Professor uit Delft rijdt voor het eerst met bumpersticker

Zonder Fokker zouden de opleidingen vliegtuigbouw wel eens kunnen verdwijnen. Dreigt er inderdaad een domino-effect? Feit is dat veel minder studenten zich hebben aangemeld. Maar de opleiders in Delft en Haarlem hebben hun maatregelen getroffen.

DELFT, 20 JAN. “Een bumpersticker, ha ha ha”. Nooit had prof. dr. J.L. van Ingen gedacht dat hij met zo'n geval zou rondrijden. Veertig jaar is hij verbonden aan de Delftse faculteit lucht- en ruimtevaart en al die tijd is het activisme aan hem voorbij gegaan. Maar in december sloeg de decaan om, toen “het hartstikke grondig mis dreigde te gaan”. Sindsdien prijkt op zijn zwarte Volvo 440 een sticker. Houd Fokker in de lucht, staat erop.

Gespannen volgen de drie voornaamste opleidingen vliegtuigbouw in Delft (universiteit), Haarlem (hogeschool) en Hoofddorp (MBO) de ontwikkelingen aan het Fokker-front.

De vliegtuigbouwer is als een stamhouder - was Fokker er niet geweest, dan waren zij er nooit gekomen. Maar er is meer dan die emotionele band. Ze vrezen een 'Fokkereffect': zullen aanstaande studenten wegblijven omdat ze veronderstellen dat de studies opleiden tot werkloosheid?

De deze week bekendgemaakte vooraanmeldingen stemmen somber. Terwijl de belangstelling voor hoger onderwijs landelijk al daalde met 11 procent ten opzichte van vorig jaar, meldden zich in Delft voor 13 januari nog maar 138 aankomende studenten bij de faculteit lucht- en ruimtevaart. Dat is ruim een kwart minder dan vorig jaar, 59 minder dan het aantal eerstejaars nu. In Haarlem verging het de afdeling vliegtuigbouw niet veel anders: 76 vooraanmeldingen, 53 minder dan vorig jaar, 34 minder dan het aantal eerstejaars nu.

In Hoofddorp houdt ook directeur Brouwer van het luchtvaartcollege zijn hart vast, al zijn bij hem de vooraanmeldingen nog niet binnen. Sinds drie jaar kent het college MBO-studenten vliegtuigbouw, 90 in getal van wie de oudsten nu in het derde jaar zitten en stage lopen bij Fokker. De slagzin van de school luidt: 'Take off for the future'.

Maar de strijdlust is bij Brouwer ver te zoeken: “De eerste vliegtuigbouwers studeren af als Nederland waarschijnlijk geen vliegtuigen meer bouwt. Kan het ironischer?” De directeur zoekt naarstig naar mogelijkheden de opleiding in Hoofddorp te verbreden, misschien “richting kunststofverwerkende industrie”. Want kunststof, waarmee in de vliegtuigbouw veel wordt gewerkt, is het materiaal van de toekomst, voorziet hij.

Zonder Fokker zullen de opleidingen vliegtuigbouw in Nederland verdwijnen, schrijft het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) minister Ritzen (onderwijs) deze week in een brandbrief. Directeur dr. ir. B. Spee voorspelt een domino-effect: als Fokker 'omvalt', zal de kennisinfrastructuur èn de wetenschapsbeoefening van het zogeheten luchtvaartcluster verschralen en op den duur verloren gaan.

Pag.19: Rollerblades dankzij techniek vliegtuigbouw

Met alle gevolgen van dien, ook voor de technologische ontwikkeling in andere takken van wetenschap. Want de brede toepasbaarheid van met name stromingsleer, simulatietechniek, constructies en materialen heeft school gemaakt. Rollerblades, een te opereren knie driedimensionaal op het computerscherm, een reddingskussen voor de brandweer dat “in staat is een Leopard II-tank op te heffen” - het kan bij gratie van de vliegtuigbouw.

