Linus Pauling (1901-1994); Koppig, briljant, en vol vitamine C

THOMAS HAGER: Force of Nature. The Life of Linus Pauling

721 blz., Simon and Schuster 1995, ƒ 77,-

TED GOERTZEL & BEN GOERTZEL: Linus Pauling. A Life in Science and Politics

300 blz., Basic Books 1995, ƒ 61,-

BARBARA MARINACCI ed.: Linus Pauling In His Own Words. Selections From His Writings, Speeches and Interviews

320 blz., Simon and Schuster 1995, ƒ 37,-

Het leven van een Nobelprijswinnaar is niet per definitie interessant genoeg om in een biografie te worden beschreven. Anders wordt het wanneer iemand als enige in de geschiedenis twee ongedeelde Nobelprijzen heeft gewonnen, en wel op totaal verschillende gebieden. Als diegene ook nog eens voortdurend betrokken was bij wetenschappelijke controversen en vetes, in onmin raakte met zijn beste vrienden, aan één stuk door smaadprocessen voerde - of er zelf het slachtoffer van was - en bovendien jarenlang onderwerp was van FBI-onderzoeken wegens (vermeende) communistische sympathieën, dan is zijn biografie eigenlijk bij voorbaat al geslaagd.

Dat is het geval voor twee zojuist verschenen levensverhalen van de Amerikaanse scheikundige Linus Pauling: Force of Nature en Linus Pauling. A Life in Science and Politics. Hij was niet alleen een briljant en baanbrekend geleerde, die op veel terreinen richting heeft gegeven aan het wetenschappelijk onderzoek in deze eeuw, maar hij ontwikkelde zich op latere leeftijd ook tot een zeer omstreden politiek activist, die zich tijdens de Koude Oorlog keerde tegen de wapenwedloop en tegen kernproeven. Zelfs in de laatste jaren van zijn leven - hij stierf in 1994 op 93-jarige leeftijd - haalde hij keer op keer de kranten over de hele wereld door aandacht te vestigen op het belang van megadoses vitamine C bij de genezing van ziektes variërend van gewone verkoudheid tot kanker.

Linus Pauling werd op 28 februari 1901 geboren in Portland, Oregon, waar zijn vader werkte als drogist. Al heel snel kwam de natuurwetenschapper in hem naar boven: hij bleek hij een uitzonderlijk talent te hebben voor wiskunde, en hij legde een insekten- en mineralenverzameling aan. Zijn vader stierf op zeer jonge leeftijd, het gezin in een bijna voortdurende financiële nood achterlatend. Pauling verwerkte deze klap door zich emotioneel volledig af te sluiten, iets dat hij zijn hele leven bij tegenslagen zou blijven doen.

Ondanks sterk aandringen van zijn moeder om een baan te zoeken, zette hij zijn zinnen op een opleiding aan een lokale landbouwhogeschool, waar hij later ook zijn vrouw Ava Helen Miller zou ontmoeten. Zijn highschool diploma ontbrak toen nog, omdat hij het niet nodig vond de lessen Amerikaanse geschiedenis te volgen (pas in 1963 zou het hem alsnog uitgereikt worden). Na zijn afstuderen nam Pauling in 1923 waarschijnlijk een van de beste beslissingen van zijn leven toen hij koos voor het destijds nog onbekende California Institute of Technology (CalTech) in Pasadena om zijn studie voort te zetten. De school zou, mede door Paulings eigen inspanningen, uitgroeien tot een van de belangrijkste wetenschappelijke centra ter wereld.

Kristallen

Op CalTech raakte Pauling betrokken bij het onderzoek naar de structuur van kristallen met van röntgenstralen. Hij wist zich niet alleen razendsnel de grondbeginselen van deze techniek eigen te maken, maar stelde ook voortvarend een aantal algemene regels op die de structuuropheldering van ingewikkelde kristallen aanmerkelijk vereenvoudigen. Deze doorbraak zou kenmerkend blijken voor al zijn latere werk. Zijn fenomenale feitenkennis op een breed terrein stelde hem in staat verbanden tussen vakgebieden te leggen waar anderen blind voor waren. Hij ging hierbij pragmatisch te werk, liet de tijdrovende uitwerking aan anderen over, maar behaalde door zijn feilloze intuïtie wel steeds belangrijke wetenschappelijke successen. Dat geldt in het bijzonder voor zijn misschien wel beroemdste werk aan de chemische binding. Als eerste slaagde hij erin de toentertijd net ontwikkelde quantummechanica toe te passen op scheikundige problemen. Hij was nog maar zesentwintig jaar toen hij tot hoogleraar in de theoretische chemie wordt benoemd op CalTech, na overigens heel slim verschillende universiteiten tegen elkaar te hebben uitgespeeld.

