Albright: er dreigt een coup in Burundi

BUJUMBURA, 22 JAN. Er dreigt een militaire staatsgreep in Burundi. Dit heeft Madeleine Albright, de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, zaterdag in de Burundische hoofdstad, Bujumbura, gezegd na een kort bezoek aan het Middenafrikaanse land. Volgens Albright is er in Burundi sprake van een genocide.

Behalve met de Burundische president en premier sprak Albright tijdens haar korte bezoek ook met de opperbevelhebber van het leger en het hoofd van de politie. Binnen de strijdkrachten zouden radicale Tutsi's de coalitieregering van de gematigde maar machteloze president Sylvestre Ntibantunganya willen omvergooien. Extremistische Tutsi's riepen vorige week Bujumbura tot 'dode stad' uit en proberen door deze stakingsactie de president tot aftreden te dwingen. “De Amerikaanse regering zal geen enkel bewind steunen dat door geweld aan de macht komt”, aldus Albright zaterdag.

Albright, die als zeer invloedrijk geldt bij de bepaling van de Amerikaanse buitenlandse politiek, zei dat alle opties voor Burundi, waaronder interventie door VN-troepen, nog op tafel liggen. De secretaris-generaal van de volkerenorganisatie, Boutros Boutros-Ghali, stelde eerder deze maand voor een interventiemacht naar de regio te sturen, maar voor dit idee bestaat weinig enthousiasme onder de permanente leden van de VN-Veiligheidsraad.

Bij het conflict tussen Hutu's en Tutsi's in Burundi kwamen na de mislukte staatsgreep in 1993 naar schatting honderdduizend mensen om het leven. Bij de etnische zuiveringen die het door Tutsi's gedomineerde leger vorig jaar uitvoerde in Bujumbura, vielen ongeveer 15.000 doden. Bij de burgeroorlog die sindsdien wordt gevoerd vallen buiten de steden slachtoffers onder zowel Hutu's als Tutsi's. Het Tutsi-leger en milities doden Hutu-burgers en de Hutu-guerrillabewegingen richten hun acties niet alleen op de veiligheidstroepen maar ook op 'gewone' Tutsi's. In die zin is er dus sprake van een genocide van twee kanten, in tegenstelling tot de gebeurtenissen, vorig jaar, in buurland Rwanda, waar Tutsi's en gematigde Hutu's slechts het mikpunt van agressie vormden.

Ongeveer 160.000 Rwandese Hutu-vluchtelingen in Noord-Burundi zijn de laatste dagen opnieuw betrokken geraakt bij de gevechten. De Burundische opperbevelhebber van het leger maande de vluchtelingen eerder deze maand al terug te keren naar Rwanda. Burundische soldaten zouden woensdag strijd geleverd hebben met Rwandese vluchtelingen in het kamp Mugano bij de Tanzaniaanse grens. Alle ongeveer 14.000 kampbewoners trokken richting Tanzania. Daarop ontstond een nieuwe stroom vluchtelingen van 16.000 zielen uit het naburige kamp Ntomba.

Volgens een woordvoerder van de VN in Bujumbura is het Burundische leger inmiddels begonnen met het afbranden van de onderkomens in Ntomba. “Dit lijkt een boodschap dat de vluchtelingen niet terug mogen komen naar het kamp”, aldus Hitoshi Misi, hoofd van de VN-vluchtelingenorganisatie in Burundi.

Waar de vluchtelingen dan naar toe moeten, is onduidelijk. Tanzania zit al opgezadeld met driekwart miljoen vluchtelingen uit Rwanda en Burundi. Bij uitzondering liet het vorige week nog eens enkele duizenden Rwandese vluchtelingen uit het kamp Mugano binnen, maar vanochtend sloot het opnieuw de grens.

    • Koert Lindijer