Schaatsbelg Veldkamp verstoort Nederlandse hegemonie

HEERENVEEN, 20 JAN. De internationale krachtsverhoudingen bij het allroundschaatsen voor mannen beginnen steeds meer gelijkenis te vertonen met korfbal. Na de eerste dag op het Europees kampioenschap in Heerenveen bezetten de drie Nederlandse deelnemers de hoogste posities. Alleen een Belg gooide op de vijf kilometer een handje roet in het eten. Wat dat betreft kan de vergelijking met de sport met het mandje worden doorgetrokken, zij het dat 't hier een rasechte Hagenaar betrof: Bart Veldkamp. In een prachtige apotheose bezorgde hij het blij verraste publiek, wakker geschud na vele saaie ritten, op de vijf kilometer een spectaculaire uitsmijter waarin hij de krachtsexplosie van Ritsma nog overtrof.

De echte Nederlandse deelnemers zochten excuses in de kwaliteit van het ijs. De een, Rintje Ritsma, vond de ovaal van Thialf eigenlijk nog te hard, de anderen, Ids Postma en Martin Hersman, klaagden juist over een te zachte bovenlaag. Ritsma reed een abominabele 500 meter (38.02 seconden). Zijn persoonlijke coach Wopke de Vegt vroeg zich geschrokken af hoe het mogelijk was dat de titelverdediger de lessen van de training niet ten uitvoer bracht. Ritsma zelf wees op het ijs: “Ik heb veel zachter ijs nodig om hard te rijden. Vorig jaar was de conditie van de baan ongeveer hetzelfde, maar toen kwam er nog eens bij dat de temperatuur in de hal opliep naar twintig graden. Ik had zo weinig grip, in de eerste bocht liep mijn schaats al weg.”

Postma, winnaar van de 500 meter (37.12), profiteerde van deze valse start. Net als tijdens het Nederlands kampioenschap moest hij echter op de vijf kilometer weer diep buigen voor Ritsma, waardoor de marge van negen seconden slonk tot twee tellen, oftewel 0,45 seconden op de 1.500 meter van vandaag. Postma: “Ik had aan de rit van Hersman al gezien dat het ijs heel zwaar was. Ik dacht na de 500 meter dat er op de vijf kilometer 6.45 gereden kon worden. Dat zette ik al snel uit mijn hoofd. Ik heb nog te weinig kracht en inhoud om Rintje bij te houden op de lange afstanden. Daarom begon ik niet te snel.” Postma leidt na de eerste dag nog steeds het klassement, maar wie hoopt op een spannend kampioenschap moet hij teleurstellen. “Op de tien kilometer zal ik te veel verliezen op Rintje. Dat heeft de vijf kilometer wel aangetoond. Dat kans dat ik Europees kampioen word is superklein.”

Ook Henk Gemser deelde de klaagzang van de rijders over het fondantijs. “Ritsma barst van de kracht. Hersman en Postma komen in het allroundgebeuren pas kijken. Ze zijn nog te weinig kanjer om op werkijs goed uit de voeten te kunnen. Er is vooraf met ijsmeester Jan de Jong wel overleg geweest. Maar op de dag zelf moet je het conditioneren aan hem overlaten. Het heeft geen zin om tussen de afstanden door te protesteren, want je kunt niet even met een druk op de knop het ijs harder maken.”

Een etage lager nam Jan de Jong alle tijd om uit te leggen waarom er met het ijs niets aan de hand was. De bebaarde Fries stond vorig jaar bij het EK ook al bloot aan felle kritiek. Nu hoorde hij de klachten gelaten aan. “De toplaag had een temperatuur van -6.1 graden en dat was perfect”, sprak hij gedecideerd. “Hoe kouder hoe slechter. Bij -7 graden worden de tijden al een stuk beroerder. Als ik het ijs twaalf graden laat vriezen dan komen de rijders helemaal niet meer vooruit.” Vervolgens vist hij een blauwe map uit een bureaulade. “Kijk, ik heb hier een onderzoek dat Jos de Koning van de Vrije Universiteit van Amsterdam heeft verricht. Daarin staat precies beschreven wat de ideale ijstemperatuur moet zijn. Al ben ik misschien een Friese zeikerd, ze hoeven mij geen verhaaltjes te vertellen. Toen Johann Olav Koss in Hamar op 13 februari 1994 een wereldrecord reed op de vijf kilometer was het ijs ook net boven de -6 graden. Het heeft voor mij geen nut om gekke dingen uit te spoken met het ijs. Dat valt meteen op. Ik heb zelfs meegemaakt dat mensen van de Technische Hogeschool op de tribune met een infraroodcamera de ijstemperatuur zaten te meten.”

Volgens de ijsmaker van Thialf (spreek uit Tjalf) is de luchtdruk bepalend voor goede of slechte tijden. “Een hoge of lage luchtdruk kan 23 seconden schelen voor dezelfde rijder op de tien kilometer”, aldus De Jong, terwijl hij met een schuin oog keek naar de barometer aan de muur. “Momenteel hebben we te maken 1.030 millibar. Toen in Hamar bij de World-Cupwedstrijden wereldrecords werden verreden was daar sprake van 980 millibar. De rijders zijn vandaag het ijs opgegaan met de gedachte dat ze wel even een toptijd zouden rijden. Daar waren de omstandigheden buiten, net als vorig jaar toen het ook vroor, niet geschikt voor. Als het dan tegenvalt, gaan schaatsers naar uitvluchten zoeken.”

Dat deed Bart Veldkamp zeker niet. De lange afstandsspecialist zocht vorig jaar onderdak bij de Belgische schaatsbond om zich enerzijds te kunnen specialiseren als stayer en anderzijds om toch aan de grote titeltoernooien te kunnen deelnemen. Met zijn triomf op de vijf kilometer benadrukte hij de juistheid van die opzienbarende stap. Veldkamp, die als lid van de Nederlands kernploeg niet eens had mogen deelnemen, plaatste zich alvast voor de afsluitende tien kilometer. “Als de 1.500 meter tijdens etenstijd valt, overwegen we op die afstand niet te starten”, grapte zijn coach en vader Hans Veldkamp. Zijn zoon heeft veel baat gehad bij de samenwerking met Adrie van Diemen, een docent aan de Haagse Academie van Lichamelijke opvoeding, die ook wielrenner Danny Nelissen heeft begeleid. “En nu zijn ook de twee hupjes in de bocht weer terug”, constateerde vader Veldkamp lachend.

    • Erik Oudshoorn