Terreuracties: Russische leger heeft nog heel wat te leren

MOSKOU, 20 JAN. “We hebben Doedajev een stevig lesje geleerd”, zei de Russische president Jeltsin toen hij donderdagavond de operatie tegen de Tsjetsjeense gijzelnemers ten einde verklaarde. Volgens Russische kranten hebben de Russische strijdkrachten echter zelf een lesje te leren. In Moskou wordt er schande van gesproken dat het machtige Russische leger meer dan een week nodig heeft gehad om een bende Tsjetsjenen te verslaan.

“Tien dagen van pijn, onmacht en schande”, zo opende Izvestija gisteren. “Wat de middelmatige hoofden van de veiligheidsdiensten tekort kwamen in militair vernuft, vulden zij aan in wreedheid door een geheel dorp te laten platgooien.” De populaire Moskovski Komsomolets concludeerde: “De operatie was slecht voorbereid, slecht georganiseerd en slecht uitgevoerd.”

Het besluit van het Kremlin om te proberen de gijzelaars te bevrijden staat in Moskou minder ter discussie dan de manier waarop dit uiteindelijk is gebeurd. Hoewel de media tijdens de gevechten op afstand werden gehouden, werd gisteren heel wat afgeschreven over incompetentie aan Russische zijde.

Valeri Jakov, de verslaggever van Izvestija die eerder deze week als vermist was opgegeven, blijkt de afgelopen dagen aan het front te hebben doorgebracht. Hij beschrijft onder andere hoe hij een bus met gijzelaars getroffen ziet worden door een raket uit een gevechtshelikopter. “Dit een bevrijdingsactie noemen is op zijn zachtst gezegd cynisch. Zij die het hebben overleefd zijn niet gered, ze hebben alleen maar geluk gehad.”

Het kordon dat de Russische troepen rond het dorp hadden gelegd, bleek niet waterdicht. Jakov was met twee collega's eenvoudig te voet de grens overgestoken tussen Tsjetsjenië en Dagestan, waar de crisis zich afspeelde. De soldaten die hij ontmoette klaagden dat zij al dagen bijna niets te eten hadden gehad. Toen de bestorming eenmaal begon, kwamen Russische granaten behalve op de Tsjetsjenen en op de gijzelaars ook op de voorste Russische linies terecht. “Wij worden hier als kanonnenvoer gebruikt”, zei een soldaat tegen de Komsomolskaja Pravda. “Zo'n rotzooi heb ik nog nooit meegemaakt.”

Pavel Felgenhauer, defensieredacteur van Segodnja, hekelde vooral de volgens hem gebrekkige coördinatie tussen de ministeries van defensie, binnenlandse zaken en de staatsveiligheidsdienst. Er waren maar liefst negen verschillende antiterreur- en snelle-reactie-eenheden actief. “Dat de Tsjetsjenen uiteindelijk overwonnen zijn is verrassender dan de lange tijd die dat heeft geduurd”, aldus Felgenhauer.

Waarom hebben de autoriteiten de crisis aangepakt zoals zij hebben gedaan? De Amerikaanse minister van defensie, William Perry, zei deze week dat de Verenigde Staten, “als wij zo'n actie hadden moeten uitvoeren, voor een chirurgische operatie hadden gekozen in plaats van voor zo'n massaal gebruik van geweld”.

Maar Yigal Carom, voormalig veiligheidsaviseur van de Israelische regering zei voor het begin van de aanval tegen het persbureau Reuter: “Er is zo'n grote groep van vastbesloten terroristen dat ik denk dat er weinig kan worden gedaan zonder veel bloedvergieten. Normaal spreken wij van 'reddingsoperaties'. Ze lijken op chirurgie. Maar hier hebben we het over chirurgie in de jungle. Het kan eenvoudig niet.”

De jungle was het dorpje Pervomajskoje, waar de Tsjetsjenen zich hadden verschanst toen zij op hun terugweg naar Tsjetsjenië vanuit Kizljar (waar de crisis begon) waren tegengehouden door Russische troepen. “De terroristen had nooit moeten worden toegestaan een bevolkt gebied te bereiken”, constateerde defensieredacteur Aleksandr Zjilin van het weekblad Moskovskije Novosti. “Als federale troepen hadden besloten deze crisis met geweld op te lossen, hadden ze dit in het open veld moeten doen.”

De Moskovski Komsomolets zoekt de fout verder terug, bij de aanwijzing van FSB-hoofd Michail Barsoekov als commandant van de operatie. Barsoekov is een vertrouweling van Jeltsins lijfwacht, generaal Korzjakov. “Barzoekov is een beveiligingsman en heeft geen ervaring met oorlog. Daarom hebben elitetroepen zoveel verliezen geleden, zijn er gijzelaars omgekomen, is een dorp vernietigd en zijn de terroristen ontsnapt”, aldus de krant.

Maar Michael Clark, directeur van het Centrum voor Defensie Studies van King's College in Londen, zocht tegenover The Moscow Times het probleem nog dieper: “De hele operatie toont dat de Russische militaire machine defect is. Ze hebben niets geleerd van hun ervaringen in Tsjetsjenië.”

    • Hans Nijenhuis