In de jaren dertig verschoof Paulings wetenschappelijke belangstelling naar de biologie. Voor een deel was die stap ingegeven door de beschikbaarheid van fondsen op dat gebied, vooral via de Rockefeller Foundation. Pauling stelde zijn geldschieters niet teleur: in de navolgende jaren hield hij zich op succesvolle wijze bezig met een veelheid aan onderwerpen: hemoglobine, anti-lichamen en vooral eiwitten. Deze enorme 'molecules of life' stonden in de jaren dertig en veertig in het centrum van de belangstelling en Pauling wierp al zijn genie in de strijd om ook hun structuur op te helderen.

De doorbraak kwam uiteindelijk in 1948 in Oxford, waar hij een jaar als gasthoogleraar werkzaam was. Door een verkoudheid aan zijn bed gekluisterd ontdekte hij, spelend met schaar en papier, een heel algemeen voorkomende eiwitstructuur, de helix. Omdat hij echter onzeker wat over de precieze rangschikking van de atomen stelde hij publikatie twee jaar lang uit. Toen een concurrerende groep onderzoekers in Cambridge hem op de hielen bleek te zitten, liet hij zijn reserves varen en maakte zijn vondst wereldkundig. Het leverde hem in 1954 de Nobelprijs voor Chemie op.

Pauling had toen echter ook de grootste teleurstelling van zijn leven moeten verwerken, omdat Watson en Crick hem te snel af waren met de structuur van het DNA, de drager van de genetische code. Voor één keer was Paulings chemisch inzicht onvoldoende - net waar het één van de belangrijkste problemen van deze eeuw betrof - omdat de structuur die hij postuleerde eenvoudigweg niet kàn bestaan. Het commentaar van zijn vrouw was simpel: “If that was such an important problem, why didn't you work harder at it?”

Wapenwedloop

De invloed van zijn echtgenoot deed zich op een geheel ander terrein steeds meer gelden. Anders dan Pauling was zij afkomstig uit een politiek zeer actieve, progressieve familie. Al in 1942 kwam zij in conflict met haar omgeving, toen ze weigerde een Japanse tuinman te ontslaan. Na de Tweede Wereldoorlog spoorde ze Pauling aan zijn invloed en energie aan te wenden in de strijd tegen de nucleaire wapenwedloop. In het McCarthy-tijdperk zou hij onder impuls van Ava Helen uitgroeien tot een actieve tegenstander van de heksenjacht op alles dat zweemde naar links. Zo veroorzaakte zijn boek No More War! - zijn eerste niet-wetenschappelijke bestseller - enorme opschudding en kwam hij in conflict met een onderzoekscommissie van de Senaat toen hij weigerde te verklaren dat hij geen lid was van de Communistische Partij. Zelfs zijn paspoort werd ingetrokken en pas na herhaalde onderzoeken en onder grote druk van de publieke opinie kreeg hij in 1954 de kans naar Stockholm te gaan om zijn Nobelprijs op te halen.

Er is wel gesteld dat Pauling de DNA-structuur zou hebben opgehelderd als hij een blik had kunnen werpen een aantal belangrijke röntgenfoto's, die werden getoond op een congres in Engeland dat hij door zijn paspoortperikelen niet kon bijwonen. Beide biografieën laten van die bewering weinig heel.

Eigenlijk was Pauling na de toekenning van de Nobelprijs volledig verloren voor de wetenschap, omdat zijn politieke activiteiten al zijn tijd opslokten. In de jaren zestig waren het vooral de kernproeven waar hij zijn toorn tegen richtte. Ondertussen groeide zijn FBI-dossier tot buitengewone proporties. Toen hij in 1962 met andere Nobelprijswinnaars door president Kennedy werd uitgenodigd voor een diner op het Witte Huis, nam hij de uitnodiging aan, hoewel hij de dag ervoor nog demonstreerde bij het hek van de presidentswoning; het tekent zijn gevoel voor publiciteit.

