Mheer

JOEP LEERSSEN en WIM SENDEN: Historische verkenning van Mheer

160 blz., geïll., Gadet 1995, ƒ 34,90

Mheer heet het plaatsje in het Zuidlimburgse Heuvelland. Hoewel het er zich prachtig voor zou lenen, kent het nauwelijks toeristische bedrijvigheid. Er is geen hotel, zelfs geen frituur, alleen maar twee cafés. Het is dus zo'n volstrekt onbetekenende vlek op de landkaart, dat het een wonder mag heten dat iemand er genoeg stof kon vinden om er - nota bene - ook nog een intrigerende wetenschappelijke verhandeling over te schrijven. Dat deed de uit het plaatsje van nauwelijks 800 zielen afkomstige hoogleraar Joep Leerssen, die Europese studies onderricht aan de Universiteit van Amsterdam. Hij deed het samen met Wim Senden, die in Mheer in het verenigingsleven zit. Zoveel hooggeleerde aandacht wekt zelfs verwondering bij de inwoners van deze etappeplaats op de toeristische Mergellandroute.

Er staat een man op de oprit naar zijn woning, de voormalige kapelanie. Hij heeft een geruit hoedje op. Hij staat er zo maar wat te kijken. Dat doet hij vaak. Hij heeft van het boek gehoord, maar het nog niet gelezen. Vanaf zijn standplaats heeft hij een blik op het kasteel, dat het dorpje domineert. Achter ons bevindt zich aan een kruis een zwaar lijdende Christus. Die is bevestigd aan de muur van de pastorie, die waarschijnlijk de mooiste deur van heel Zuid-Limburg heeft met bovenin een ornament van een stralende zon. Men ziet de deur altijd in de bocht van de weg die van Mheer-Boven naar Mheer-Beneden loopt.

Omdat de inwoners geregeld de berg op en af moeten lopen, worden ze ook wel de Sjravelerre (van sjravelen, zich moeizaam voortbewegen) genoemd. De pastorie heet 'In den bloeyenden wijngaard', waarschijnlijk omdat op het terrassenland erachter vroeger wijngaarden hebben gelegen. Dat weet je sinds je het kostelijke boek van Leerssen hebt gelezen. De pastorie maakt altijd een in zichzelf gekeerde indruk. Nimmer zag ik er in het passeren - en dat zijn in de loop der decennia heel wat keertjes geweest - de deur open. Alsof er geen pastoor is. Die is er wel.

In heb een speciale band met Mheer. Mijn peettante was er onderwijzeres aan de lagere school, die op de grens ligt met het naburige Banholt. Als kind ging ik er vaak logeren. Dan bakte ze spek uit in het vet waarvan we ons roggebrood doopten. Ze woonde boven 'de Post', het postagentschap dat op die plaats in ieder geval is verdwenen.

De aanzienlijkste inwoner is Degenhard baron de Loë, telg uit een geslacht dat al eeuwenlang in het kasteel woont. Hij wordt een zeer gedistingeerd heer genoemd. Zijn geslacht is van oorsprong Duits. De landerijen van de De Loë's strekten zich uit van St. Maartensvoeren in de Belgische Voerstreek tot in Reijmerstok (gemeente Gulpen) op Nederlands gebied. De baron staat nog altijd in hoog aanzien. Hij is beschermheer van de schutterij St. Sebastianus, die in vroeger dagen have en goed van de baronnen verdedigde, en van de koninklijke harmonie St. Cecilia. Die bestaat - ook dat is weer bij Leerssen te lezen - dit jaar 175 jaar. Dat wordt groot feest. Dat weet ook de man met het hoedje.

In het dorp woont ook de prof-voetballer van MVV, Robbie Delahaye. Dat is een Franse naam. Mheer had vroeger - zie Leerssen - innige bestuurlijke banden met Wallonië, meer in het bijzonder met de Voerstreek (die overigens nu valt onder de Belgische provincie Limburg). De Voerstreek en Mheer maakten deel uit van het graafschap Dalhem, een plaatsje in het Belgische Land van Herve, waar de oorsprong ligt van de Limburgse stinkkaas, die in Maastricht daarom ook wel Herfse kies (van kaas) wordt genoemd.

De 40-jarige Leerssen werd er weliswaar niet geboren, maar hij groeide er op en speelt er nog altijd fluit en piccolo in de harmonie. Samen met Wim Senden schreef hij de Historische verkenning van Mheer.

Het is een boeiend boek over een geschiedenis die ver uitreikt boven het nietige, maar zo pittoreske plaatsje. Het boek is op onderdelen zelfs vertederend als Leerssen spreekt van 'ons dorpje'. Zijn verklaring voor het nagenoeg geheel ontbreken van de middenstand of toeristisch vertier: “Tot in het begin van de jaren zestig van deze eeuw was Mheer economisch gezien volstrekt in de greep van het kasteel. Veel inwoners verdienden daar direct of indirect hun brood. Het kasteel is nog altijd het morele middelpunt van het dorp, een van de centrale elementen die Mheer zijn identiteit verschaffen.”

    • Max Paumen