Zwerver best af in Amsterdam

Wie zwerver is, kan maar het beste in Amsterdam geen dak boven het hoofd hebben. Het klinkt ingewikkeld, maar is wel waar. Een dakloze die in de hoofdstad is geregistreerd, mag namelijk rekenen op een hogere bijstandsuitkering dan zijn dolende lotgenoot in Rotterdam of een andere stad.

De Amsterdamse zwerver moet dan wel over een erkend postadres in de stad beschikken, bijvoorbeeld dat van het Leger des Heils of de Stichting Regenboog. Is de dakloze op deze wijze postaal bereikbaar en bovendien minimaal 23 jaar oud, dan krijgt hij per maand 385 gulden en 33 cent meer aan bijstand dan de zwerver in Rotterdam, de jaarlijkse vakantietoeslag meegerekend. Ook dakloze Hagenaars of rondzwervende Utrechtenaren kunnen naar het Amsterdamse extraatje fluiten.

De lokale verschillen zijn een uitvloeisel van de nieuwe Algemene Bijstandswet die deze maand van kracht werd. De nieuwe wet heeft een einde gemaakt aan de 23 verschillende bijstandsnormen voor evenzovele groepen die het werk van sociale diensten tot achter de komma zo gecompliceerd maakten. De bijstandswet kent in hoofdzaak nu nog maar drie categoriën: gehuwden en andere partners; alleenstaande ouders; alleenstaanden. Voor de alleenstaanden maakt het verder verschil of ze 21, 22 dan wel 23 jaar of ouder zijn, terwijl schoolverlaters tot hun 27ste jaar moeten rekenen op lagere uitkeringen. Maar meer normen voor het vaststellen voor een basisuitkering kent de wet niet.

Wel maakt het alleen dit jaar nog uit of iemand in 1995 al een uitkering had - voor hem of haar verandert de situatie tot 1 januari 1997 in principe niet - dan wel nu voor het eerst in de bijstand komt. In het laatste geval gelden de nieuwe regels direct.

Deze regels geven de gemeente de mogelijkheid naar eigen inzicht een toeslag op de basisuitkering te geven. Tenminste, tot op zekere hoogte. Voor (echt)paren is niets veranderd als ze zelfstandig wonen en geen onderhuurders of andere kostgangers in huis hebben. Zij houden netto een uitkering ter hoogte van het netto-minimumloon. Dat wil zeggen: 1826 gulden per maand en per jaar een vakantietoeslag van 5,2 procent. Die wordt in juni uitbetaald en bedraagt per maand 100 gulden.

Dan is er de 'echte alleenstaande'. Dat is iemand met een bijstandsuitkering die kan bewijzen dat hij echt alleen woont en met niemand de kosten van levensonderhoud kan delen. De echte alleenstaande heeft een basisuitkering van 50 procent van het minimumloon en een toeslag van 20 procent. De toeslag is in dit geval wettelijk verplicht; de gemeentelijke sociale dienst heeft dan dus geen keuze. De Tweede Kamer heeft dat besloten na een langdurige discussie, die alle kenmerken vertoonde van een debat tussen rekkelijken en preciezen. Het gevolg is dat de alleenwonende alleenstaande, mits hij 23 of ouder is, 1278 gulden per maand ontvangt en een vakantietoeslag van 70 gulden.

De keuzevrijheid voor de gemeenten over de hoogte van de toeslag bestaat wel wanneer de alleenstaande niet zo erg alleen staat en dus wel op een of andere wijze de woonkosten kan delen; hetzelfde geldt in het geval van alleenstaande ouders, die een basisuitkering van 70 procent hebben. Als het gaat om de toeslagen voor deze groepen hebben de gemeenten het voor het zeggen gekregen.

In theorie kan de toeslag variëren van 0 tot 20 procent. Dit heet decentralisatie van bestuur en decentralisatie kent altijd het risico van rechtsongelijkheid. Omdat bijstand wordt geacht 'maatwerk' te zijn, hebben kabinet en parlement dit risico bewust genomen. Het is dus mogelijk dat inwoner A in gemeente A van zijn sociale dienst een hogere uitkering krijgt dan inwoner B in gemeente B, ook al verkeren ze verder in gelijke omstandigheden. Dat verschil bedraagt maximaal 385 gulden en 33 cent per maand; dat is de hoogte van een toeslag van twintig procent.

Zo kon het dus gebeuren dat zwervers in Amsterdam een hogere uitkering krijgen dan elders. De meeste gemeenten redeneren dat zwervers geen woonkosten hebben en dus minder aanspraak op een uitkering kunnen maken. Amsterdam heeft na ampel beraad vastgesteld dat een zwerver met niemand de kosten kan delen, zelfs een kopje koffie per definitie buitenshuis moet drinken en het financieel dus juist moeilijker heeft dan andere alleenstaanden. Zo krijgt gemeentelijke autonomie gestalte.

Binnen het raamwerk van de bijstandswet vormen zwervers een randverschijnsel. Interessanter is de vraag of per gemeente ook voor de andere alleenstaanden en alleenstaande ouders verschillen tussen de uitkeringen zijn ontstaan. Sterker nog: of het hier en daar gevreesde 'bijstandstoerisme' de kop zou opsteken. Daaronder wordt de wel erg theoretische veronderstelling verstaan dat mensen in de bijstand zouden verhuizen naar de gemeente die hun de hoogste uitkering verstrekt.

Geen instantie heeft al in beeld gebracht of de verschillen tussen de gemeenten sinds 1 januari groot of klein zijn. Maar een eigen, voorzichtige en wetenschappelijk ongetwijfeld niet verantwoorde steekproef wijst uit dat het met de verschillen wel meevalt. De gemeenten kennen niet voor niets de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en die is goed in het maken van modelverordeningen. Variaties zijn er wel, maar in hoofdzaak houden drie van de vier grote steden, evenals de meeste overige gemeenten zich aan de suggesties van de VNG. In sommige regio's, bijvoorbeeld Midden-Holland en een deel van Friesland, zijn de verordeningen van de gemeenten zelfs geheel op elkaar afgestemd.

Het gevolg is dat alleenstaanden en alleenstaande ouders die niet alleen wonen in de meeste delen van Nederland een toeslag van 10 procent krijgen. De alleenstaande komt zo aan een maandelijkse uitkering van 1278 gulden en over elke maand 70 gulden vakantiegeld; de alleenstaande ouder krijgt 1643 gulden bijstand en 90 gulden vakantiegeld. Wie geen woonkosten heeft - te denken valt aan krakers - moet het zonder toeslag doen.

Een uitzondering vormt de gemeente Den Haag. Daar heeft de gemeenteraad bepaald dat de toeslag 14 procent moet bedragen; maandelijks 76 gulden meer dan in de meeste andere gemeenten.

De conclusie: zwerven doe je het best in Amsterdam, alleen staan in Den Haag.

    • John Kroon