Suriname

GERLOF LEISTRA: Parbo aan de Amstel. Surinamers in Nederland

214 blz., geïll., Arbeiderspers 1995, ƒ 34,90

Wie zingt er nog de lof van de 'multiculturele samenleving'? Met verschijnselen als gettovorming, criminaliteit en fundamentalisme is de vrolijke, kleurrijke multiculturele samenleving van maatschappijhervormers uit de jaren zeventig een omstreden project geworden. Propagandisten ervan hebben terrein verloren aan ideologische tegenstanders en aan pragmatici die een en ander in goede banen proberen te leiden. Het wachten is op een verdediging van de multi-etnische samenleving die de pragmatische èn ideologische kritiek - van neoconservatieven als de Amerikaan Irving Kristol en de Nederlander Frits Bolkestein - verdisconteert.

Zo'n verdediging zal de lezer tevergeefs zoeken in Parbo aan de Amstel. Surinamers in Nederland van de Elsevier-journalist Gerlof Leistra, ondanks de mededeling van de uitgever op de achterflap dat het “een warm pleidooi voor de multiculturele samenleving en een lofzang op de levenskunst van tropische migranten in de polder” bevat. Het boek is veeleer een vlot geschreven inventarisatie van het Surinaamse leven in Nederland, met korte en informatieve hoofdstukken over onder meer immigratie, wonen, werken, sport, jongeren, ouderen, vrouwen, aanpassingsproblemen en cultuur. Leistra heeft zijn huiswerk goed gedaan, getuige de hoeveelheid verwerkte literatuur en nuttige feiten en cijfers. Voor wie bijvoorbeeld nog denkt dat al jaren “de helft” van de Surinamers in Nederland woont: volgens het CBS woonden in 1994 hier 182.921 mensen die in Suriname geboren zijn en 92.000 van wie ten minste één ouder in Suriname geboren is. Complicatie is overigens dat de meeste Surinamers in Nederland (92 procent) de Nederlandse nationaliteit hebben en juridisch dus helemaal geen Surinamer meer is.

Maar bij een vakkundige inventarisatie blijft het eigenlijk in dit boek, dat toch te veel is geschreven uit archief en knipselmap om een 'pleidooi' te zijn. Wie een pleidooi zoekt, moet dat vinden in Leistra's genuanceerde toon en zijn conclusie dat de Nederlandse Surinamers “in velerlei opzicht kleur hebben gegeven aan het dagelijks leven”. Dat is geen sterk argument (waarom zou het dagelijks leven niet kleurloos mogen zijn?) en bovendien sinds de hedonisering van de samenleving niet echt terzake: alsof de autochtone levensgenieter van de jaren negentig zich tussen de kiwi's en de XTC door met nòg meer exotische curiosa moet kunnen vermaken.

Bovendien is Leistra soms wel erg 'lief' voor de Surinamers. Is over het drugsprobleem, de Surinaamse cocaïnehandel en de problemen van discriminatie, racisme en cliëntelisme in eigen kring echt niet meer te melden dan in de veertien pagina's die hij eraan wijdt? Elders kraakt hij een opmerkelijk kritische noot over Anil Ramdas' badinerende houding tegenover de Surinaamse literatuur, maar zijn eigen weergave van die literatuur is tamelijk oppervlakkig. En waaròm is Ramdas - en menige Surinamer met hem - zo negatief over zijn eigen cultuur? Op die vraag komt geen antwoord in dit sympathieke, al te sympathieke boek.

    • Sjoerd de Jong