Kaping op Zwarte Zee zonder geweld beëindigd

ISTANBUL, 20 JAN. De kaping van de Turkse veerboot in de Zwarte Zee door een gewapende groep pro-Tsjetsjeense Turken is geweldloos beëindigd. De kapers gaven zich gisteravond aan de Turkse autoriteiten over. Eerder op de dag hadden zij bij de ingang van de Bosporus in Istanbul al twaalf gegijzelden vrijgelaten.

Zij verklaarden dat hun doel was bereikt: het informeren van de wereld over het onaanvaardbare optreden van Rusland in de autonome republiek Tsjetsjenië. De mannen verlieten in rubberbootjes het schip, nadat ze eerst hun wapens en de explosieven waarmee ze hadden gedreigd de veerboot te zullen opblazen, in de Zwarte Zee hadden gegooid. Ze zijn door de Turkse politie gearresteerd.

De veerboot, die dinsdagavond in de Turkse havenstad Trabzon met ruim 200 bemanningsleden en passagiers - voor het merendeel Russen - was overmeesterd, kwam gisteren rond het middaguur uiteindelijk in de monding van de Bosporus bij Istanbul aan.

Vanaf de bergachtige oever was duidelijk waar te nemen hoe de Turkse marine een kordon om de veerboot legde. Af en toe naderde een militair vaartuig de veerboot tot op enkele meters. Ondertussen voer een kleiner schip vanaf een nabijgelegen marinebasis af en aan om de vrijgelaten gegijzelden (Turken én Russen) op te halen.

In de uren die volgden, ontstond vervolgens een gespannen sfeer. De Turkse autoriteiten, bij monde van premier Tansu Çiller, bleven de kapers uitdrukkelijk verbieden de Bosporus op te varen en in Istanbul de door hen verlangde persconferentie te geven. Daarna werd de bemiddeling bedongen van de Tsjetsjeense minister van buitenlandse zaken, Semsettin Joesoef, die zich momenteel in Turkije ophoudt. Deze verklaarde tegen de gijzeling van burgers te zijn en riep de kapers op hun actie te staken.

Diezelfde boodschap was in de afgelopen dagen ook al verkondigd door de voormannen van de culturele verenigingen voor noord-Kaukasus in Turkije.

Ondertussen hielden in het oude hart van Istanbul, bij de Beyazit-moskee en in Sultanamet, moslim-fundamentalistische Turken wiens voorouders van de Kaukasus afkomstig zijn, een protestbijeenkomst, ter ondersteuning van de gijzelingsactie. De Russische vlag werd daarbij verbrand.

Pag.5: Kapers schip geven aan het eind van de middag op

Ook op de oevers van de Bosporus, ter hoogte van de Zwarte Zee, balden fundamentalistische Turken van Tsjetsjeense afkomst hun vuist in de lucht ter verduidelijking van hun wens dat Allah, de islam, het uiteindelijk voor het zeggen krijgt in deze autonome republiek, die zich wil afscheiden van Rusland. Dit wekte de woede op van de tientallen meer seculiere Turken van de verschillende volkeren op de Kaukasus, die zich met vlaggen van Tsjetsjenië en de Unie van Volkeren in Noord-Kaukasus op de oever van de Bosporus opstelden.

De ruim 200 passagiers en bemanningsleden verkeerden ondertussen in grote spanning. Was al het militaire vertoon rondom de veerboot, genaamd Avrasya, bedoeld om uiteindelijk over te gaan tot een tegenaanval, of gold het slechts een voorzorgsmaatregel? “Voor de gegijzelden bleef dat urenlang een bange vraag”, aldus Ugur Dündar van het Turkse televisiestation Kanal D, die zich woensdag met behulp van een helikopter op de veerboot had laten droppen. Hij meldde bovendien dat nogal wat passagiers ziek waren als gevolg van de kou op de boot. Om brandstof te sparen, werd niet gestookt in de passagiershutten. De Russische passagiers stelden zich bovendien de vraag wat er met hen zou gebeuren zo gauw de gijzelingsactie tot een einde kwam.

De kapers, onder leiding van Muhammed Emin Topcan, een Turk van Abchazische afkomst, besloten aan het eind van de middag uiteindelijk om het moede hoofd in de schoot te leggen. In een verklaring aan het Turkse televisiestation ATV liet men weten de actie te zullen beëindigen, zonder in details te treden over de manier waarop. Vervolgens werd het bericht aan de Turkse marineboten uitgevaardigd dat men niet tot actie zou moeten overgaan na het horen van schoten, omdat de kapers hadden aangekondigd hun geweren leeg te willen schieten. Zover kwam het evenwel niet. Vrijwel onmiddellijk daarna gaven de kapers zich daadwerkelijk over aan de Turkse autoriteiten. De kapitein van de veerboot, Mustafa Tuncay, stelde via een radiocontact met de marine de wereld op de hoogte van de afloop van de gijzelingsactie.

De voorouders van enkele miljoenen Turken zijn afkomstig uit de Kaukasus. Ze ontvluchtten in 1668 uit angst voor de Russische inlijving deze bergachtige streek, het merendeel week uit naar het toenmalige Ottomaanse Rijk. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn de banden met de Kaukasus weer aangehaald. Dat proces heeft zich versterkt na de burgeroorlog in Abchazië en de vrijheidsstrijd in Tsjetsjenië. Topcan, de leider van de gijzelingsactie, sloot zich in 1992 bij de Tsjetsjeense rebellenleider Samil Basajev aan. Hij vocht eerst in Abchazië en vervolgens in Tsjetsjenië.