Ouders

Uit het artikel van Renée Braams in Z van 6 januari blijkt naar mijn mening hoe rampzalig de bijdrage van strikt juridisch denkenden is aan de discussie rond 'doen of laten' bij te vroeg geboren kinderen.

De ethicus Van Willigenburg wijst er terecht op dat de discussie buiten de sfeer van het strafrecht gehouden dient te worden. Ronduit stuitend is daarentegen de opinie van de filosoof Cobben, die van mening blijkt dat ouders niet de belangrijkste stem mogen hebben. Hij ontzegt hun zelfs elke beslissingsbevoegdheid. Deze gedachtengang vloeit ongetwijfeld voort uit zijn christelijke achtergrond en Cobben heeft recht op zijn eigen mening. Maar het gaat niet aan deze opinie te verkondigen als universeel rechtsbeginsel dat voor iedereen dient te gelden.

Als ouder van een kind dat met 28 weken werd geboren, met een gewicht van 813 gram en dat in de eerste week van zijn bestaan een zware buikoperatie moest ondergaan waarbij zijn leven op het spel stond, heb ik het buitengewoon op prijs gesteld dat ik als ouder een belangrijke stem had in het besluitvormingsproces. Het spreekt vanzelf dat een vorm van maatschappelijke controle noodzakelijk is en de discussie dient mijns inziens dan ook te gaan over de manier waarop die controle wordt georganiseerd. Daarbij zijn criteria als kansloos en zinloos wel degelijk essentieel, zoals ook in het rapport van de NVK wordt betoogd. Ouders dienen in dat proces van besluitvorming en afweging maximaal betrokken te worden, zíj zijn degenen die ermee moeten leven. Het getuigt van misplaatst paternalisme om ouders in dat stadium beslissingsonbekwaam te verklaren, zoals Cobben doet. Dat sommige ouders en artsen anders zouden willen beslissen dan hij, is een zaak die hem niet aangaat.

Het belangrijkste is dat een beslissing, hoe die ook uitvalt, genomen wordt met de grootst mogelijke zorgvuldigheid en integriteit, door ouders én artsen samen, op basis van wederzijds vertrouwen. Het strafrecht is pas aan de orde op het moment dat er iets niet deugt, als ouders redenen hebben om aan de zorgvuldigheid van de procedure te twijfelen. Niet eerder.

    • Wim Hofstee