Marie NDiaye over de Franse samenleving; Een beetje zoals koloniale machthebbers vroeger

Marie NDiaye, kind van een Senegalese vader, werd geboren in Frankrijk en breekt in haar boeken de staf over Franse bekrompenheid. Deze week was ze in Nederland.

Marie NDiaye, De Tijd van het jaar. Vert. Jeanne Holierhoek. Uitg. De Geus, 125 pp, Prijs 49,90. In het Frans is het oorspronkelijk werk van Ndiaye verschenen bij Éditions de Minuit en POL.

NDiaye heeft indanks haar jonge leeftijd al vijf romans op haar naam staan, waarvan er nu drie in het Nederlands zijn vertaald. De schrijfster is opgegroeid in de buitenwijken ten zuiden van Parijs, maar woont sinds een jaar of vijf met haar man, die ook schrijver is, en haar twee kinderen in een klein dorpje in Normandië. Haar romans spelen zich grotendeels af op het Franse platteland, dat fel bekritiseerd en belachelijk gemaakt wordt.

Dorpsbewoners worden als uitermate dom, onverschillig of racistisch afgeschilderd, niet gehinderd door enige kennis of innerlijke beschaving.

NDiaye nuanceert dit beeld. “Het gaat over heel gewone mensen uit een milieu waar de dingen nu eenmaal zo zijn. Wel heb ik hier en daar enorm overdreven. In het dorp waar ik woon zijn de meeste mensen erg onbehouwen, ze zeggen de vreselijkste tegen hun kinderen en geven die bij het minste of geringste een klap om de oren, maar tegelijkertijd zijn het ook wel weer goeierds.

“De vrouwen die ik daar ken hebben op hun 25ste al drie of vier kinderen. Ze weten niet wat beschaving is of goede smaak. In het begin leende ik hen boeken, maar het respect voor tradities of voor geschreven boeken is hen vreemd. Boeken kunnen hen gestolen worden. Ze zouden er veel trotser op zijn als ik, in plaats van schrijfster, presentatrice was van een quiz op televisie. Mijn boeken gaan over de intellectuele armoede van onbehouwen mensen, niet over de materiële”.

De hoofdpersoon van het nu vertaalde boek De tijd van het jaar, een Parijse leraar, gaat al tien jaar met vakantie naar zijn buitenhuis 'à la campagne'. Opeens, vlak voordat ze naar Parijs zouden teruggaan, verdwijnen zijn vrouw en kind.

Het weer slaat om en daarmee ook de sfeer en de mensen in het dorp. NDiaye: “In onze streek hebben veel Parijzenaars en Engelsen hun tweede huis. Op een dag, begin september, zag ik vanuit mijn raam een Parijzenaar rennen, in de regen. Je herkent ze meteen aan hoe ze gekleed zijn. Deze zag er zo verloren uit, dat ik toen het idee gekregen heb voor dit boek. De Parijzenaars die, soms al generaties lang, de zomer in het vakantiehuis doorbrengen, hebben geen enkel contact met de lokale bevolking.

“Ze weten helemaal niets van wat er zich in het dorp afspeelt en zijn verbaasd als je ze wat verhalen vertelt. Een beetje zoals de koloniale machthebbers vroeger. Ze zijn wel goed voor de lokale economie, niet het minst omdat ze fortuinen uitgeven aan de restauratie van hun buitenhuis.

Ja, die ongeïnteresseerde houding bekritiseer ik wel in mijn boek. Aan de andere kant is het ook niet echt uitnodigend om kennis te maken met inwoners van het dorp. Ze overdrijven altijd. Ze praten te hard, hebben teveel kinderen, ze zijn te dik op te opgedirkt''.

Marie NDiaye is, samen met haar oudere broer, opgevoed door haar moeder. Haar vader, afkomstig uit Senegal, verliet het gezin toen zij een jaar oud was. NDiaye zag haar vader pas weer toen zij op 18-jarige leeftijd twee weken in Senegal verbleef.

Door haar afkomst profiteert de schrijfster van de hedendaagse belangstelling in Frankrijk voor allochtone, in het Frans geschreven literatuur, die vaak de situatie van minderheden aan de kaak stelt.

NDiaye voelt zich daar ongemakkelijk onder en wil geen etiket opgeplakt krijgen: “Ik heb absoluut geen sociologische, klagende romans willen schrijven om misstanden in de samenleving aan de kaak te stellen. Vaak word ik ergens als spreekster uitgenodigd omdat omdat ik jong, vrouw, halfbloed en ook nog schrijfster ben, maar begin mijn lezing altijd met het belang hiervan te ontkennen”.

NDiaye bestrijdt dan ook dat het in 1994 vertaalde boek Lieve familie een moralistische roman is die richt tegen het conformisme van deze tijd. De hoofdpersoon van Lieve familie is een meisje dat 'anders' is. waar dat aan ligt, blijft onduidelijk. Zij probeert ten koste van alles door haar familie geaccepteerd te worden, maar loopt tegen een muur van onwil, onverschilligheid en haat. NDiaye heeft geen speciale affiniteit met haar hoofdpersoon: “De heldin uit Lieve familie laat zich met opzet vernederen. Zij is geen slachtoffer, maar eerder een masochiste. Zij heeft zich niet aangepast aan de regels van de groep en verdient haar lot”.

Toch kan NDiaye niet ontkennen dat racisme en discriminatie haar bezighouden. Sinds de wetten ten aanzien van buitenlanders in Frankrijk zijn aangescherpt, wordt volgens velen racisme zelfs in de hand gewerkt en treden steeds meer excessen op.

NDiaye: “Ik word bijzonder getroffen door de verhalen over Afrikaanse vrouwen die men dwingt terug te keren naar hun land van oorsprong. Ze moeten hun in Frankrijk opgegroeide kinderen meenemen, of hen achterlaten en alleen vertrekken. Een situatie waar ik, zeker nu ik zelf kinderen heb, erg gevoelig voor ben”.