Kadaster

In het artikel naar aanleiding van het nieuwjaarsartikel van topambtenaar Geelhoed, staat dat er forse blunders zijn gemaakt bij de privatisering van sommige overheidstaken (NRC Handelsblad, 9 januari). Met name wanneer een ambtelijke dienst of staatsbedrijf een monopolie wist te verwerven. Als voorbeelden worden genoemd onder meer het kadaster, en daar wordt aan toegevoegd: “in dat geval rollen er te hoge tarieven uit de bus”.

Als de feiten omtrent de verzelfstandiging van het Kadaster op een rijtje worden gezet, is het duidelijk dat het volstrekt onterecht en onjuist is om deze verzelfstandiging als “blunder” te kwalificeren. Bij de verzelfstandiging van het Kadaster zijn heldere wettelijke afspraken gemaakt over de verhouding tussen het verzelfstandigde Kadaster en de verantwoordelijke bewindspersoon.

De Algemene Rekenkamer heeft in haar Decemberverslag in 1994 geconstateerd dat “de verantwoordelijke bewindspersoon een bestendige gedragslijn gewaarborgd wordt op basis waarvan verantwoording kan worden afgelegd en adviezen kunnen worden geformuleerd”. Het primaat van de politiek is dus niet in het geding. Onder meer vanwege zijn verzelfstandigde positie is het Kadaster voorts in staat geweest efficiënter en meer kostenbewust te opereren. Dankzij de verzelfstandiging van het Kadaster kunnen positieve financiële resultaten via tariefsverlagingen direct ten goede komen aan de consument. Dat is ook gebeurd: de tarieven zijn sinds de verzelfstandiging tweemaal verlaagd, per 1 januari 1995 met gemiddeld 15 procent en per 1 augustus 1995 met gemiddeld 30 procent.

Het komt mij voor, dat uit deze feiten een geheel ander beeld spreekt dan het artikel oproept.

    • Mr. J.W.J. Besemer
    • Raad van Bestuur Kadaster