige zwarte kandidaat. Keyes is voormalig ambassadeur bij de UNESCO, de Organisatie van de Verenigde Naties voor opvoeding, wetenschap en cultuur. Zijn felle anti-abortusstandpunten maken hem populair bij conservatieve delen van de partij, maar hij heeft weinig geld en een gebrekkige organisatie. De peilingen geven hem weinig kans.

Dat veel geld alleen nog geen garantie biedt om een succesvolle campagne te voeren bewijst Morry Taylor (51), zakenman en miljonair uit Michigan. Hij heeft beloofd het land net zo te zullen leiden als hij zijn bedrijf bestuurt. In 18 maanden zal hij de begroting in evenwicht brengen, door om te beginnen een derde van alle ambtenaren te ontslaan. Net zomin als Taylor lijkt Bob Dornan tot slot enige kans te maken, een lid van het Huis van Afgevaardigde uit California. Zijn ongezouten scheldpartijen op president Clinton zijn berucht, hij is er zelfs eens om verwijderd uit het Huis van Afgevaardigden.