Zo mooi dat het pijn doet

Reiziger in muziek, hoogtepunten, zondag, Ned.3, 11.00-12.00u.

Wat valt er eigenlijk aan muziek te zien? Dat vraag je je wel eens af als je op de televisie naar muziek zit te kijken. De camera zoemt in op de cellist, op die ene knappe violiste, op de glans van het licht in een trompet, nog eens op die knappe violiste - tja. Voldeed de radio niet altijd uitstekend? In het programma dat nu is samengesteld uit zeven seizoenen Han Reiziger dringt die vraag zich zo af en toe op. Normaal gesproken praat Reiziger met de muzikanten die we ook aan het werk zien - dat voegt iets toe. Maar op deze compilatie van hoogtepunten zien we alleen de uitvoerenden aan het werk. Allerlei uitvoerenden, allerlei werk. Wat is er toch ongelooflijk veel muziek in de wereld - je weet het wel maar als je het weer hoort (en ziet) denk je dat toch.

De hele tijd dacht ik braaf aan wat Reiziger aan het begin had gezegd: “En denkt u erom dat het gaat om het mooiste wat er is: muziek”, maar desondanks voelde ik oneerbiedige gedachten in mij opkomen die fluisterden dat ze zich verveelden, oh, niet erg hoor, maar wel een beetje. Aan een enkeling was natuurlijk wel wat te zien, bij voorbeeld aan Enver Irmailov die in zijn eentje twee gitaren bespeelde (de ene gitaar ligt en de andere hangt om zijn nek) en daar keek ik wel van op. Maar toen ineens kwamen Zij. De Lela Familie uit Albanië.

Ze speelden iets dat 'n Panxherenë e zotris 'sate' heette - tenminste ik denk dat dat de titel van het lied was. De Lela familia lijkt helemaal geen familie van elkaar, het zijn allemaal mannen, een donkere bolle, twee oude zonder tanden, een knappe met een hoed die er allemaal heel dorps uitzien, met van die dunnige goedkope colbertjes waaronder ze een trui dragen, met doorgroefde boerse gezichten en handen, met een klarinet, een viool, een ut, een accordeon, een tamboerijn en een houtblokje met schellen erin. De muziek die ze daarmee maken is een soort zacht zoemen, dat aanzwelt maar steeds niet tot uitbarsting komt. En er wordt bijgezongen, door de twee tandeloze oude mannen. Ze lijken bijna in gesprek, de kleinste kreunt iets en de grotere zingt met hem mee, maakt net zo'n onderstrepend gebaar met zijn hand als de kleinere die soms ook naar zijn revers grijpt of zich met beide vuisten tegen het hoofd slaat. Wat zeggen ze? Klagen ze om iemand die er niet meer is? Vertelt de kleine over die ene vrouw die zo mooi is dat het pijn doet? Over hoe hij een heel lange wandeling maakte en zijn enige geit daarbij verloor? Het valt niet uit te maken, maar het is duidelijk dat wat er gezegd wordt er niet makkelijk uitkomt. Ach wat is dat ontroerende en verbazende muziek. Om eindeloos naar te luisteren - en te kijken.

Dus het is eigenlijk een heel goed idee, allemaal muziek zo maar achter elkaar. Want soms word je verrast, alleen maar door te kijken. En door niet te vergeten dat het gaat om het mooiste wat er is.