Spee's wereldwijd gerenommeerde kennisinstituut is onlosmakelijk met Fokker verbonden, schrijft hij. Veertig procent van de opdrachten komt van Neerlands vliegtuigbouwer, bovendien hangt hiermee het fundamenteel onderzoek (20 procent) nauw samen. De directeur is woedend: “Heeft Ritzen net in de nota Kennis in Beweging geschreven dat ons land het moet hebben van hoogwaardige technologie, dreigen ze Fokker te sluiten”, briest hij door de telefoon. “Weten die lieden in de Tweede Kamer wel wat ze aanrichten? Voor we het weten zijn we een ontwikkelingsland en gaat geen hond meer vliegtuigbouw studeren.”

Zo defaitistisch als Spee is, zo somber zien de opleiders in Delft en Haarlem hun toekomst niet. Wij zijn het NLR niet, zeggen ze in Delft. Anders dan Spee hebben zìj hun horizon allang verbreed. De aan de faculteit verbonden Universitaire Werkplaats bijvoorbeeld doet hooguit 5 procent van hetmarktonderzoek in opdracht van Fokker, de meeste opdrachten komen van de internationale markt en het midden- en kleinbedrijf.

Maar houdt in Delft niet alles op als er geen studenten meer komen? Ach, zover komt het nooit, verwacht decaan Van Ingen. Maar liefst zeventig procent van de afgestudeerden vindt een baan buiten de vliegtuigbouw (“wist u dat de topman van de Bijenkorf bij ons vandaan komt?”). En de studenten die hun jongensdroom per se willen doorzetten, kunnen terecht bij KLM en de buitenlandse vliegtuigbouwers.

Bovendien heeft Delft maatregelen genomen, zegt de decaan. ,Hopelijk al op 1 september” zal de faculteit een stuk of 20 eerstejaars uit het buitenland colleges in het Engels geven. Van Ingen rekent op studenten uit Azië, Indonesië en de Verenigde Staten. Ze moeten worden aangetrokken door het felbegeerde Amerikaanse ABET-certificaat, waarover de faculteit sinds begin deze week beschikt tot nu toe als enige in Europa. De Amerikaanse Accreditation Board for Engineering and Technology (ABET) acht de kwaliteit van de Delftse opleiding vergelijkbaar met de prestigieuze ingenieursstudie MIT in Boston. “Het klinkt arrogant, maar niet voor niets is een student hier gemiddeld zeven jaar bezig voordat hij ingenieur is”, pocht Van Ingen.

In Haarlem hoort het hoofd van de opleiding vliegtuigbouw ir.P.J. Van der Zanden de Delftse plannen aandachtig aan. Nee, over zo'n 'deus ex machina' beschikt zijn hogeschool niet, maar voorzichtige maatregelen zijn er al wel. Het afgelopen jaar bijvoorbeeld, bleven 12 van de 65 afgestudeerden zonder baan, en heeft de hogeschool hen een bijscholingscursus 'autocad' aangeboden “voor een tijdelijke baan in de auto-industrie”. Dat was in de jaren tachtig wel anders. Toen werden de Fokker 50 en 100 ontwikkeld en vond soms tweederde van de afgestudeerden een baan bij de vliegtuigbouwer. Van der Zanden: “Die cursus is een van onze maatregelen. Maar ik vraag me af of die werkloosheid specifiek komt door een vacaturestop bij Fokker. Je ziet het bij veel meer technische opleidingen.”

Op de hogeschool beginnen de meeste studenten aan vliegtuigbouw omdat ze “leip” zijn van vliegtuigen, vertelt Van der Zanden. Maar anders dan zijzelf dachten en de goegemeente nog steeds denkt, komen ze na afloop veel generalistischer terecht, benadrukt Van Zanten. “Als bedrijven als DAF en Volvo eenmaal aan onze studenten geroken hebben, laten ze ze niet meer los. Ze kunnen goed rekenen, zijn heel precies en leren inventief denken.” Dan, peinzend: “De opleidingen in Haarlem en Delft zijn de slagader van Fokker. Maar andersom is dat allang niet meer zo. Gelukkig maar.”

    • Wubby Luyendijk