Paulings inspanningen leken in 1963 eindelijk succes te hebben toen de belangrijkste kernmachten een - zij het beperkte - test ban afkondigden. In datzelfde jaar werd hem de Nobelprijs voor de Vrede toegekend, maar de reacties daarop waren opmerkelijk koel. Life Magazine noemt het zelfs 'a weird insult from Norway'. Op CalTech had hij het helemaal verbruid, hij slokte er een grote laboratoriumruimte op zonder dat daar noemenswaardige resultaten tegenover stonden. Aan een zeer succesvolle, veertigjarige band kwam een einde. Noodgedwongen begon Pauling een zwerftocht langs verschillende universiteiten, die pas eindigde toen hij in 1973 het Linus Pauling Institute for Science and Medicine (LPI) in het leven riep.

Pauling was toen al begonnen aan zijn laatste grote kruistocht. Gesterkt door eigen ervaringen - in 1940 werd een nierontsteking hem bijna fataal en moest hij op een streng vleesloos, eiwitarm dieet - raakte hij overtuigd van het belang van grote doses vitamine C bij het voorkomen van een heel scala aan ziektes. Het medisch establishment accepteerde zijn inbreng echter niet en deed verwoede pogingen hem buiten de deur te houden. Maar met populaire boeken en televisie- en radio-optredens droeg Pauling zijn denkbeelden met opmerkelijk succes uit: door de toegenomen vraag verdrievoudigde de prijs van vitamine C, ondanks een verdubbeling van de produktie bij Hoffmann-LaRoche.

Hoewel zijn vrouw in 1981 aan kanker overleed en hij ook zelf door de ziekte werd getroffen, zou hij tot het eind zijn geloof in het vitamine C blijven belijden: hij betoogde dat het de ontwikkeling van zijn ziekte jarenlang had tegengehouden. Onafhankelijke klinische onderzoeken konden echter geen duidelijke positieve effecten aantonen. Het betekende zo'n beetje de ondergang van zijn instituut, ten gevolge van ruzies, rechtszaken en geldgebrek. Helemaal onverkwikkelijk waren de verwikkelingen rond Arthur Robinson, de directeur van het LPI en aanvankelijk een groot vriend, die er door hem op wat onfrisse wijze werd uitgewerkt. Pauling zelf bracht de laatste jaren van zijn leven grotendeels door op zijn ranch aan de Californische kust. Hij overleed op 19 augustus 1994.

Trouw

Paulings gedrevenheid, gecombineerd met zijn wetenschappelijk inzicht en zijn politiek activisme hebben hem tot een van meest opvallende persoonlijkheden van deze eeuw gemaakt. Zijn revolutionaire opvattingen over het belang van de structuur van moleculen brachten hem tot een aantal geniale inzichten. Toen zijn belangstelling zich verbreedde, bleef hij die opvattingen trouw, hoewel de complexiteit van de problemen zich daar veelal niet meer toe leenden. Koppig en eigenwijs als hij was, kwam hij vaak in opstand tegen autoriteiten, daarbij gesteund door zijn grenzeloos vertrouwen in de wetenschappelijke methode. Hij was ervan overtuigd dat zelfs maatschappelijke en sociale problemen op een wetenschappelijke manier simpelweg waren op te lossen. Ook dit geloof heeft hij zijn gehele leven uitgedragen.

Hoewel Thomas Hager het leven van Pauling veel gedetailleerder en met meer zorg weet te beschrijven dan de Goertzels, biedt hun boek een wat kritischer en waarschijnlijk reëlere visie op sommige gebeurtenissen. Ook een eerdere biografie, Linus Pauling. A Man and his Science door Anthony Serafini, had zich daar, in 1989, al 'schuldig' aan gemaakt, waardoor dat boek volgens Pauling “vele fouten en verkeerde interpretaties” bevatte. Met het werk van Hager en vooral met dat van Barbara Marinacci, die in Linus Pauling In His Own Words een selectie biedt uit zijn geschriften en interviews, zou hij veel minder moeite hebben gehad: zij betonen zich trouwe volgelingen.

De liefhebbers moeten dus nog even wachten op de 'definitieve' biografie. De beheerder van de Pauling-papers is bezig zijn visie op papier te zetten en schijnt daar niet minder dan drie delen voor nodig te hebben. Het is te hopen dat hij zich voldoende kan losmaken van zijn controversiële onderwerp.